Er zijn nog duizenden andere bacteriën die de gezondheid mogelijk bevorderen. Maar die zijn volgens het Voedingscentrum nog niet goed onderzocht. Behalve probiotica bestaan er ook prebiotica en synbiotica. Prebiotica zijn meestal onverteerbare koolhydraten (voedingsvezels). Hoewel ze onverteerbaar zijn, kunnen ze wel in de dikke darm worden afgebroken. Hierbij ontstaan bepaalde stoffen die de darmpassage versnellen. Ook stimuleren deze stoffen de groei van lactobacillen en bifidobacteriën in de dikke darm. Daarom kunnen ook prebiotica belangrijk zijn voor gezonde darmen. Synbiotica zijn producten waar probiotica en prebiotica in zitten.
ALVLEESKLIERONTSTEKING - Een acute alvleesklierontsteking of pancreatitis kan ontstaan door een galsteen die de galbuis afsluit. Gal uit de lever en spijsverteringssappen uit de alvleesklier kunnen dan niet meer naar de darm stromen. De ophoping kan ertoe leiden dat de agressieve vetsplitsende enzymen van de alvleesklier vrijkomen in het orgaan. Afbraak van weefsel is het gevolg.
Ook de darmwand kan aangetast raken, waardoor bacteriën uit de darm het aangedane gebied kunnen binnendringen en infecteren. Vooral de darmbacterie Escherichia coli (E. coli) is in dit verband berucht. In een volgend stadium kan ook bloedvergiftiging optreden en kunnen organen uitvallen. Dit is een zeer kritieke situatie, die niet zelden leidt tot het overlijden van patiënten.
GOED EN SLECHT - Uit onderzoek is bekend dat probiotische bacteriën in staat zijn kwaadaardige darmbacteriën terug te dringen. Het is dit principe dat de onderzoekers in Utrecht bewoog om de goedaardige darmbacteriën door middel van een sonde via neus en maag rechtstreeks in de dunne darm toe te dienen. Met helaas onverwacht slechte gevolgen. Uit studies met ratten en twee studies met mensen waren echter geen nadelige effecten gebleken.
OPZET STUDIE - De patiënten kregen zes probiotische bacteriestammen toegediend. Deze cocktail had de naam Ecologic 641 en werd geleverd door het bedrijf Wincope. De deelnemende patiënten met een alvleesklierontsteking werden verdeeld in twee gelijke groepen, die via loting waren ontstaan (randomisatie). Een groep kreeg de bacteriën via de sonde toegediend, een controlegroep kreeg een exact hetzelfde ogend neppreparaat. Zowel artsen als patiënten wisten niet wie wat kreeg (dubbelblind placebogecontroleerd).
Een analyse halverwege het onderzoek door een onafhankelijke toetsingscommissie leverde geen aanwijzingen op voor een verhoogde sterfte onder de deelnemende patiënten in beide groepen. Pas aan het eind van het onderzoek werden de codes verbroken en kregen de onderzoekers inzage in de gang van zaken.