Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Ter Horst: Koninginnedag moet blijven

 Minister Ter Horst: „Die onbevangenheid zijn we wel kwijt." Foto ANP

Minister Ter Horst: „Die onbevangenheid zijn we wel kwijt." Foto ANP

APELDOORN – Koninginnedag moeten we volgens minister Ter Horst (Binnenlandse Zaken) zo veel mogelijk proberen in stand te houden. Massapsycholoog Hans van de Sande van de Rijksuniversiteit Groningen gaat er vanuit dat de dag volgend jaar weer onbevangen wordt gevierd.
Daarbij zal volgens de minister nagedacht worden of en hoe het anders moet na het drama donderdag in Apeldoorn.

Veel hangt ook af van wat het Koninklijk Huis zelf wil, stelde Ter Horst donderdag in het tv–programma Pauw en Witteman.

„Maar die onbevangenheid zijn we wel kwijt", aldus de bewindsvrouw. Ze zei het erg te vinden dat de onbevangen manier waarop de koninklijke familie de mensen jaarlijks in het land ontmoet, verdwenen is. Dat geldt volgens de minister zowel voor het Koninklijk Huis als voor toeschouwers. „Volgend jaar staan die toeschouwers bij Koninginnedag er heel anders. Dat duurt zeker wel tien jaar".

Massapsycholoog Van de Sande van de Rijksuniversiteit Groningen denkt daar anders over. „Volgend jaar is deze schokkende gebeurtenis al weer iets uit een ver verleden en wordt het feest in het land weer ouderwets gevierd”.

De reden is volgens hem dat het om een actie ging van één iemand die in de war was. Het zou wat anders zijn als het aanslag was geweest met politieke motieven. „In politieke aanslagen zit vaak regelmaat en hier speelt meer een gruwelijk toeval. Daarom zullen we bij de viering van volgend jaar al niet meer stil staan bij wat er donderdag is gebeurd, stelt Van de Sande.

Van de Sande denkt wel dat de Nederlanders moeite zullen hebben om het drama in Apeldoorn te verwerken. „Een man die met zijn auto doelbewust door een mensenmenigte rijdt, hebben we nog niet eerder meegemaakt en dat vraag weer nieuwe normen bij het rouwproces. Op zich hebben we voor zinloos al wel wat rituelen ontwikkeld, zoals een stille tocht, het leggen van bloemen op de plek des onheils en het tekenen van condoleanceregisters. Maar of bij voorbeeld het monument waartegen de dader botste een herdenkingsplek voor de slachtoffers kan worden, zal moeten blijken", zegt de psycholoog.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek