De ondernemer kan niet anders dan concluderen dat het ’spel’ rond de waarschijnlijke aanschaf door Nederland van de straaljager ondemocratische trekken heeft. „De luchtmacht bepaalde al in 1996 zijn voorkeur voor de JSF. Allerlei eisen en wensen zijn sindsdien toegespitst op de mogelijkheden van dit toestel.”
Daarnaast is er volgens Boeder een ongezonde vermenging van Defensie en het bedrijfsleven in het Nifarp, een organisatie van bedrijven die toeleverancier zijn of willen worden voor de JSF. „Defensie en het ministerie van Economische Zaken benaderden de industrie. Vanaf het begin was men alleen op de JSF gericht.”
U stond aanvankelijk positief tegenover de aankoop van de JSF door Nederland. Waarom bent u van gedachten veranderd?
„Toen ik rapporten ging lezen over de voortgang van de testvluchten, schrok ik. Als dit zo doorgaat, krijgen we een veel duurder toestel. Bovendien is het nog de vraag wat de JSF straks wel en niet kan.”
Tweede Kamerfracties krijgen van u uitgebreide feitenoverzichten over de JSF. Hoe gaat u bij het maken daarvan te werk?
„Ik heb contacten met instanties, bedrijven, maar ook parlementariërs in binnen- en buitenland. Het enige wat ik doe is die informatie ordenen.”
Stel: Nederland had zich niet gemengd in de ontwikkeling van de JSF, maar trok een nieuw toestel ”van de plank”.
„Als er nu een open competitie zou worden uitgeschreven, met voorwaarden die zijn opgesteld door een onafhankelijke instantie, heb ik daartegen geen enkel bezwaar. Maar daaraan ontbreekt het nu juist in Nederland.”
De Franse Rafale bleek verrassend goed uit de testvluchten te komen die de luchtmacht maakte. Dan is er toch serieus vergeleken?
„In beoordelingsinstanties in Nederland werken ex-luchtmachtmensen. De offertes van vliegtuigfabrikanten worden getoetst aan eisen van de luchtmacht, door mensen die nauw zijn verweven met de luchtmacht. Er is een enorme tunnelvisie, gericht op de JSF.”
Wordt de JSF er dan met list en bedrog doorgedrukt?
„Nee, vanuit de luchtmacht is met goede bedoelingen aangekoerst op de aanschaf van de JSF. Lockheed Martin maakt daar handig gebruik van. Je kunt dat het bedrijf niet kwalijk nemen; het benut commerciële mogelijkheden.”
U legt de vinger bij problemen met testvluchten van de JSF. Maar bij de concurrenten is ook van alles misgegaan. Prototypes van de Gripen en de Eurofighter zijn neergestort.
„Dat onderstreept dat een jachtvliegtuig een complex apparaat is. Voordat een toestel veilig vliegt, moet er veel worden getest. Maar bij de JSF is de productie gestart terwijl de beproevingen nog in volle gang zijn. Dat noem ik zorgelijk.”
De ontwikkeling van de Eurofighter, Rafale en Gripen heeft ook meer dan twintig jaar geduurd en kent ettelijke vertragingen en kostenoverschrijdingen. Moet u dat ook niet noemen?
„Op zichzelf klopt dat, maar het is voor Nederland niet meer relevant. De Eurofighter en Rafale doen bij ons niet meer mee. Ik wil dat de overgebleven kandidaten op een eerlijke manier worden vergeleken. Dat er bij JSF-concurrenten het nodige fout is gegaan, is een waarschuwing zijn dat we er met de JSF ook nog niet zijn.”
Israël bestelde vorige week 75 JSF’s. Zegt dat iets over de kwaliteiten van het toestel?
„Ja. Maar tegelijk heeft Israël bedongen dat het land het toestel flink mag aanpassen. Dat zegt óók iets. Met de standaardversie zijn ze kennelijk niet tevreden.”
Noorwegen heeft vanaf het begin geld gestoken in de Eurofighter, de Gripen én de JSF. Wat kan Nederland leren van de Noren?
„Dat de vergelijking een stuk overzichtelijker is. Industrie en overheid hebben profijt van een competitie.”
Volgens cijfers die u noemt, is de stuksprijs van de JSF ongeveer 100 miljoen euro. Wat betekent dat voor Nederland?
„Ons budget is 5,6 miljard euro. Het hangt er een beetje van af hoe je het berekent, maar dan kunnen we maximaal 48 toestellen aanschaffen. Minder dus dan de 85 waarover de luchtmacht spreekt. Stel je dan voor dat we de Gripen of de nieuwste versie van de F-16 kopen. Dan kan het plaatje er nog wel eens anders uitzien.”