Volgens de de Italiaanse terreurdeskundige Lorenzo Vidino werkte Abu Laban in het begin van de jaren negentig als vertaler voor Ayman al-Zawahiri, toen deze vanuit Kopenhagen probeerde Europese terreurnetwerken op te zetten. Sinds 1998 geldt Al-Zawahiri als de rechterhand van Osama bin Laden en als de tweede man van al-Qaida. Maar in de eerste helft van de jaren negentig had hij zich nog niet bij al-Qaida aangesloten.
Volgens een rapport van de Deense inlichtingendienst had Abu Laban voor hij in Denemarken asiel aanvroeg, in Egypte nauwe banden met de terreurorganisatie Gama’a Islamiya (”Islamitische Groep”). In het begin van de jaren negentig weken diverse leden van Gama’a Islamiya naar Europa uit.
Twee leiders van de Gama’a Islamiya, Ayman al-Zawahiri en Talaat Fouad Qassimy, vestigden zich tijdelijk in Kopenhagen, waar zij het blad ”Al-Murabitun” (officieel orgaan van de Islamitische Groep) uitgaven. In die tijd fungeerde Abu Laban zo ongeveer als de rechterhand van Al-Zawahiri.
Net als Al-Zawahiri werd Abu Laban in zijn jeugd geïnspireerd door Sayyid Qutb, een radicale denker die in Egypte de islamitische staat wilde invoeren. Qutb werd in 1966 wegens staatsondermijnende activiteiten ter dood veroordeeld. Hij was gelieerd aan de verboden Moslimbroederschap, maar zijn boodschap was nog radicaler.
Kruisvaarders
Al-Zawahiri trad in 1966 toe tot de terreurbeweging Islamitische Jihad, later studeerde hij af als arts. Op een gegeven moment verbond hij zich ook met Gama’a Islamiya. Na de aanslag op president Sadat in 1981 werd hij gevangengenomen, maar in 1984 wist hij te ontsnappen.
Daarna vertrok hij naar Afghanistan, waar hij twee mannen ontmoette die in 1988 al-Qaida zouden oprichten: Abdullah Azzam en Osama bin Laden. Bin Laden werd zijn grote vriend. Samen met Bin Laden vestigde hij zich omstreeks 1992 in Sudan, maar hij bracht ook regelmatig bezoeken aan Europese landen, met name Bosnië, Albanië en Denemarken.
Zawahiri bezocht ook eenmaal Nederland. In 1995 was hij in de Verenigde Staten, waar hij via moskeeën geld probeerde in te zamelen voor de jihad. Steeds bediende hij zich tijdens zijn reizen van valse identiteiten. Zo werd hij in 1996 in Dagestan opgepakt, zonder dat de Russen wisten dat het om Al-Zawahiri ging. In 1998 werd in de Albanese hoofdstad Tirana een terreurcel van Al-Zawahiri’s Islamitische Jihad opgerold, de leiders werden aan Egypte uitgeleverd. In de loop van 1996 vertrok eerst Bin Laden en vervolgens ook Al-Zawahiri uit Sudan om zich in Afghanistan te vestigen, waar net de Taliban aan de macht waren gekomen.
In februari 1998 gingen Al-Zawahiri’s Islamitische Jihad en Bin Ladens al-Qaida een fusie aan: ”Het Islamitisch Front voor de Jihad tegen Joden en Kruisvaarders” (die laatsten zijn dus de Amerikanen en hun bondgenoten). Daarna bouwde Al-Zawahiri al-Qaida uit tot een professionele terreurorganisatie met vertakkingen in Europa, (Noord-)Afrika, Azië en de Verenigde Staten. De steeds nauwere samenwerking met Bin Laden stuitte op verzet bij een deel van Al-Zawahiri’s achterban en zij scheidden zich af. Een soortgelijke splitsing had zich al eerder binnen Gama’a Islamiya voltrokken.
Sofie
Hoewel Abu Laban zich in Kopenhagen als een „gematigde imam uit Egypte” presenteerde (en zo zelfs het vertrouwen van de autoriteiten wist te winnen) wijzen zijn openlijke loftuitingen aan het adres van Bin Laden waar hij staat.
Volgens de Deen Hedegaard heeft Abu Laban nooit geprotesteerd toen een Joodse Marokkaan die werkzaam was op een universitair instituut, twee jaar geleden door Arabieren in elkaar werd geslagen. „Nog nooit eerder in het 500-jarig bestaan van de universiteit is een docent in Kopenhagen op klaarlichte dag in elkaar geslagen. Verder werd een gematigde moslim met de dood bedreigd, omdat hij zijn dochter de christelijke voornaam ”Sofie” gaf. Ook toen hoorde je van Abu Laban niets.”