Urenlang kan wrakduiker Hans Eelman vertellen over zijn passie. In zijn woonkamer in Oudeschild op Texel liggen vergeelde zeekaarten binnen handbereik. Maar ook mappen met tientallen prints van digitale onderwaterfoto’s, verkregen via hypermoderne sonarapparatuur dat „een wrak tot op een meter nauwkeurig lokaliseert.”
Al zo’n veertig jaar speurt de Texelaar met zijn eigen, 16 meter lange onderzoeksschip Phileas Fogg naar wrakken op de zeebodem van de Waddenzee en de Noordzee. Meestal in een straal van 20 kilometer rond Texel.
Vaak op aanwijzen van vissers, die met hun netten verstrikt raken in een wrak, gaat Eelman op expeditie. Door de jaren heen lokaliseerde de maritiem historicus tientallen scheepsresten en haalde hij talloze eeuwenoude spullen boven water.
Kostbare violen
Nog altijd zoekt Eelman naar verborgen schatten in zee. Deze dagen gaat hij het water op om te duiken naar een vorige week gevonden scheepswrak, dat door ontzanding bloot is komen te liggen. „Ik ben hier achter de duinen geboren”, lacht de Texelaar. „Dan heb je zout in je bloed. Dat betekent dat ik last heb van een ondernemende geest. Zo’n nieuw wrakje zit tussen m’n oren. Dat kan ik dan niet de hele winter onbekeken laten.”
Wat zijn bloed ook sneller doet stromen zijn hardnekkige geruchten over een koperen container, die op de zeebodem zou liggen langs de kust bij Noord-Holland. „Vluchtende Duitsers zouden aan het einde van de Tweede Wereldoorlog roofgoed in die container hebben gestopt. Kostbare violen en schilderijen. De container is nog altijd niet gevonden. Daar wil ik nog eens naar gaan zoeken.”
Stenen rookpijpjes, tinnen kommen, een octant (navigatie-instrument). Tientallen opgedoken spullen uit scheepswrakken stalde Eelman in zijn woonkamer uit.
Een van zijn meest bijzondere vondsten? Uit een vitrine vol historisch scheepsgerei haalt de Texelaar een houten lepel tevoorschijn. Hij ontdekte het kleinood, afkomstig van een koopvaardijschip uit 1734, in 1970. „Samen met anderen dook ik naar het wrak. Het water was troebel. Toen de ene duiker een bordje opspoorde en de ander een kruikje te pakken kreeg, dacht ik: Het wordt tijd dat ik ook wat vind. In de modder stuitte ik op een deksel van een kist. Ik moest heel wat zand wegvegen. In de kist lag een rek met tinnen lepels en de houten lepel, die de schipper zelf uit iepenhout had gesneden. Ik heb de houten lepel wekenlang besprenkeld met een soort was, anders was het ding verschrompeld.”
Pronkstukken zijn ook twee bronzen tabaksdozen, opgedoken in het VOC-schip de Lelie, uit 1654. In 1998 kwamen de dozen boven water. Op een van de exemplaren is een gravure van het Paleis op de Dam te zien, dat in die tijd juist werd gebouwd.
Storm
Ieder schip heeft zijn verhaal, dat maakt het wrakduiken zo fascinerend, zegt Eelman, die zelf in zijn jonge jaren de oceanen bevoer. „Een paar jaar geleden hebben we in het Molengat, op de Noordzee, opnieuw het wrak van de Urker kotter Maartje gevonden. Die is in 1967 tijdens een storm met man en muis vergaan.
Zo’n geschiedenis doet mij denken aan gevaarlijke grondzeeën. Doordat het opzwepende water zand van de bodem meeneemt, wordt het water een stuk zwaarder. Als er veel water op het dek slaat, kan een schip kapseizen.
Zelf weet ik wat het is om in hevig noodweer terecht te komen. Bij Porto Rico kwamen we in 1964, ’s nachts om vijf over halftwee, terecht in de kern van een orkaan. Je weet echt niet wat je meemaakt. Ons 100 meter lange schip smakte van de top van een golf met de boeg 40 meter de diepte in. Door het noodweer raakten we in een black-out, de hoofdmotor en ook de communicatieapparatuur was uitgevallen. Uiteindelijk zijn we met drie dagen vertraging op onze bestemming aangekomen, aan de Amerikaanse oostkust.”
Veel van de wrakken rond Texel zijn eeuwenoude koopvaardijschepen uit de tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie. De houten zeilschepen vergingen tijdens een storm, zonken na een scheepsbrand of werden verpletterd door ijsgang.
Opzienbarend was de vondst van een wrak van een koopvaardijschip in 1980, met daarin honderden scheepsartikelen. Zoals scheepstouwen, bronzen kookpotten, een tapkraan en tinnen lepels. „We kwamen er achter dat het schip een ouwe jongen moest zijn, van voor 1600. We vonden er namelijk geen rookpijpjes. Die tref je wel standaard aan in schepen van na 1600, omdat toen het roken in zwang raakte.
Uit de archieven bleek dat er in 1593 in de nacht van eerste kerstdag een geweldig zware storm heeft gewoed. Er vergingen 44 schepen, duizend mensen verdronken. We gaan ervan uit dat het wrak dat we hebben gevonden een van de vergane schepen van de reder-dichter Roemer Visscher was. De schade die zijn rederij opliep, was zo groot, dat Roemer zijn in 1594 geboren dochter Maria Tesselschade noemde.”
Kanon
Tot zijn verbazing stuitte Eelman in 1985 op de zeebodem op een loodzwaar bronzen admiraliteitskanon, behorend bij een VOC-schip uit 1640. „Normaal gesproken waren VOC-schepen niet voorzien van dergelijke kanonnen. Maar in 1639 voltrok zich een beslissende zeeslag tegen de Spanjaarden. Daarom werden ook VOC-koopvaarders ingezet als oorlogsschepen. Gefinancierd door de miljoenen guldens van de Zilvervloot van Piet Hein werden de Spanjaarden verslagen.”
Bij hetzelfde wrak vonden de Texelaar en zijn mededuikers ook twee gouden munten. „Eentje daarvan heb ik naar toenmalig minister Brinkman gestuurd. Ik heb de postkamer van het ministerie nog gebeld. Hou de post goed in de gaten, die munt mag niet worden gepikt. Van de minister heb ik nooit wat gehoord.”
Af en toe stuit Eelman onder water op een vliegtuigwrak. Zo speurde hij ruim twintig jaar geleden bij de Afsluitdijk de restanten van een Britse Lancaster-bommenwerper op. De bijzondere duikmissie staat in zijn geheugen gegrift. „Ik zie nog een school grote tongen rond een vleugel zwemmen. Zodra ik in de buurt kwam, schoten die vissen razendsnel weg.”
Indruk maakte zeker ook het feit dat er menselijke resten in het vliegtuigwrak werden gevonden. „Door de enorme klap hebben de inzittenden niet de kans gehad om uit het vliegtuig te klimmen. Ik heb in het wrak nog een schedel in handen gehad. Maar die heb ik weer teruggelegd, uit respect voor de slachtoffers.”
Verrassend was dat de duikers in het vliegtuig een identificatieplaatje van een Canadees vonden. „Dat was voor ons een grote ontlading. Nabestaanden wisten nu op welke plek hun geliefde om het leven is gekomen. De meer dan 90 jaar oude moeder van die Canadees was zielsgelukkig. Dat de overblijfselen van haar zoon waren gevonden, was voor haar een soort thuiskomen.”
Onderzeeboot
Een van de meest spectaculaire duikvondsten deden Eelman en zijn metgezellen in 1982, toen ze de Britse onderzeeboot H-49 ontdekten. Het gevaarte ligt op 27 meter diepte op de Noordzeebodem. „In de schemering op de zeebodem, te midden van kreeftjes, ontdekte ik opeens een glimmend gepoetste toren. Heel fascinerend. Ik dacht: Wat krijgen we nou? Het bleek de toren van een onderzeeër te zijn. Doordat er netten tegenaan schuurden, werd de toren als het ware voortdurend gepoetst.”
De onderzeeboot bleek in oktober 1940 te zijn bestookt met Duitse dieptebommen. De voorsteven ontplofte. Van de tientallen opvarenden overleefde alleen de Brit George Harrison de explosies.
Groot was de verrassing toen bleek dat Harrison in 1982 nog in leven was. Eelman: „Eerst deed het verhaal de ronde dat de man kort na de oorlog was overleden. Toen meldde een vrouw: „Dat klopt niet, die man woont hier om de hoek.” Later stuurde Harrison me zelf een brief, met het trillerige handschrift van een bejaarde man. Hij schreef dat hij in de machinekamer verbleef en dat er niet genoeg overlevingsvesten aan boord waren. Bij de verdeling kreeg hij geen vest. Na een explosie is hij uit een achterluik geknald en wonderlijk genoeg levend boven water gekomen.”
Voor nabestaanden organiseerden Eelman en anderen later een vaartocht naar de plek waar de onderzeeboot op de bodem lag, nog altijd met de menselijke overblijfselen aan boord. Uit respect voor de omgekomen opvarenden werden op het water kransen gegooid. „Ik herinner me nog dat zo’n oud, klein vrouwtje, 1,50 meter lang, naar me toe kwam. Haar man was een van de slachtoffers. Ze vroeg of ze het boeitje mocht hebben waarmee we de plek van het schip hadden gemarkeerd. Dat boeitje was voor haar een herinnering aan de vaartocht. Ik gaf haar het ding. Ik zie haar nog staan met dat boeitje in haar armen, als was het haar kind.”
Dit is het eerste deel in een serie over schatzoekers.
Schatzoekers
Texelaar Hans Eelman is dezer dagen op het water om te speuren naar een vorige week gevonden scheepswrak. Al tientallen jaren duikt hij naar schatten op de zeebodem.
Menigeen in Nederland zoekt naar tal van spullen, al dan niet uit een ver verleden. Mensen speuren in de zee, in de bodem, of waar ook.
Bent u of kent u ook een schatzoeker? Laat het ons weten via mensen@refdag.nl of via Reformatorisch Dagblad, t.a.v. Redactie Mensen, Postbus 670, 7300 AR Apeldoorn.