Het rapport van de commissie-Maljers zet echter in op ontpoldering van de Braakman-Zuid, een gebied ten westen van Terneuzen. In dat gebied ligt ook landbouwgrond, zij het minder dan bij de eerst voorgestelde andere polders. De ZLTO is bang dat ontpoldering van de Braakman zal leiden tot verzilting van omliggende landbouwgrond.
Volgens De Koeijer is ontpoldering te voorkomen wanneer de provincie inzet op natuurherstel in het Verdronken Land van Saeftinge. „De aanleg van jong schor zal het functioneren van de zeearm ten goede komen. Met het afgraven van vervuilde grond uit dit natuurgebied kan bovendien werk met werk gemaakt worden door de grond te benutten voor dijkaanleg en -versterking”, aldus De Koeijer in de brief aan de provincie.
Voorzitter prof. Maljers van de onderzoekscommissie wees die optie vorige week al van de hand omdat de kosten van het afgraven van Saeftinge enorm zouden zijn. Volgens De Koeijer liggen de kosten veel lager dan de commissie heeft beraamd.
De ZLTO, die zo’n 18.000 leden en 10.000 agrarische bedrijven vertegenwoordigt, vindt daarnaast dat ook andere alternatieven moeten worden onderzocht met het oog op mogelijke nieuwe natuurclaims in de toekomst. Vooral de buitendijkse alternatieven zoals eilandjes voor de kust dienen hiervoor in aanmerking te komen. Daarmee hoeft geen bestaande grond te worden opgegeven.
De commissie-Maljers verwees de plannen voor zulke kunstmatige eilandjes vorige week al naar de prullenbak met een beroep op de hoge kosten, de mogelijk toenemende onveiligheid vanwege onvoorspelbare zeestromen en het argument dat er niet daadwerkelijk nieuwe natuur zou ontstaan.