Van Rhee kan zich voorstellen „dat er hier en daar wel een paar mensen zijn die er moeite mee hebben, ook gezien de protestantse wortels van onze partij. Maar onderzoek onder onze kiezers heeft aangetoond dat het maar om een marginaal deel gaat, dat overhelt naar de SGP. Het kan zijn dat enkelen nu daadwerkelijk de overstap maken.”
„Op enig moment” moet er volgens hem „wel met elkaar gepraat worden. We moeten het erover hebben hoe we met de verschillende culturen binnen de partij omgaan. Op de een of andere manier moeten we werken aan een nadere kennismaking.”
Maar op korte termijn hoeft er volgens hem geen formeel partijoverleg plaats te hebben over de kwestie Limburg. „Wij hebben nooit uitgesproken dat we een partij van alleen protestanten zijn. Mensen kunnen lid worden van onze partij als ze het eens zijn met de grondslag. Wij gaan dan niet vragen van welke kerk men lid is.”
In veel gevallen weet de partij dat helemaal niet, stelt Van Rhee. „Ja, als iemand Frissen of Eurlings heet, kun je een vermoeden hebben van zijn achtergrond. Maar nogmaals: wij selecteren daar niet op. Dat is een heel bewuste keuze geweest die we als partij gemaakt hebben.”
Hoewel achtergronden van mensen niet geregistreerd worden, weet Van Rhee dat de partij inmiddels naast gereformeerde ook evangelische, Joodse en rooms-katholieke leden heeft. „Die mensen kunnen ook actief worden in de partij. Zij zullen voor zichzelf moeten uitmaken of zij ons programma geloofwaardig kunnen uitdragen.
Daarin heeft trouwens ook de plaatselijke kiesvereniging een rol. Zij selecteert voor gemeenteraden en Provinciale Staten de kandidaten en gaat in persoonlijke gesprekken na of kandidaten echt hartelijke verbonden zijn aan ons programma.”
In de praktijk loopt het zo’n vaart niet met de toeloop van rooms-katholieken, is de overtuiging van Van Rhee. „Let wel: we hebben het hier niet over de gemiddelde katholiek. Die meldt zich niet bij ons. Het gaat om die katholieken die zich nadrukkelijk op de Bijbel beroepen. Dat is relatief een klein deel van dat kerkgenootschap.”
Niettemin kan dat deel in de Limburgse CU best groot zijn, erkent hij. „Landelijk gaat het om hoogstens 2 procent van alle potentiële CU-kiezers. Maar in Limburg is dat twee keer zo veel. Bij de laatste verkiezingen gingen we in een bepaald dorpje van 13 naar 130 stemmen. Die vertienvoudiging komt dan voornamelijk uit rk-hoek. Aan die ontwikkeling zullen we even moeten wennen.”