Fogh Rasmussen blijkt zich de afgelopen weken, toen de volksmassa’s in de islamitische wereld te hoop liepen tegen Denemarken, danig te hebben geërgerd aan het gebrek aan ruggengraat bij de opinieleiders in zijn land. Dagbladcommentatoren van bijna alle andere kranten dan van Jyllands-Posten zelf toonden meer begrip voor de in hun religieuze gevoelens gekrenkte moslims dan zorgen voor de vraag in hoeverre het vrije woord in het geding was. Naar het Midden-Oosten exporterende bedrijven bleken naar Fogh Rasmussens idee wat al te snel bereid om afstand te nemen van de gewraakte cartoons.
Onder meer is hij ook hevig teleurgesteld over de houding van de schrijversorganisatie PEN, die het tijdens de crisis niet eens kon worden over een steunbetuiging aan Jyllands-Posten. „We hebben in en om PEN totaal in de war geraakte auteurs gezien. Deze auteurs en anderen, die het toch primair moeten hebben van het vrije woord, hebben het in deze zaak volledig laten afweten.
En ik geloof ook dat ik weet waarom. Namelijk omdat ze het allemaal in een heel ander verband hebben gezien dan ze normaal zouden hebben gedaan, waardoor een heldere kijk op de kwestie werd geblokkeerd. Ze houden niet van de Deense Volkspartij, niet van Jyllands-Posten en niet van de regering. Daarom hebben ze zich er zelf niet toe kunnen brengen om pal te staan voor de vrijheid van meningsuiting. Dus wordt er kennelijk een dubbele maatstaf aangelegd”, aldus Fogh Rasmussen, die tevens meent dat er sprake was van angst bij de commentatoren in de media.
Daarbij trekt hij andermaal -net als bij het regeringsbesluit om deel te nemen aan de oorlog tegen het Irak van Saddam Hussein in 2003- een parallel met de Deense capitulatie tegen de Duitsers in 1940, een capitulatie die volgde zonder noemenswaardige krijgshandelingen en resulteerde in drie jaar collaboratie van Kopenhagen met Berlijn. Fogh Rasmussen: „Ik moet zeggen dat ik echt vind dat zich over een breed front, van het culturele milieu tot het bedrijfsleven, een beginselloosheid heeft gemanifesteerd, waarbij zich de schapen van de bokken hebben gescheiden.”
De krachtige taal van de Deense regeringsleider blijft uiteraard ook ditmaal niet zonder weerwoord. Degenen die zich door hem aangesproken voelen wijzen erop dat Fogh Rasmussen toen de Deense ambassades door de woedende moslims in brand werden gestoken, zelf ook concessies heeft moeten doen ten opzichte van de houding die hij aanvankelijk heeft ingenomen.
Zo nam hij eind januari zelf eveneens afstand van de cartoons, maar dat was vele maanden na de publicatie daarvan - en toen waren de betogende massa’s in de islamitische wereld al op de been.
Verder bleken Fogh Rasmussen en minister van Buitenlandse Zaken Per Stig Møller genoodzaakt op bezoek te gaan bij de regeringen in die landen om de kwestie uit te leggen. Nog in oktober had de Deense premier echter geweigerd om de Arabische en de Turkse ambassadeurs in zijn land te ontvangen, toen ze zich bezorgd hadden getoond over de cartoons.
De cynici onder de commentaren geloven tegen deze achtergrond dat de uithalen van de premier vooral bedoeld zijn als signaal naar de kiezers dat hij nog steeds de sterke regeringsleider is die hij graag wil zijn.
De discussie over wat in naam van de vrije meningsuiting wel of niet geoorloofd is, wordt los daarvan in alle hevigheid voortgezet, ook in de EU. De genoemde -conservatieve- minister van Buitenlandse Zaken Per Stig Møller heeft in dit verband secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties geprezen voor diens visie dat een land als Denemarken nog moet wennen aan het feit dat zich daar grote groepen moslims hebben gevestigd.
Annan letterlijk: „De beledigende karikaturen werden het eerst gepubliceerd in een Europees land dat recent een aanzienlijk islamitisch bevolkingsdeel heeft gekregen en nog geen antwoord heeft op de vraag, hoe men zich daaraan kan aanpassen.”
Ten aanzien van het laatste gaat het er bij Fogh Rasmussen en zijn liberale partij, evenals de door de gebeurtenissen opnieuw gegroeide populistische Deense Volkspartij, echter primair om dat ze willen voorkomen dat de islamitische voorschriften zonder meer tot ongeschreven wetgeving worden verheven. Begrip voor Kofi Annans uitspraak is hier ver te zoeken. „Schokkend”, noemt de militante topvrouw Pia Kjærsgaard van de Deense Volkspartij de woorden van de VN-leider.