Zijn fietstassen zijn zoals elke week gevuld met enkele tientallen edities van het Bodegraafs Nieuwsblad. Het is het huis-aan-huisblad dat hij sinds mei 2007 wekelijks in Bodegraven-Noord bezorgt.
Het rondbrengen van de krant levert hem, behalve een leuk zakcentje, aardige ontmoetingen op met lezers. Eén bewoner, een al wat oudere, alleenstaande man uit een van de sloopflats, spant qua sociale contacten de kroon.
Niet alleen loopt hij over van vriendelijkheid, ook zijn waardering voor Jelmers punctuele bezorging laat hij op royale wijze blijken. Al kort nadat de scholier met zijn bijbaantje begon, stopte hij Jelmer 2 euro in de hand, de keer daarop weer en al vlug wist de nijvere krantenbezorger niet beter of het was altijd zo geweest.
Een enkele keer kon er behalve het geldbedrag ook nog een reep Mars vanaf of een complimentje voor zijn „leuke, rode haar.”
Op Valentijnsdag 2008 laat de joviale man zich niet zien, merkt Jelmer terwijl hij het flatgebouw nadert. Dan maar een keer geen 2 euro of een Mars. Maar juist als hij de krant door de bus duwt, ziet hij dat de man hem ook op deze gure Valentijnsdag niet is vergeten. Integendeel, op de bus prijkt een envelop met daarop de tekst ”Voor de krantenjongen”, zodat het lijkt alsof de kindervriend juist op deze dag voor de bezorger een extra presentje in petto heeft.
Hans B., de bewoner van de sloopflat, is een alleenstaande homo van 54. Al op zijn veertiende had hij zijn eerste seksuele contact, met een oudere man. Het wekelijkse contact met de krantenbezorger vindt hij geweldig. Alles wijst erop, zo fantaseert Hans B., dat ook de jongen dat zo ziet.
Woensdagavond 13 februari, de avond voor Valentijnsdag, laat B. alle schroom varen. In weinig verhullende bewoordingen nodigt hij de jongen per brief uit tot seksueel contact. „Toen ik veertien was, kon ik me ook bij een oudere man uitleven. Laat het weten als je wilt en gooi dit briefje alsjeblieft weg”, schrijft B.
De brief gaat inclusief een biljet van 10 euro in de envelop, die de nietsvermoedende Jelmer de dag erop vindt.
Totaal overstuur vlucht de jongen naar de ouderlijke woning. De door zijn moeder ingeschakelde politie houdt B. op 23 juni 2008 aan. Twee dagen zit hij vast.
B. is de klos. Sinds 2002 kan justitie door een aanscherping van de zedelijkheidswetgeving van het verleiden van een minderjarige tot het plegen van ontucht een zaak maken zonder een officiële klacht van het slachtoffer. Deze dient alleen te worden „gehoord.”
Zodoende moet B. op 16 januari 2009 terechtstaan voor de meervoudige strafkamer in het Paleis van Justitie in Den Haag.
Hans B. windt er geen doekjes om en geeft eerlijk toe op de bewuste Valentijnsdag te hebben gehoopt dat er naar aanleiding van het briefje „op seksueel gebied wat zou gebeuren.” Op vrijwillige basis moet dat kunnen, zo houdt B. staande. Wel verzekert hij de rechters dat de groepstherapie bij kliniek De Waag waarmee hij inmiddels is gestart, begint te werken. „Ik realiseer mij nu dat het heel erg is wat er is gebeurd.”
Tijdens de zitting wordt ook de visie van het slachtoffer op de toedracht duidelijk. „Het is niet normaal dat een man van 50 dit met mij wil. Hij moet erop worden aangesproken omdat hij het anders nog een keer zal doen”, leest rechter mr. H. Steenhuis uit een door Jelmer opgestelde verklaring voor.
Twee weken later vonnist de rechtbank conform de eis een werkstraf van tachtig uur, drie maanden voorwaardelijke celstraf en voortzetting van de therapie voor ontuchtplegers. B.’s verklaring dat hij geen dwang zou hebben gebruikt, doet aan de ernst van het feit niet af, aldus het vonnis. „Een dergelijke gebeurtenis berokkent schade aan jeugdige personen, waarbij niet zelden bij deze slachtoffers de psychische gevolgen, ook op latere leeftijd, nog merkbaar zijn.”