Boeken heeft de intelligente moslimadvocaat in overvloed: de muren van zijn woning in Rotterdam zijn er van boven naar beneden mee bekleed. Niet alleen islamitische boeken overigens: christelijke boekhandel Lindenberg had een goede klant aan hem. Hij kocht er onder meer Augustinus, Ambrosius, Calvijn, Zwingli en Voetius.
In zijn betogen schroomt hij niet de opgedane kennis te etaleren. Zo kan het dat -onder andere- Bill Clinton, de Afrikaanse Bantutalen, popgroep U2, bisschop Desmond Tutu, Valerius’ Gedenck-clanck en verlichtingsdenker John Locke samenkomen in een nauwelijks twee pagina’s tellende pleitnota. Over de laatste schreef hij daarin onder meer, in een hem kenmerkende zin: „Locke pointeert frequent en iteratief naar dit klaarblijkelijke bewijs van verstompte hypocrisie en stelt dat de religieuze fanaten die haarkloven over doctrinaire nulliteiten en muggenziften over sektarische futiliteiten relatief placide de meer in het oog springende morele zonden zouden recipiëren.”
Mohammed Enait is, ondanks zijn orthodoxe geloofsopvattingen, niet wars van het verlichtingsdenken. Met name het waarderelativisme van de Franse filosoof Foucault interesseert hem. Zo zijn de Nederlandse mores voor Enait allerminst boven discussie verheven. Ook hoeft zijn interpretatie van de Koran niet die van andere moslims te zijn; Enait laat op dat punt veel ruimte. Dat leidt ertoe dat hij zelfs een gewelddadige interpretatie van Koranteksten niet veroordeelt. „Allah zal daar over oordelen”, zegt hij. „Dan zal blijken wat het beste was.” Wel wijst hij voor zichzelf iedere vorm van geweld af.
Ook in zijn manier van religie beleven is Enait geen doorsneemoslim. Van het collectivistische karakter van de islam heeft hij afscheid genomen: hij leeft zijn leven op een zeer individualistische manier en sluit zich bewust bij geen enkele moskee aan.
Ondanks die ’verlichte’ tendensen valt Mohammed Enait vooral op door zijn zeer orthodoxe invulling van de islam, die hij bovendien combineert met een compromisloze houding. Dat levert vreemde taferelen op. Zo blijft hij tegen de gewoonte in zitten als de rechter binnenkomt aan het begin van een zitting. Ook geeft hij niemand nog een hand -ook mannen niet- nadat hij erover gekapitteld werd dat hij vrouwen discrimineerde door hun zijn hand te weigeren. Verder bespeurt hij overal in Nederland een wittemannendictatuur die erop uitis moslims het leven zuur te maken. De strijd tegen die vermeende dictatuur voert hij fel en niet-aflatend, waarbij hij forse taal niet schuwt.