Onbegrip overheerst. „Het is een koude oorlog tegen de islam”, verzekert voorzitter Mohammed van de L’Oummamoskee in de hoofdstad. Zijn achternaam wil hij niet kwijt. Wel dat de vrijheid van meningsuiting in het Westen grenzen overschrijdt. „Persvrijheid mag nooit zo ver gaan dat er godsdiensten worden beledigd. Iedereen hier is boos.”
In de kapsalon van de moskee laat Mohammed El Marhouchi zich voor 6 euro knippen. Een lik gel is gratis. „In Nederland neem ik niet deel aan protesten”, laat hij vanuit de kappersstoel weten. „Maar als ik in Marokko was en ze zouden daar ambassades in brand steken, dan zou ik direct meedoen. Ze beschadigen ons ook.”
Om de hoek, bij de supermarkt, gaat Ibrahim nog een stap verder. „Als ik die cartoonist alleen tegenkom, zou ik hem vermoorden”, zegt hij beslist. „Hij kwetst ons. Ze moeten niet aan de profeet komen. Wat heeft hij verkeerd gedaan?”
Twee kilometer verderop ligt de omstreden El Tawheedmoskee er stilletjes bij. Achter de houten voordeur klinkt het geluid van een stofzuiger. Ook na twee keer aanbellen blijft de deur dicht. Handmatig kloppen werkt beter. „Er is niemand”, zegt iemand. Even later zwaait de deur toch open. Ja, ook de schoonmaker is onthutst over de cartoons.
In de kantine van het Islamitisch College Amsterdam verheugt Ossama A Liou zich op een grote demonstratie die -volgens geruchten- zaterdag in Amsterdam wordt gehouden. ”Heer vermeerder onze kennis”, luidt het opschrift boven de hoofdingang van de school voor vmbo, havo en vwo. Eén ding is zeker: Ossama demonstreert zaterdag op de Dam. „Misschien komen er wel relletjes.”
Zaari Farid reageert geschrokken op de reacties vanuit islamitisch Amsterdam. „Het lijkt wel of je in het Midden-Oosten bent geweest”, laat het bestuurslid van de El Tawheedmoskee en van de islamitische school zich ontvallen. „Ik maak me zorgen.”
Het moskeebestuur heeft aangifte gedaan tegen de publicatie van de cartoons op de site van Kamerlid Wilders. „We hopen daarmee een uitbraak van geweld onder moslims in Nederland te voorkomen, door hun te laten zien dat we ook via een geweldloze weg kunnen protesteren. We moeten blijven praten.”
Over een eventuele escalatie in Nederland wil de moskee- en schoolbestuurder niet spreken. „Ik wil het niet stimuleren. Anders halen we een escalatie misschien naar voren. We moeten juist zo veel mogelijk aansturen op een dialoog.” Gerust is hij niet. „Laten we hopen dat de huidige onlusten in moslimlanden niet overslaan naar hier.”
De Amsterdamse moslim erkent het goed van de vrijheid van meningsuiting, maar ziet tegelijk grenzen. „Kwetsen hoort niet bij persvrijheid. De beledigingen gaan steeds verder. Blijkbaar kan hier steeds meer.”
Volgens hem kan het niet zo zijn dat godsdiensten elkaar op de korrel nemen. Bespotting van jodendom en christendom door islamieten acht hij „zeer onwaarschijnlijk.” De islamitische wereld heeft -naar zijn idee- „absoluut” schone handen in dezen. „Misschien zijn bepaalde politieke leiders beledigd, maar geen godsdiensten. De islam is vredig.” Hij wijst op de historie. „Kijk maar eens welk geloof in de geschiedenis het meest gewelddadig is geweest.” Een antwoord op die vraag wil hij niet geven.
Het geluid vanuit de moskee is opmerkelijk. Nog geen jaar geleden heeft justitie onderzoek gedaan naar opruiende en haatzaaiende boeken en geschriften uit het omstreden gebedshuis aan de Jan Hanzenstraat. In 2004 heeft het kabinet zich gebogen over sluiting. Minister Donner van Justitie zei destijds dat een vooronderzoek „niet tot de conclusie had geleid dat er niets aan de hand was.” Een veroordeling is echter uitgebleven.
Waarom er pas na vier maanden opschudding over de gewraakte cartoons ontstaat, is Farid een raadsel. „Een verklaring heb ik niet. Ook wij zijn overrompeld.”