Het laatste jaar is de Turkse regering met verschillende initiatieven gekomen om hardnekkige maatschappelijke problemen op te lossen. Zo is er al enige maanden sprake van een plan dat in de media het ”Koerdische initiatief” is gaan heten, maar waar nog geen details van bekend zijn en dat door de regering officieel het ”democratisch initiatief” wordt genoemd.
Bekend is de recente toenadering tussen Armenië en Turkije, die uitmondde in de ondertekening van een protocol in Zürich vorige week. In augustus leek er sprake te zijn van een uitgestrekte hand naar de christelijke en joodse minderheden in het land: de premier nodigde vertegenwoordigers van die gemeenschappen uit voor een lunch.
Tijdens de lunch op het grootste van de Prinseneilanden waren ruim 150 gasten aanwezig. Het eiland is gelegen voor de kust van Istanbul en wordt gekenmerkt door een eeuwenlang verblijf van joden en christenen. Onder de aanwezigen bevonden zich de Grieks-orthodoxe patriarch Bartholomeus, namens de joodse gemeenschap een vertegenwoordiger van de opperrabbijn, de Armeense aartsbisschop Aram Atesyan, de Syrisch-katholiek leider Yusuf Sag en de Syrisch-orthodox metropoliet voor Istanbul, Yusuf Cetin.
De kabinetsleden werden vergezeld door lokale bestuurders en Kezban Hatemi, mensenrechtenadviseur. Verder waren er verschillende consulaten vertegenwoordigd.
Democratisch initiatief
Na afloop van de lunch, waar slechts de Turkse staatsomroep en de officiële persdienst bij aanwezig mochten zijn, hield premier Erdogan een voordracht over de problemen waarmee het land wordt geconfronteerd en over het regeringsbeleid om die problemen op te lossen. Hij benadrukte dat hij zich keerde tegen enige vorm van lokaal nationalisme, religieus fanatisme en racisme. Hij riep de aanwezigen ertoe op zijn ”democratisch initiatief” te ondersteunen en de problemen waar Turkije mee kampt, op te lossen.
In gezelschap van alleen de Grieks-orthodoxe delegatie gingen de premier en zijn gevolg naar het Griekse weeshuis op het eiland, waarvan het Europees Hof voor de Rechten van de Mens onlangs heeft bepaald dat Turkije dat onwettig heeft geconfisqueerd – een beslissing die de Turkse overheid overigens aanvecht.
Het weeshuis behoort volgens het hof toe aan het Grieks-orthodoxe patriarchaat, een instituut dat Turkije niet erkent. Anagnostopoulos: „De Turkse staat accepteert het patriarchaat niet als rechtspersoon. Alleen de kathedraal op ons terrein behoort tot een stichting, maar het patriarchaat staat niet in de stichtingsakte.”
Voor de deur van het bouwvallige weeshuis sprak de premier de hoop en verwachting uit dat in januari 2010 „problemen zijn opgelost”. Kezban Hatemi, zijn mensenrechtenadviseur, benoemde enkele van die problemen, maar de premier zelf onthield zich van toelichting.
Aartspriester Dositheos Anagnostopoulos stelt, ruim twee maanden later: „Er is nog niets gebeurd. Ik weet ook niet waar Erdogan op doelde met zijn opmerking. Hij weet wat onze grootste problemen zijn, maar heeft nog geen enkele stap ondernomen om één daarvan uit de wereld te helpen. Ze zullen moeten opschieten als ze willen dat er in januari iets is opgelost. Tot op heden heb ik helemaal niets gehoord.”
De premier was onder de indruk van het vroegere weeshuis en vroeg de Grieks-orthodoxe delegatie wat zij voor plannen heeft met het gebouw. De patriarch antwoordde dat hij er een ecologisch onderwijscentrum wil oprichten, met als doel mensen te informeren over het behoud van de schepping, en een centrum voor interconfessionele dialoog. Erdogan beloofde behulpzaam te zijn bij de plannen van het patriarchaat.
Loze woorden
Hatemi stelde dat de bouwvallige staat van het gebouw een bewijs is voor het feit dat de rechten van de minderheden in het land met voeten worden getreden, maar de premier bracht daartegen in dat er nog steeds geen moskee in Athene staat, iets waar hij al geruime tijd voor ijvert.
Patriarch Bartholomeus zegt dat ook te willen, maar op de besluitvorming geen invloed te hebben. De aartspriester stelt dat die houding van „oog om oog, tand om tand” typerend is voor de houding van de Turkse staat ten aanzien van de Grieks-orthodoxe minderheid. „Maar hoewel de Turkse minderheid in Griekenland geen strobreed in de weg wordt gelegd, kunnen wij nog steeds onze eigen priesters niet opleiden.”
Erdogan wilde daarna het klooster Aya Yorgi zien, een bedevaartsoord dat jaarlijks door duizenden moslims wordt bezocht. De abt van het klooster bood het gezelschap thee aan, en de patriarch overhandigde de premier een gebedskrans dat hij speciaal voor hem (zonder kruis) op Athos had laten maken.
Vanaf het balkon van het klooster is Chalki duidelijk te zien, het vroegere Grieks-orthodoxe priesterseminarie dat in 1971 op last van de Turkse overheid is gesloten. De patriarch wees naar het seminarie en nodigde de premier uit om eens in Chalki te gaan lunchen, een uitnodiging die Erdogan graag aannam. Anagnostopoulos: „Ook hier geldt weer dat toezeggingen niet worden nagekomen. De afspraak moet nog gemaakt worden.”
Al met al beoordeelt Anagnostopoulos de uitkomst van de ontmoeting op Buyukada negatief: „Het was één grote pr-show. In de media is het beeld blijven hangen dat er nu ook toenadering is tot de minderheden in het land, maar het zijn slechts loze woorden gebleken.”
De ontmoeting is geïnitieerd door minister Egemen Bagıs, verantwoordelijk voor de onderhandelingen met de EU, wat volgens de aartspriester aantoont dat het meer een poging was om bij Europa in een goed blaadje te komen dan een aanzet om daadwerkelijk iets te doen aan de problemen van de christenen en joden in het land. „Het enige concrete resultaat van het bezoek is een groepsfoto voor het weeshuis.”
Het feit dat de bijeenkomst op 15 augustus werd georganiseerd, een belangrijke gedenkdag voor Oosters-orthodoxen en rooms-katholieken, en bovendien op de sabbat plaatshad, getuigt volgens de Anagnostopoulos niet van enige gevoeligheid voor godsdienstige gebruiken van de minderheden in het land.
Talloze keren heeft Anagnostopoulos geprobeerd tot een afspraak te komen met overheidsfunctionarissen, maar zonder resultaat.
Geen toekomst
Verschillende diplomaten, vooral de Duitse ambassadeur, hebben getracht een dialoog tot stand te brengen, maar zelfs dat gesprek wordt niet aangegaan. „Onze voornaamste wensen zijn de heropening van het priesterseminarie Chalki en de erkenning van het patriarchaat als instituut. Zolang die wensen niet worden vervuld, heeft onze gemeenschap geen bestaansmogelijkheden hier. Wij kunnen geen priesters opleiden, geen metropolieten aanstellen.”
„De Griekse gemeenschap bestaat uit zo’n 5000 leden, van wie de helft bejaard is”, vervolgt Anagnostopoulos. „De jongeren zien geen toekomst in Turkije. Mensen die in het buitenland een priesteropleiding gaan volgen, komen vaak niet meer terug. De nieuwe wet op de stichtingen heeft weliswaar wat verbeteringen gebracht, zoals de mogelijkheid om binnen de eigen gemeenschap vrije verkiezingen te houden en het recht om onroerend goed te kopen, maar zolang onze fundamentele problemen niet worden opgelost, zie ik de toekomst van de Griekse gemeenschap in Turkije somber in. Sinds de stichting van de republiek is er sprake van beleid gericht op onderdrukking van minderheden. Van alle groepen zie je dat de aantallen drastisch zijn gedaald. Ik begin langzamerhand de moed te verliezen.”