Die twijfel was er toch al, want Denemarken is een van de weinige landen in West-Europa waar de verhouding tussen kerk en staat nooit volledig is verbroken. De band tussen de evangelisch-lutherse Volkskerk (Folkekirke) en de overheid ligt verankerd in de grondwet. Weliswaar is daarin ook sprake van vrijheid van godsdienst, maar tegelijkertijd wordt daarmee de ongelijkheid van godsdiensten onderstreept.
Noch Jyllands Posten en de overige liberale pers, noch de meer sociaaldemocratisch geïnspireerde media hebben zich er sterk voor gemaakt om die juridische ongelijkheid te bestrijden. Dat geldt ook voor de grote politieke groeperingen, inclusief de sociaaldemocraten. Discussie over dit onderwerp eindigt er meestal in dat een lans wordt gebroken voor een handhaving van het Deense staatskerkmodel. Echte tegenstanders daarvan zijn uitsluitend te vinden in extreem linkse hoek.
Driekwart van de bevolking vindt de band tussen staat en kerk acceptabel, ook al beschouwt het merendeel de Folkekirke als een service-instelling voor doop, huwelijk en begrafenis; aan kerkbezoek en het doen van belijdenis laten de meeste Denen zich nauwelijks iets gelegen liggen.
Denemarken is na de Reformatie bijna geheel luthers geworden. Een verzuiling van de samenleving zoals in Nederland heeft het land nooit gekend. De komst van moslims sinds 1970 heeft in Denemarken daarom des temeer conflictstof doen ontstaan. Al in de jaren ’70 maakte een rabiate anti-immigratiepoliticus furore, de destijds zeer beruchte en vermaarde Mogens Glistrup, die met zijn Vooruitgangspartij in één keer een groot aantal parlementszetels in de wacht wist te slepen.
De Vooruitgangspartij is ten onder gegaan aan interne conflicten, maar haar opvolger, de Deense Volkspartij van Pia Kjærsgaard, staat tegenwoordig sterker dan ooit tevoren en heeft de politieke erfenis van Glistrup naadloos ingelijfd. De rechts-populistische partij neemt met haar steun aan de in 2001 aangetreden liberaal-conservatieve regering een sleutelpositie in en heeft een forse stempel gedrukt op de regeerakkoorden van zowel het eerste kabinet-Fogh Rasmussen als het tweede, dat begin vorig jaar aantrad.
Juist op het integratie- en immigratiebeleid oefent de partij van Kjærsgaard een enorme invloed uit. Daarbij heeft de stemming sinds 11 september behoorlijk geholpen. Denemarken had sowieso al een relatief stringent immigratiebeleid, maar in de afgelopen vijf jaar is het op dat punt de onbetwiste kampioen van Europa geworden. Over de vraag in hoeverre dit tot verscherping van de tegenstellingen tussen autochtonen en moslims heeft geleid en daarmee een factor is geweest voor de huidige wereldwijde volkswoede tegen Denemarken, lopen de meningen uiteen.
De regering-Rasmussen en haar achtereenvolgende bewindslieden op het gebied van integratie hebben altijd volgehouden dat het stricte beleid juist tot doel heeft, de tegenstellingen op termijn weg te nemen. „Minder nieuwe zwakke immigranten betekent meer kansen voor degenen die er al zijn”, zo luidde -vrij vertaald- de leus.
Feit is echter dat het bewustzijn omtrent de nationale identiteit, dat toch al relatief groot was onder de Denen, de afgelopen jaren alleen maar groter is geworden. Autochtone Denen hechten sterk aan de gezamenlijke tradities. Deze concentreren zich bovendien voor een belangrijk deel rond het nog steeds christelijke karakter van de samenleving.
Concreet gaat het daarbij om ’tradities’ zoals kerstfeest, maar ook doop en confirmatie. De meeste Denen houden hun kinderen ten doop en als deze eenmaal 14 jaar zijn, is de confirmatie veelal een must. Veel ’nieuwe Denen’ voelen zich daarbij niet altijd even lekker en moslims voelen zich al helemaal buitengesloten.
Toch stelt de regering verplicht dat nieuwe immigranten zich die identiteit tot op zekere hoogte eigen maken. Dit gevoegd bij de buitengewoon grote en vaak nogal hijgerige aandacht van de massamedia voor het integratievraagstuk, hebben sluipenderwijs een kruitvat doen ontstaan, waarbij de prenten van Mohammed -zij het onbedoeld- hebben gefungeerd als lont, die een aantal fanatieke imams vakkundig heeft weten aan te steken.