Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Trauma-expert: Mensen zijn erg veerkrachtig

 Volgens psychotrauma-expert P. van Loon lijkt een mens op een flexibel reclamebord: het komt meestal weer overeind. Foto: Bezoekers steken in de Grote Kerk van Apeldoorn een kaarsje aan voor de slachtoffers van het drama in Apeldoorn. Foto EPA

Volgens psychotrauma-expert P. van Loon lijkt een mens op een flexibel reclamebord: het komt meestal weer overeind. Foto: Bezoekers steken in de Grote Kerk van Apeldoorn een kaarsje aan voor de slachtoffers van het drama in Apeldoorn. Foto EPA

DIEMEN – Afschuwelijke taferelen deden zich op Koninginnedag voor. Wat houden omstanders daaraan over? Psychotrauma-expert P. van Loon: „Vergelijk een mens met een flexibel reclamebord. Het kan tegen de grond slaan, maar komt meestal weer overeind.”
Een dolleman die met zijn auto door een feestmenigte scheurt, mensen die meters worden meegesleurd, bloedende slachtoffers die schreeuwend tegen het asfalt slaan. Honderden jongeren en ouderen waren donderdag in Apeldoorn getuige van een ongekend drama.

Peter van Loon (53), binnen het Instituut voor Psychotrauma (IvP) coördinator hulpverlening crises en calamiteiten, is sinds jaar en dag actief op het gebied van hulpverlening aan mensen die een bijzonder schokkende gebeurtenis kregen te verwerken. Hij was onder meer betrokken bij hulp na calamiteiten als de legionellaramp, de vuurwerkramp in Enschede, de cafébrand in Volendam en de Schipholbrand.

Wat doet het drama in Apeldoorn met de honderden directe omstanders?
Van Loon: „Er is een groot verschil tussen reacties op korte en lange termijn. Het is normaal dat omstanders de eerste paar dagen na de aanslag vol zitten van ongeloof, verdriet, verbijstering en afschuw. Feit is dat deze mensen gruwelijke dingen hebben gezien. Erken dat. Dat iemand een nacht niet slaapt, hoort erbij.

De meeste omstanders houden geen gezondheidsklachten over aan een drama als in Apeldoorn. Mensen zijn onvoorstelbaar veerkrachtig, dat blijkt uit talloze onderzoeken. Vergelijk de mens met zo’n verend reclamebord. Zo’n ding kan flink heen en weer klappen, maar komt doorgaans gauw weer in balans.

Er is echter ook een groep, we schatten zo’n 10 procent van de betrokkenen, die wél gezondheidsklachten krijgt na een calamiteit. Dat kan bijvoorbeeld het posttraumatische stresssyndroom (ptss) zijn. Mensen krijgen drie, vier weken na 30 april nog altijd de beelden niet uit hun hoofd. Ze willen als het ware die camera uitzetten, maar het lukt hun niet. Ze worden prikkelbaar, blijven slecht slapen en vertonen vermijdingsgedrag. Het betreft nogal eens kwetsbare mensen, die al voor de calamiteit problemen hadden. In die gevallen is het echt verstandig dat ze een huisarts raadplegen voor psychotraumatische hulp.

In alle gevallen maakt het natuurlijk wel uit of iemand alleen omstander was of tijdens het drama een dierbare heeft verloren. In die situatie is er ook nog eens sprake van een rouwproces.”

Ook honderden kinderen waren in Apeldoorn getuige van de aanslag. Wat doet het drama met hen?
„In grote lijnen geldt voor hen hetzelfde. De meesten zullen er geen blijvende schade aan overhouden. Ze krijgen als het ware een diepe snee in hun vinger, ze hebben immers die schokkende beelden gezien, maar de wond geneest meestal weer. Maar bij een kleine minderheid gaat die wond zweren, dus gaan de klachten niet over en is hulp nodig.

Het blijkt dat het van belang is hoe volwassenen omgaan met klachten van kinderen. Als ouders zelf ook gestrest en paniekerig zijn, wordt de onrust bij kinderen ook groter. Beter is dat ouders op rustige wijze met hun kinderen in gesprek gaan over het drama. Bijvoorbeeld als een kind een tekening maakt waarop bloed op de weg is te zien, net als in Apeldoorn.”

De dader leeft niet meer en kan in ieder geval geen mondelinge toelichting geven op zijn motief. Hindert dat mensen bij de ver­werking?
„Ja, er is sprake van een extra belemmering. De dader heeft dan wel gezegd dat zijn actie tegen het koningshuis gericht was, maar mensen houden vele vragen. Het antwoord daarop zou al veel stress wegnemen. Wel denk ik dat het effect van het uitblijven van antwoorden van de dader op de lange termijn niet zo groot is. Mensen gaan op een gegeven moment denken: het is zoals het is.”

Het lijkt erop dat de dader een radeloze eenling was. Helpt dat mensen bij de verwerking?
„Ja. Er was weliswaar sprake van een bewuste actie, maar dat is nog wat anders dan een geplande actie. Inderdaad, het zou voor mensen nog angst­aanjagender zijn geweest als hier een groep achter zou zitten die willens en wetens en gecalculeerd de aanslag heeft voorbereid. Dat zou kunnen betekenen dat zo’n groep nóg een poging zou doen om een aanslag op het koningshuis te plegen.”

De dader was kennelijk een teruggetrokken man die net zijn ontslag had gekregen en kennelijk zijn huis uit moest. Biedt dat een verklaring voor zijn daad?
„Ik kan niet in het brein van de dader kijken. Het blijft dus speculeren. Je zult zien dat de komende dagen in de media allerlei gegevens over de man opduiken. Ex-collega’s komen bijvoorbeeld aan het woord. De vraag is of dat goed is. Dan denk ik ook aan de familie van de dader, voor wie de aanslag ook dramatisch moet zijn. Het punt is dat we niet precies zullen weten wat voor de dader precies het punt was dat hem ertoe bracht om de aanslag te plegen.”

Stel dat de politie een afscheidsbrief van de man vindt. Dat zou betrokkenen kunnen helpen hun vragen beantwoord te krijgen?
„Bij een aantal betrokkenen zou zo’n document dat effect kunnen veroorzaken. Anderen zullen nog woedender worden in de richting van de dader. In de trant van: al heb jezelf problemen, hoe haal je het in je hoofd om zoiets te doen?”

Kan het omstanders een zekere psychologische rust geven dat de aanslag niet op hen persoonlijk was gericht?
„Het kan een geruststellende gedachte zijn als omstanders denken: ik ben weliswaar betrokkene, maar de man had het niet op mij gemunt.”

Andersom is de impact bij bijvoorbeeld koningin Beatrix groter, omdat de dader heeft gezegd dat de aanslag tegen het koningshuis gericht was?
„De vorstin zal dit zelf een plek moeten geven. De Oranje­familie zal zich gaan afvragen of festiviteiten waarbij ze redelijk vrij kunnen rondlopen nog mogelijk zijn. Het is de vraag hoe de koningin daarmee om zal gaan. Er zijn veel dingen waar je je niet tegen kunt beveiligen. Misschien denkt ze als het ware: ik wil me niet beveiligen tegen elke malloot. Vergelijk het met de caissière die net is overvallen. Ziet ze in elke nieuwe klant een potentiële overvaller? Of beseft ze dat de meeste mensen die voorbij de kassa lopen dat niet zijn? Dat is ook een kwestie van vertrouwen dat weer moet groeien.”

Zijn burgers bij massa-evenementen nu toch meer op hun hoede?
„Nee, veruit de meeste mensen pakken de draad weer op. Het is mooi weer, burgers gaan weer naar de Keukenhof of wat dan ook. Of Koninginnedag voortaan nog hetzelfde zal zijn? Ik zou niet weten waarom niet. Het hangt er wel van af hoe we daar als samenleving mee omgaan. Zeggen we 100.000 keer tegen elkaar dat Koninginnedag door dit drama definitief zal ver­anderen? Dan krijgt de zaak een bijzonder dramatische lading. Of houden we elkaar voor: We pakken in 2010 de draad weer op zoals we gewend waren.”

Psychotrauma-expert dr. B. J. N. Schreuder stelt dat te veel nazorg averechts werkt.
„Die mening deel ik. Zeker de eerste dagen na een calamiteit kunnen we slachtoffers maar het beste met rust laten. Laat ze tot rust komen in hun eigen veilige omgeving. Als je er meteen heel veel psychologen op afstuurt, gaat iemand denken: ik moet wel een probleem hebben.

Dertig jaar geleden was de gedachte dat we na een calamiteit snel hulp moesten bieden. Mensen moesten meteen gaan praten over wat ze hadden meegemaakt. Dat zou helpen bij de verwerking. Die gedachte is een mythe. We weten nu dat te veel hulpverlening kort na een drama zelfs schadelijke effecten heeft op de gezondheid. Ook de familie moet niet telkens vragen naar wat voor schokkends iemand heeft meegemaakt. Als het slachtoffer zelf wil praten over zijn ervaringen, prima. Maar zegt die persoon: Aan mijn lijf nu even geen polonaise, respecteer dat dan. Zorg voor afleiding en ga liever met de betrokkene een eindje lopen.”


Lees ook: Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek