De B. kreeg in 2004 levenslang opgelegd voor de moord op zeven ziekenhuispatiënten en drie pogingen daartoe. De vermeende slachtoffers waren ernstig zieke kleine kinderen en bejaarden. Ze heeft echter van meet af aan ontkend dat ze iets met de incidenten te maken heeft gehad.
Behalve het hof in Den Haag sprak ook het hof in Amsterdam zich al eerder uit over de Haagse verpleegkundige. In Den Haag werd zij veroordeeld tot levenslang en tbs met dwangverpleging. Nadat de Hoge Raad had geoordeeld dat die strafcombinatie niet kon, boog het hof in Amsterdam zich over de zaak en kwam uit op een levenslange gevangenisstraf.
Toxicoloog Jan Meulenbelt deed het aanvullend onderzoek. Hij constateerde dat baby A. ook aan een natuurlijke dood kan zijn overleden, door uitputting. De dioxine die in het lichaampje werd aangetroffen, is waarschijnlijk niet de oorzaak van overlijden.
De adviseur van de Hoge Raad, G. Knigge, had het hoogste rechtscollege daarom ook al aangeraden de zaak te heropenen. Hij adviseerde tevens om niet alleen de veroordeling van de moord op baby A. opnieuw te onderzoeken, maar ook de zes andere veroordelingen. Het bewijs in de sterkste zaak, die van baby A., hing namelijk nauw samen met dat van de andere zaken.
De Hoge Raad heeft dit advies dinsdag overgenomen. De levenslange straf van De B. blijft opgeschort en daardoor blijft ze op vrije voeten.