De gemeente Apeldoorn begon vrijdagmorgen met het opruimen van de rampplek bij het monument De Naald. Op de kruising waren gemeentewerkers bezig met het overschilderen van gele strepen die de politie gisteren op het wegdek had getekend voor het onderzoek.
Op de plek van de aanslag heerste donderdagmiddag om kwart voor drie, enkele uren na de gebeurtenis, ook een merkwaardige stilte. De plek was met hekwerken afgeschermd en daarachter waren de autoriteiten druk doende met onderzoek. Het publiek werd op ruime afstand gehouden.
Sirenes en helikopters waren niet meer te horen. Achter de hekken bevond zich het wrak van de auto, die tegen het monument op de kruising tot stilstand kwam. Ook lag de plek nog bezaaid met persoonlijke bezittingen en rommel. Bij de groene hekken stonden enkele busjes van de mobiele eenheid en een post van de brandweer.
Mondjesmaat kwamen bij de politieafzettingen mensen vragen of zij terug mochten naar huis of hun fiets mochten pakken. De agenten lieten echter niemand door.
Door het centrum van Apeldoorn liepen tientallen mensen in oranje kleding verdwaasd rond. Een man haalde oranje slingers van zijn huis aan de Loolaan. „Dit is een zwarte dag.”
Twee vrouwen braken een tent van het Nederlandse Rode Kruis af. „Onze collega’s zitten allemaal bij De Naald. Ze hebben mensen gereanimeerd en verlenen hulp.”
Taxichauffeur Jamshed Payam had alleen maar stille mensen in zijn taxi. „Ik ben zelf total loss”, zegt Payam. De chauffeur komt van origine uit Afghanistan. „Ik heb dit in mijn eigen land meegemaakt. Ik dacht dat dit in Nederland nooit zou kunnen gebeuren. Het raakt me recht in mijn hart.”
In het centrum van Apeldoorn overheerste tijdens het vallen van de avond de stilte in plaats van muziek en feestgedruis. Het enige geluid dat te horen was, was dat van de bel van een eenzame fietser.