Het is Ton M. een doorn in het oog dat de korporaal „alles maar zelf bepaalt.” Zo zou de man in de sportruimte zonder te vragen fitnessgewichten pakken.
„Vuile drol! Ik maak je af in Chora!” of woorden van die strekking bijt de sergeant-majoor korporaal Tony J. in de fitnessruimte toe. Chora is een gebied in Uruzgan waar geregeld zwaar strijd is geleverd met de taliban. Tony J. zelf zou bij de ruzie iets hebben gezegd over het doorladen van een pistool, maar sluitend bewijs daarvoor is niet geleverd.
Het botert totaal niet tussen beide militairen, zo blijkt in juni 2009 tijdens de zitting van de militaire rechtbank in Arnhem. De bedreiging in de sportzaal vormde een „explosie van frustraties” na opgelopen spanningen, zegt Ton M. Hij stoort zich aan de houding van de korporaal. Zo was de Antilliaanse Nederlander volgens de sergeant-majoor niet op wacht verschenen in Chora. „Meneer bepaalt alles zelf”, fulmineert Ton M., die een leidende rol vervult binnen de gevechtseenheid. „Hij komt wanneer hij wil. Hij zet zijn eigen muziek op en beslist over zijn eigen tenue. Ik ben niet gediend van zijn houding van ‘je’ en ‘jij’. Die vent heeft een grote mond en geen normen en waarden. In een uitzendgebied moet discipline heersen. Zeker op een kleine compound. Anders gaat het helemaal fout.”
Ton M. spreekt over spanningen met „die lui”, het „clubje” van Tony J. Op zijn beurt zou Tony J. tegen de sergeant-majoor hebben gezegd: „Als je respect toont, krijg je ook respect.”
De aangeklaagde sergeant-majoor zegt dat hij voorafgaand aan de ruzie in de fitnesszaal onder druk stond. „We hadden net een collega verloren. We waren 24 uur per dag aan de gang.”
Waarom neemt Ton M. woorden als „die lui” en dat „clubje” in de mond als hij het heeft over de eenheid van Tony J., wil officier van justitie mr. J. C. Stikkelman weten. Speelt de huidskleur van de Antilliaanse Nederlander een rol? „Absoluut niet”, antwoordt Ton M.
Op de dagvaarding tegen Ton M. staat ook nog een belediging. Op 1 mei 2008 liet de sergeant-majoor zich weinig vleiend uit over een tolk. „Wie is die dikke vetzak?” vroeg hij aan andere militairen. Later sprak M. het akkefietje met de tolk uit. Omdat die de aangifte binnen acht dagen introk, vindt justitie dat de sergeant-majoor op dit punt vrijuit moet gaan.
De aanklager eist een voorwaardelijke boete van 250 euro voor het incident in de sportzaal. De sergeant-majoor ging „over de grens”, stelt hij. „Er was zwaar mot tussen de mannen. Ik kan begrijpen dat in militaire kringen wat sterkere woorden worden gebruikt dan in de wereld van het openbaar ministerie en rechtbank. Maar u bent niet de eerste de beste. Het zou uw autoriteit kunnen aantasten als u te ver gaat. Dat zeg ik met grote terughoudendheid, omdat ik uw positie niet wil onderschatten. Ik ben ervan overtuigd dat u het goede probeert te doen, maar u bent te ver doorgeschoten.”
De ruige taal van Ton M. moet je in militaire context zien, betoogt advocaat mr. M. Ruperti. „Het kan er flink heftig aan toe gaan. Vanachter ons bureautje kan de taal op ons wat vreemd overkomen. Ton M. is recht voor de raap, grof in de mond. Maar hij heeft een klein hart dat op de goede plaats zit.” De ruzie in de fitnessruimte omschrijft de advocaat als een conflict tussen „twee trotse mannen.”
De militaire rechtbank vonnist overeenkomstig de eis. Weliswaar beseffen de rechters „dat er in bepaalde gevallen sprake moet zijn van krachtige bewoordingen.” Verder is het „heel wel mogelijk” dat ook Tony J. „zich niet onbetuigd” liet. Desondanks verdient Ton M. straf. Hij had „mede gezien zijn rang en functie boven de ruzie moeten staan.”
Dit is de laatste aflevering van deze rubriek.