De Britse krant The Guardian refereert in zijn commentaar aan een uitspraak van Henry Kissinger. De Amerikaanse diplomaat zou ooit gevraagd hebben wie je moet bellen als je Europa wilt spreken. „De Europese Unie is er niet in geslaagd een bevredigend antwoord te geven op die vraag. De eerste president van de Europese Raad, Herman Van Rompuy, is de Belgische haikudichtende premier, relatief onbekend in eigen land, laat staat in het buitenland. (...) De gedachte van een EU-president Blair is de kop in gedrukt. Evenzo is nu de hoop vergaan dat Europa de planeet zou kunnen dwingen aandacht te geven aan haar nieuwe geluid.” De krant noemt het verder „teleurstellend dat Angela Merkel en Nicolas Sarkozy hun parochiale belangen hebben verheven boven het goede voor het continent. (...) Door niet te kiezen voor een krachtig centraal leiderschap laten Frankrijk en Duitsland impliciet zien dat ze tevreden zijn met een Europa van nationale staten.”
Is dat nu de nieuwe door het Verdrag van Lissabon versterkte EU, die Europa in de wereld nieuw gewicht verschaft? Dat is de vraag die de Frankfurter Allgemeine in Duitsland oproept na de benoeming van Van Rompuy en Ashton. Beide politici hebben respect afgedwongen. België in rustiger vaarwater brengen, is een grote prestatie van Herman Van Rompuy. Het Verdrag van Lissabon langs de klippen in het Britse Hogerhuis sturen, zoals Catherine Ashton heeft gedaan, is ook geen kleinigheid. Maar belichamen deze beide hoogwaardigheidsbekleders het nieuwe bewustwordingsproces van Europa? Want dat was toch de belofte van de regeringsleiders toen ze de Europese hervormingsvoorstellen door hun eigen kritische parlementen loodsten?
De regering van de Unie zal dus worden samengesteld uit de Belg Van Rompuy, de Britse Ashton en de Portugees José Manuel Durao Barroso (voorzitter van de Commissie), wat niet de trojka is die de grootste voorvechters van Europa zich hadden gedroomd, constateert Libération (Frankrijk). „Ook al moet het Europees Parlement de benoeming van Ashton goedkeuren –zij zal immers tegelijkertijd vicevoorzitter van de Commissie zijn– is het weinig waarschijnlijk dat het zich zal verzetten bij gebrek aan beter. De eerste daad van het Europa van het Verdrag van Lissabon is dus het kiezen van persoonlijkheden die het niemand lastig zullen maken. Hoewel er geen vertegenwoordiger van het ”Nieuwe Europa” is benoemd, zijn de 27 lidstaten er tenminste wel in geslaagd een vrouw te benoemen, maar niet de meest briljante. Ze hebben bovenal vermeden hun nachtrust op te offeren, wat de middelmatigheid nog extra belachelijk zou hebben gemaakt. De Zweedse diplomaat, Carl Bildt, uitte gisteren op zijn weblog de vrees van „een historisch gemiste kans.””