Dijkgraaf J. M. Geluk van waterschap Hollandse Delta, dat verantwoordelijk is voor de veiligheid van de kering bij Ouddorp, sprak de staatssecretaris woensdag in het openbaar aan op de noodzaak van betere plannen en meer geld voor de lange termijn. „We weten allemaal van New Orleans. Er is meer geld nodig. Ik denk dat die boodschap is overgekomen”, voegde hij de staatssecretaris toe bij de feestelijke start van de werkzaamheden bij Ouddorp.
Volgens Geluk heeft het huidige kabinet 400 miljoen euro extra voor de keringen beloofd tot 2012, maar het gaat hem om de lange termijn. Tot 2018/2020 is volgens hem in elk geval 1,6 tot 1,7 miljard euro nodig. „Wij bouwen dijken voor vijftig jaar. Dan moet je ook een schema hebben voor vijftig jaar. Volgens de staatssecretaris wordt er voor deze kabinetsperiode voldoende gedaan. Maar over de periode daarna doet ze geen uitspraken. Dan zegt ze: dat neem ik mee en dat vind ik een interessante gedachte. Met andere woorden, daarover staat niets in haar watervisie.”
Deze watervisie komt deze maand in de openbaarheid. Daarin komt Huizinga met een samenhangende visie op het beleid inzake water voor de langere termijn, zo kondigde ze na haar aantreden aan.
Eerder al gaf Huizinga aan dat de oprichting van een deltacommissie een onderdeel van die visie zou zijn. Zo’n commissie moet gaan kijken naar de veiligheid van de keringen „voor de komende honderd jaar.”
Volgens ingewijden buigt het kabinet zich morgen over de nota van Huizinga. Lenie Dwarshuis, VVD-gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, liep er woensdag in Noordwijk op vooruit. Zuid-Holland, Zeeland en Noord-Brabant maken zich zorgen over de waterkwaliteit in de zuidwestelijke delta, als nevenwerking van de Deltawerken. Behalve over de verzilting gaat het bijvoorbeeld om de oprukkende blauwalg in Krammer, Volkerak en Zoommeer. Daardoor ontstaat een groen drab waardoor het water niet meer geschikt is voor recreatie, drinken en landbouwgebruik. Dwarshuis verwacht dat dit onderwerp „hoog scoort” in de watervisie van Huizinga.
Anderzijds maken waterschappen en provincies zich al langer zorgen dat er te weinig geld is om de primaire keringen langs de kust en grote rivieren op orde te brengen. Financiering gebeurt te incidenteel en niet structureel, „terwijl er sinds de watersnoodsramp van 1953 achter die keringen zes keer zo veel mensen wonen en de economische waarde zes keer zo hoog is.” Dwarshuis hoopt dat in de miljoenenota wel structureel geld komt voor korte en lange termijn.
Ook dijkgraaf Doornhof van hoogheemraadschap Rijnland, verantwoordelijk voor het werk bij Noordwijk, uitte kritiek op Huizinga. Hij wees de staatssecretaris op noodzakelijke kustversterkingen bij Katwijk, die niet zijn ondergebracht bij de tien zwakke schakels. Doornhof wil dat er prioriteit aan Katwijk wordt gegeven, omdat er in buitendijks gebied 3000 mensen wonen met een kans op overstroming van eens in de 300 jaar. Daarmee zou Katwijk vergelijkbaar zijn met New Orleans, „of zelfs onveiliger” zijn.
Huizinga heeft enkele maanden geleden al financiële toezeggingen gedaan, als het schap met goede plannen zou komen. Maar volgens Doornbos zijn de voorwaarden intussen bijgesteld. Hij hekelde het „zwabberen” in beleid en riep de staatssecretaris op om voor Katwijk dezelfde uitgangspunten te hanteren als voor de andere zwakke schakels.