Strengere opvoeding bepleit

Kinderen moeten strenger worden opgevoed en minder worden verwend. Dat vindt het merendeel van de ruim 600 ondervraagde ouders in een woensdag bekend geworden onderzoek van het opvoedingsblad J/M.

De ondervraagde ouders, 317 moeders en 296 vaders, zijn vooral kritisch over hun collega-ouders. Ruim driekwart ergert zich aan andere kinderen. Die zijn te brutaal, te asociaal, te stiekem en te ongehoorzaam.

De ouders geven zichzelf echter een dikke voldoende voor hun opvoedkwaliteiten: een 7,2. Hun partner doet het met 7,4 nog een stukje beter. De buren brengen het er minder goed van af: zij krijgen een 6,4.

Ruim driekwart, 78 procent, ergert zich aan andere kinderen. Van de ondervraagden vindt 64 procent dat die strenger zouden moeten worden opgevoed, zowel thuis als op school. Negen van de tien ondervraagden vinden dat de scholen meer discipline moeten bijbrengen.

Twee derde van de ouders wil terug naar het credo van vroeger ”rust, reinheid en regelmaat”. Ondanks het gegeven dat vooral de buren het slecht doen, geven acht van de tien ondervraagden toe zelf ook te blunderen in de opvoeding, door hun kind(eren) te veel te verwennen of niet consequent te zijn.

Opvoedingsredacteur Anne Elzinga van J/M zei woensdagmorgen in een reactie dat dit onderzoek de omslag naar een steviger opvoeding bevestigt. De kritiek van ouders op de opvoeding van de buren betekent ook kritiek op zichzelf. „Het is het kind van de buren aan wie te veel wordt toegegeven, dat te veel wordt verwend en niet wordt gecorrigeerd. Ze weten echter niet hoeveel moeite de buren met de opvoeding hebben, maar alleen de moeite die zijzelf daarmee hebben. Hun oordeel over de buren is daarmee ook een oordeel over zichzelf. Een columnist zegt dat in dit nummer treffend: „Zaterdags in de winkel zie ik weinig ruime voldoendes rondlopen.””

Om wangedrag te corrigeren, geven twee op de drie ouders toe wel eens gebruik te hebben gemaakt van de inmiddels wettelijk verboden pedagogische tik. Hoogleraar pedagogiek Micha de Winter vindt dit gegeven niet zorgelijk. „Het is nooit aangetoond dat een weloverwogen tik, uitsluitend toegepast in uitzonderlijke situaties en beheerst uitgedeeld, tot kindermishandeling leidt”, nuanceert hij.

De opvoeddoelen zijn socialer dan vroeger geworden. Op de eerste plaats staat nog steeds het geluk van het kind. Dit wordt echter direct gevolgd door het streven naar verantwoordelijkheidsgevoel en rekening houden met anderen. De Winter vindt dit wel opmerkelijk. „Een paar jaar geleden draaide het in de opvoeding vooral om de individuele ontplooiing van het kroost. Het kind was heilig verklaard.” De Winter is blij met de omslag. „Daarin zie je de hele maatschappelijke discussie terug over de verloedering van de maatschappij en het verval van normen en waarden.”

Ouders maken zich zorgen over de ontwikkelingen van hun kind: 58 procent is bezorgd over de overgevoeligheid van het kind, faalangst, driftbuien, gebrek aan weerbaarheid of eisend gedrag. De invloed van de maatschappij op hun kind baart de ouders nog meer zorgen. Vier van de vijf ouders maken zich druk om verval van normen en waarden, onveiligheid op straat, terrorismedreiging, moslimproblematiek, te vroege en te expliciete seksualiteit, milieuvervuiling en de commercialisering van de samenleving. Twee van de vijf ouders twijfelen of zij hun kind wel voldoende wapenen tegen de maatschappelijke ellende.

Ruim de helft van de vijf ouders vindt dat het laten opgroeien van kinderen onbetaalbaar wordt; de helft heeft daadwerkelijk moeite de opvoeding te bekostigen. Zij vinden dan ook dat de overheid meer voor ouders zou moeten doen. Een op de vijf ouders bepleit een belangenorganisatie voor ouders.

Drie van de vijf ouders vinden dat ze te weinig tijd voor zichzelf hebben. Met name ouders die allebei werken vinden dat opvoeden energie vreet.

Zorgen over het onderwijs zijn er bijna niet. Driekwart van de ondervraagden denkt dat zijn kind goed rekenen en spellen leert. Ad Verbrugge, oprichter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland, zegt echter dat „je ouders niet snel zal horen zeggen dat de school waar hún kind naartoe gaat niet deugt. Dat zou namelijk betekenen dat ze in actie moeten komen.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek