Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Steekspel rond haveloos pandje

 Een pandjesbaas in Amsterdam kletst zijn labiele huurder met een fraai aanbod diens huis uit en verhuurt het pand aan een ander. „Ik dacht: Maak het nou.” Foto ANP

Een pandjesbaas in Amsterdam kletst zijn labiele huurder met een fraai aanbod diens huis uit en verhuurt het pand aan een ander. „Ik dacht: Maak het nou.” Foto ANP

AMSTERDAM – Een pandjesbaas in Amsterdam kletst zijn labiele huurder met een fraai aanbod diens huis uit en verhuurt het pand aan een ander. „Ik dacht: Maak het nou.”
Mismoedig komt hij aangetuft, op een oude snorfiets. Eenmaal aangekomen bij het Amsterdamse Paleis van Justitie manoeuvreert hij zijn tweewieler in de stalling en sjokt omhoog, de trappen op. „Rechter, help mij”, lijkt Jozef D. uit te stralen. „Bescherm mij tegen een boze buitenwereld, waarin iedereen mij bedot.”

In de Amsterdamse Frans Halsstraat, niet al te ver van het stadscentrum, huurde hij voor een schappelijk prijsje op drie hoog een etage. Op zekere dag werd hij benaderd door verhuurder Bertus, tevens een kroegbaas, met een bod. Of Bertus het goed had gehoord dat Jozef het komende jaar weinig thuis zou verblijven en veel op pad zou zijn. Zo ja, zou het dan niet een idee zijn als hij als verhuurder het haveloze pandje in dat jaar eens een flinke opknapbeurt zou geven? Zodat Jozef na dat jaar zou kunnen terugkeren in een prachtig, vernieuwd huis?

Op 20 mei 2007 tekenden beiden de overeenkomst. Jozef leverde zijn sleutels in, betaalde een jaar huur vooruit, zwierf langs kennissen, werd tijdelijk opgenomen in een psychiatrische inrichting en keerde in juli 2008 terug in Amsterdam.

Bertus liet de etage voor wat die was en verhuurde die aan een oud-werkneemster. Een voor een bracht zij haar eigendommen, waaronder een laptop en een tv, onder in het appartement.

Jozef, die in juli weer een paar maanden vertrok om in Marokko bij vrienden zijn verjaardag te vieren, ontdekte in november dat zijn woning was verhuurd en stoof met laptop en tv de kroeg van Bertus binnen. Daar legde de cafébaas uit dat het allemaal anders gelopen was.

Hij, Bertus, had inmiddels ontdekt dat Jozef zijn etage in het verleden tegen de regels in regelmatig in onderverhuur aan zijn broer had gegeven. En nu hij de brutaliteit had om ongevraagd zijn oude woning binnen te dringen, een tv en een laptop mee te pakken en te vragen van wie die waren, had hij het helemaal verbruid. Huisvredebreuk en diefstal, analyseerde de kroegbaas, boven op de illegale onderverhuur uit het verleden genoeg reden voor het per direct ontbinden van het huurcontract.

Bij de kortgedingrechter, waar Jozef zijn woning terugeist, heeft de kroegbaas weer een iets andere variant: zomer 2008 liep zijn relatie op de klippen en moest hij dringend op zoek naar andere woonruimte. Op dat moment herinnerde hij zich de etage boven zijn café. Na lang zoeken en bellen was hij Jozef op het spoor gekomen. Inderdaad, beiden hadden toen een deal gesloten.

Jozef, zegt Bertus, zou een jaar op pad gaan en daarna wel kijken. „Het woord renovatie heb ik zeker niet gebruikt. Ik heb ook niets meer van Jozef gehoord, tot hij in november opeens voor mijn neus stond. Toen dacht ik: Maak het nou. Eerst til je de boel door je kamer achter mijn rug om door te verhuren. Nu vraag je brutaal om opheldering. Ik ben klaar met jou.”

Terwijl kortgedingrechter W. Tonkens-Gerkema luistert, beschuldigen de twee elkaar over en weer van list en bedrog. Voor Bertus pleit dat een aantal van zijn stamgasten heeft bevestigd dat ze Jozef nooit in de buurt van het pand gezien hebben. Dat kan erop duiden dat hij alleen op papier een huurder is geweest.

Voor Jozef pleit een brief van juni 2008 waarin Bertus een huurverhoging aankondigt en een nieuw rekeningnummer doorgeeft waarop Jozef de huur moet voldoen. Daaruit blijkt dat hij Jozef ruim een jaar na het aangaan van de overeenkomst van mei 2007 zeker nog niet had afgeschreven als huurder van zijn pand.

De brief is ook de rechter opgevallen. Fijntjes stelt ze dat als Bertus de huur wil beëindigen hij dat maar in een aparte procedure moet doen. Verder, zo vervolgt het vonnis, bevat het dossier slechts een document dat voor de uitspraak als leidraad kan dienen: de overeenkomst van mei 2007.

Jozef is die nagekomen door van half juni 2007 tot half juli 2008 de woning niet te bewonen. Nu is de kroegbaas aan de beurt. Dat hij het pand niet heeft gerenoveerd ziet de rechter door de vingers. Maar de woning moet binnen drie maanden naar Jozef terug.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Serie
    Verslag vanuit de rechtbank
    Meer uit deze rubriek