Aan de besluitvorming ging een drie jaar durende discussie vooraf. Vooral de christen-democratische oppositie verzette zich hevig tegen het opheffen van de strafbaarheid. De paars-groene regering-Verhofstadt pleitte echter voor maximale duidelijkheid. Ook stelt zij de nodige zekerheidsgaranties te hebben ingebouwd, onder meer door een voortijdige levensbeëindiging alleen toe te staan een maand nadat het verzoek is ingediend.
De wet is alleen van kracht op meerderjarigen die „handelingsbekwaam en bewust” zijn op het moment dat zij hun verzoek indienen. Ook moet het gaan om een herhaald verzoek. De patiënt dient zich volgens de wet te bevinden in een „medisch uitzichtloze toestand van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden.” Ondanks het verbod tot op heden, vond euthanasie op verzoek van patiënten of familieleden in België de afgelopen jaren al ingang op grote schaal.
De regering-Verhofstadt maakte bij aantreden in 1999 van de eerste coalitie zonder christen-democraten in 41 jaar een prioriteit van ethische kwesties. Zo voerde zij vorig jaar een gedoogbeleid voor softdrugs in, dat op grote lijnen te vergelijken is met de Nederlandse wetgeving.
Ook wilde paars-groen dit jaar nog het homohuwelijk mogelijk maken. De deels door vroegere christen-democratische regeringen benoemde Belgische Raad van State wees een wettekst eerder dit jaar echter af. De Raad van State mag alleen een advies uitbrengen. Volgens de groene minister Aelvoet (Volksgezondheid) zet de regering het initiatief gewoon door en zal het homohuwelijk begin 2003 mogelijk zijn. Vooral de groenen maakten van deze zaak in 1999 een electorale kwestie.