De graven van 28 onbekende oorlogsslachtoffers zijn onderwerp van minutieus onderzoek.
De inhoud per onbekend graf zal deze dagen belanden op de witte tafel in het mobiele NFI-laboratorium. Specialisten stellen per persoon DNA-monsters veilig. Die worden dagelijks naar het NFI in Den Haag vervoerd.
Van elk oorlogsslachtoffer neemt de NFI vijf monsters. Het gaat om delen van een rib, het dijbeen, twee kiezen en een tand. Deze lichaamsonderdelen bevatten het best bewaarde DNA.
Het identificeren van de meer dan een halve eeuw oude lichaamsresten duurt beduidend langer dan bij gebruikelijke DNA-onderzoeken. Het vergt drie tot zes maanden voordat de onderzoekers uitsluitsel hebben. „Het is voor een groot deel ambachtelijk handwerk”, licht NFI’er M. Oosterheert toe. „De resten vermalen we tot fijnstof, waardoor die geschikter zijn voor onderzoek.”
Sinds 2007 bevat de DNA-databank Vermiste Personen ongeveer 500 profielen. Los daarvan is er de DNA-databank voor strafzaken, met daarin meer dan 100.000 profielen van criminelen.
Oorlogsslachtoffers
Nederland verloor in de Tweede Wereldoorlog zeker 180.000 landgenoten. Het gros daarvan, de 103.000 Joodse Nederlanders, stierf of werd vermoord in de concentratie- en vernietigingskampen.
De Oorlogsgravenstichting beheert zo’n 50.000 graven van Nederlandse oorlogsslachtoffers: 25.000 op het Indonesische eiland Java, 13.000 in Nederland en 12.000 in vijftig andere landen.
Ons land kent twee erevelden voor omgekomen Nederlandse oorlogsslachtoffers: Ereveld Loenen en de Grebbeberg.
Op Ereveld Loenen zijn zo’n 3700 mensen ter aarde besteld, van wie ongeveer 10 procent militair is. Onder de begraven slachtoffers zijn ook gesneuvelden tijdens militaire missies na de Tweede Wereldoorlog.
Jaarlijks worden er op Ereveld Loenen nog mensen herbegraven, met name uit graven die elders in het land geruimd moeten worden.
Op de Grebbeberg liggen ongeveer 850 militairen begraven. Ze kwamen om tijdens de meidagen in 1940.