De rooms-katholieke Labourparlementariër uit zijn ongenoegen tijdens een discussie over hulp bij zelfdoding, begin deze week georganiseerd door het Britse Lawyers’ Christian Fellowship. De ongeveer 200 bezoekers genieten van een vurig debat tussen vooraanstaande sprekers van de vereniging Care not Killing (Zorgen niet Moorden, een samenwerkingsverband van organisaties tegen euthanasie) en de groepering Dignity in Dying (Waardigheid in Sterven, voor vrijwillige euthanasie).
Het twistpunt van het debat in de historische Middle Temple Hall in het centrum van Londen betreft het initiatiefwetsvoorstel van Lord Joffe (zelf als toeschouwer aanwezig), dat medische hulp bij zelfdoding van terminale patiënten legaliseert.
Laatste stadium
Het debat begint met een voorstander, advocaat Philip Havers. Hij was enkele jaren geleden betrokken bij de geruchtmakende zaak rond Diane Pretty, een terminaal zieke vrouw wier man het recht op hulp bij zelfdoding werd ontzegd, en die dat zag als een ontkenning van haar ”recht om te sterven”. Haar zaak is volgens Havers illustratief voor de huidige inconsequentie in de Britse wetgeving.
„Hoe kun je een wet rechtvaardigen die mensen in normale gevallen wel de mogelijkheid geeft hun leven te beëindigen, maar die dat weigert aan hen die zo gehandicapt zijn dat ze zelf de pillen niet kunnen slikken? Door dit systeem heeft Diane Pretty al het leed en al de vernedering moeten doorstaan die ze juist wilde vermijden.”
Lord Brennan, fervent tegenstander van de wet, ontkent dit. „Haar dokter beschreef haar in het laatste stadium van haar leven als „geheel normaal, natuurlijk en waardig.”” Brennans argumenten zijn voornamelijk moreel van aard. „Het wetsvoorstel van Joffe is gebaseerd op een concept van persoonlijke autonomie. Hier verzet ik me tegen. Een verzoek tot hulp bij zelfdoding kan namelijk niet worden gezien als een private kwestie. Het is een publieke aangelegenheid die de bescherming van het leven ondermijnt. Kortom, het recht op zelfbeschikking betekent niet het recht op zelfdoding.”
Dr. Margaret Branthwaite, een zelfverklaarde agnost en voorstander van de wet, uit zich kritisch over dit principe. „Hoe gewetensvol is dit werkelijk? Stel, een brandende man dwingt je met een geweer hem neer te schieten - om zo een verschrikkelijkere dood te voorkomen. Wie zou daar geen gehoor aan geven? Elk beginsel heeft een drempel, waarna hij niet meer opgaat. Wie naar de wensen van dodelijk zieken luistert, respecteert ze evengoed als mensen die zeggen dat de heiligheid van het leven boven alles gaat.”
Een ander discussiepunt betreft de effecten van de wet op de maatschappij als geheel. Volgens Havers zullen voorzorgsmaatregelen waarborgen dat zwakkeren „volledig beschermd” blijven. „De mogelijkheid van hulp bij zelfdoding is slechts voor ouderen, zij is slechts voor mensen met een terminale ziekte en zij is slechts voor degenen met normale verstandelijke capaciteiten.”
„Maar”, poneert Lord Brennan kritisch, „dit is slechts het begin. Het wordt hiermee acceptabel om te sterven. Wat voor samenleving zou dat geven? C. S. Lewis schreef over het gevaar dat mensen gezien zullen worden als ruw materiaal, gewoon een mengsel van vlees en bloed dat kan worden vernietigd als er geen behoefte meer aan is.”
Brennan noemt enkele symptomen van deze degradatie van de samenleving: een verloedering van de verhouding tussen arts en patiënt, het ’economiseren’ van de dood, de verslechtering van de situatie van gehandicapten.
Verschuiving
Dr. Rob George, bio-ethicus en adviseur op het gebied van palliatieve medicatie, ziet het als een „absolute verschuiving” als sterven een vrije keuze wordt. „Waarom zou je dan nog moreel onderscheid maken tussen terminaal zieken, mensen met een depressie en gehandicapte kinderen?”
Het andere bezwaar van dokter George betreft de tweedeling onder artsen. „De meerderheid van palliatieve klinieken is uiterst succesvol in het dragelijk maken van allerlei kwalen, en de afgelopen jaren is hier aanzienlijke vooruitgang in geboekt. De mogelijkheid tot doden zal het centrale doel van een arts -het verlichten van lijden- frustreren. De kennis hierover zal in de loop van de tijd gewoon afnemen.”
Lord Joffe -de indiener van het wetsvoorstel- laat tegen het einde van de avond nog even van zich horen. Maar hij weet de aanwezigen niet te overtuigen. De zaal verwerpt na afloop van het debat zijn wetsvoorstel massaal.