Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Uitgeput naar het huis van de patiënt

DEN HAAG - Had thuiszorgverpleegkundige Hans H. echt de opzet een bejaarde patiënt te mishandelen? Of was hij zo oververmoeid dat hij uit onmacht een oude man aan zijn lot overliet?
Hij zit erbij als een zielig hoopje mens. Wanhopig. Ineengedoken. Zijn advocate spreekt een bemoedigend woordje. „Kop op, joh. Ik sleep je erdoor.”

Hij is Hans H., thuiszorgverpleegkundige. Al jaren kwam hij over de vloer bij de familie De R. Eerst verpleegde hij man en vrouw. Na haar overlijden, in 1998, werd hij de steun en toeverlaat van meneer.

„Tot 2004 had hij ons vertrouwen”, verklaart de dochter van meneer in het Haagse paleis van justitie. Ze somt op hoe Hans zijn werk deed: betrokken, toegewijd. Haar argwaan werd geboren toen ze vanaf najaar 2004 haar vader steeds vaker hulpbehoevend aantrof. „Op de vloer lagen overal etensresten. Vader vroeg om drinken, klaagde over dorst.”

De argwaan bracht de dochter en een kleinzoon van meneer, tevens haar neef, in beweging. Wat spookte Hans allemaal bij vader uit? De lijst ”verdachte gedragingen” die het tweetal ging bijhouden, groeide zienderogen. Hans reageerde laconiek op een valpartij die de oude een bloedende hoofdwond opleverde. Hans belde: „Uw vader heeft last van muizen die nota bene over zijn ontbijtbord trippelen. Doe er wat aan, voordat er een zorgweigering komt.” Hans schrok toen dochter vroeg waarom de koelkast leek uit te puilen van de voedselvoorraden. „Uw vader heeft niet altijd trek”, had hij gezegd.

Gedreven door argwaan besloten dochter en kleinzoon Hans’ gangen in de woning van vader te volgen. Beurtelings posteerden ze zich stiekem op de trap. Op 21 juni 2005 -dochter lag op de loer- was het prijs. Om 7.00 uur betrad Hans gehaast de woning. Vader was nog in diepe slaap, Hans liet dat zo. In het logboek schreef hij: 21/06: eten en drinken genomen. Om 7.05 uur vertrok hij weer, zonder verder iets te hebben gedaan.

„Waarom?” is de klemmende vraag van raadsheer I. de Vries aan de thuiszorgverpleger. Hans, nog altijd ineengedoken: „Echt. Ik. Weet. Het. Niet.”

Na 21 juni deden dochter en kleinzoon aangifte. Aanvankelijk tevergeefs; bij de Haagse rechtbank ging Hans, bij gebrek aan overtuigend bewijs, vrijuit. Er volgde hoger beroep, omdat de officier van justitie er net als de aangevers van uitging dat er iets loos was. Nu, op de zitting, krijgt Hans opnieuw het vuur aan de schenen gelegd.

„Werken gaat bij mij voor alles”, verklaart hij stamelend. „Mijn vader ging er zelfs opuit met 40 graden koorts.” Voorafgaand aan zijn uitglijder op 21 juni had hij al maanden niet geslapen. „Ik deed ook de planning en er was constant gezeur met uitzendkrachten die niet kwamen opdagen. Mijn manager wist ervan.” De nacht voor de 21e was hij bijna non-stop in touw geweest om een gezin met een terminale patiënt te begeleiden. „Uitgeput kwam ik aan in de woning van meneer. Hij lag te slapen. Toen dacht ik voor één keer: Ik teken het logboek en ga naar bed.”

Advocaat-generaal Ter Hart rekwireert als een docent die een schare studenten onderwijst in de beginselen van de verzorging. Zijn conclusie: Hans heeft het vertrouwen in de vakbekwaamheid van de thuiszorg beschaamd. Hij eist minimaal een veroordeling voor 21 juni, de dag waarvan vaststaat dat Hans zijn plicht verzuimde. Een zwaardere veroordeling, namelijk 2 maanden voorwaardelijk en 120 uur werkstraf voor opzettelijke mishandeling, zou echter niet misstaan, vindt justitie. Dat de oude patiënt herhaaldelijk eten en drinken is onthouden, zoals zijn dochter en kleinzoon aanvoeren, zou afdoende zijn bewezen. Daarmee is zijn gezondheid schade toegebracht.

Advocate Koets rekent aan de hand van een dienstrooster voor dat Hans de man hooguit zes keer een ontbijt kan hebben onthouden. Volgens haar is echter sprake van een door psychische overmacht ontstane, eenmalige uitglijder, die bovendien niet tot aantoonbare gezondheidsschade heeft geleid. Het hof gaat daarin mee, maar vindt ook deze eenmalige misstap genoeg voor een veroordeling. Hans krijgt een voorwaardelijke celstraf van twee weken met een proeftijd van twee jaar.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Verslag vanuit de rechtbank
    Meer uit deze rubriek