Tucan Ildim, de Turkse ambassadeur in Nederland, zei afgelopen week in Elsevier dat bij het schrappen van de Kamerkandidaten de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Zwaan noemt die gedachtegang „een totale misvatting.”
Zwaan: „Vrijheid van meningsuiting geeft iemand niet het recht alles te vinden wat hij kan bedenken. Er zijn feiten. Iedereen moet in zijn meningsvorming daar rekening mee houden. We kunnen van mening verschillen, maar dat is dan in de marge van een groot aantal feiten.”
Het is wel eens rustiger geweest rond de Armeense volkerenmoord, zo rustig dat die de ”vergeten genocide” werd genoemd. Zwaan: „Begin jaren twintig van de vorige eeuw was de genocide in Europa en ook in de Verenigde Staten nog algemeen bekend, Maar na de vestiging van de Turkse republiek in 1923 is Ankara een ontkenningspolitiek gaan volgen.
Daarnaast was de genocide bij de Armeniërs zo hard aangekomen dat ze lange tijd weinig om aandacht vroegen. In Europa was na 1923 de gedachte: „We sluiten het boek over de Armeniërs.””
De opkomst van nazi-Duitsland en de moord op de Joden drukte de Armeense genocide verder naar de achtergrond. Pas vanaf midden jaren zeventig, toen een Armeense radicale organisatie aanslagen pleegde op Turkse diplomaten, nam de belangstelling voor de genocide weer toe. Met de vestiging van de Armeense republiek in 1991 nam de druk op Turkije toe de Armeense genocide te erkennen.
Maar Turkije volhardt in zijn ontkenningspolitiek?
„Turkije kent een lange ontkenningspolitiek die allerlei varianten kent. De meest simpele is: „Er heeft helemaal geen genocide plaatsgehad. Dat is een sprookje.” Die theorie hoor je nog wel eens, ook nu in Nederland. Maar men heeft wel ontdekt dat die stelling niet meer houdbaar is.
Of Ankara zegt: „Het was oorlog. Het waren moeilijke omstandigheden. De Armeniërs bedreigden onze stabiliteit. Er werd overal gevochten. Helaas moesten mensen worden verplaatst. Een moeilijk gebied, honger, ziekte. Velen zijn gestorven, niet alleen Armeniërs, ook heel veel Turken.”
Dan heb je de variant: „Genocide? Helemaal geen genocide. Het was een burgeroorlog. Er waren gewapende Armeense troepen die het Turkse leger in de rug aanvielen. We moesten heel hard vechten en zij hebben verloren.” Deze variant is de meest kwaadaardige, omdat hier het slachtoffer de zwartepiet krijgt toegeschoven.
Een populaire variant is: „We weten het eigenlijk niet. Er moet nog veel meer onderzoek worden gedaan.””
Is dat ook niet nodig? Een waarheidscommissie kan toch opheldering verschaffen?
„Daar zie ik heel weinig in. Turkije stuurt dan een aantal goedbetaalde, sterk nationalistische historici die zelf onderdeel zijn van de ontkenningspolitiek. Het is überhaupt niet de taak van een staat om te zeggen wat er moet gebeuren. De staat kan middelen ter beschikking stellen voor historisch onderzoek en moet dat ook doen. Maar daarna moet de staat het aan de vakbeoefenaars overlaten.
Onderzoek is altijd goed en is nodig en blijft ook nodig, maar de hoofdlijnen van wat zich heeft voorgedaan zijn zonneklaar. Daar kan geen misverstand over bestaan. Honderdduizenden, mogelijk een miljoen weerloze mensen zijn vermoord omdat ze Armeniër of christelijk waren, of om beide redenen.
Wil Ankara de genocide niet erkennen omdat de Turkse staat dan geconfronteerd zal worden met Armeense claims?
„Ik weet dat daarvoor angst bestaat bij de Turkse overheid. Via via hoorde ik dat de nationale veiligheidsraad, waarin hoge militairen zitten, twee weken besloot een deel van de archieven niet open te stellen uit angst voor claims.
Er is op enorme schaal gestolen. Het bezit van meer dan een miljoen mensen is in een paar weken tijd afgenomen. Bankrekeningen -voor zover ze die hadden- zijn geplunderd, maar ook boerderijen, winkels, fabriekjes, huisraad, dieren, alles is afgenomen. Formeel is dat destijds allemaal aan de Ottomaanse overheid vervallen. In werkelijkheid hebben op lokaal niveau ontzettend veel mensen zich verrijkt.
In de jaren twintig ontstond in Turkije een nieuwe middenklasse, bestaande uit mensen die hun kapitaal uit het beroven van meer dan een miljoen Armeniërs hebben vergaard. Dat is een heel belangrijke reden om de boel te verdonkeremanen. Ik durf geen bedrag te noemen, maar het moet om vele miljarden gaan.”
De Armeense genocide
Tijdens de Eerste Wereldoorlog, in 1915 en 1916, zijn tussen de 800.000 en 1,5 miljoen Armeniërs in het Ottomaanse rijk omgebracht. Het was niet de eerste keer dat geweld zich tegen de Armeniërs richtte. Ook bij pogroms eind negentiende en begin twintigste eeuw zijn vele duizenden Armeniërs omgebracht.
De genocide van 1915/’16 voltrok zich in verschillende fasen, aldus dr. Ton Zwaan. „In de eerste fase, februari en maart 1915, zijn alle Armeense soldaten in het Ottomaanse leger ontwapend en aan dwangarbeid onderworpen. Dat gebeurde onder zulke condities dat er op grote schaal sterfte optrad. Velen zijn ook vermoord.”
Bij de tweede fase, die begon in de nacht van 24 april 1915, werden honderden vooraanstaande Armeniërs onder wie politici, journalisten, artsen en intellectuelen opgepakt en afgevoerd en meteen of kort daarna vermoord.
In de derde fase, die op gang kwam toen het Armeense bevolkingsdeel van zijn leiders was beroofd, werden over het hele rijk Armeniërs gedeporteerd naar het huidige Syrië en Irak.
Zwaan: „Die deportaties vonden plaats onder omstandigheden die onmiskenbaar wijzen op de intentie tot vernietiging. Ze kregen te horen dat ze op een andere plek gevestigd zouden worden in verband met de oorlogsomstandigheden, maar er waren nergens voorzieningen getroffen en ze mochten vrijwel niets meenemen.”
De Armeniërs kwamen om van honger en dorst of door geweld. Zwaan: „Soms werden ze een paar uur na hun vertrek al aangevallen door de Turkse gendarmerie, door Koerdische stammen of door criminele bendes. Uit de gevangenisbevolking waren bendes samengesteld die naar het oosten werden overgebracht met het doel die Armeniërs te beroven en te doden.”
Telde het Ottomaanse rijk in 1914 nog ruim 2 miljoen Armeniërs, in 1919 waren er nog zo’n 150.000 van over.