Enig ongeloof klinkt door in de vraag van politierechter mr. W. Bruins, in het zaaltje van de Arnhemse rechtbank.
Voor haar zit Tarik J. Slippers, zwart leren jack aan. Zwijgzaam. Mak. Zo anders dan toen.
Op 8 en 9 januari 2008 hing Tarik de beest uit. Samen met twee vrienden. Het trio trok
’s avonds in het treinstel tl-verlichting los. De jongemannen sloegen en gooiden de lampen kapot. Tweeëntwintig in totaal. De ene avond tien, de andere avond twaalf.
Waarom?
„Gewoon leuk”, had Tarik J. eerder tegenover de politie verklaard. „Als het er zo staat, zal het wel zo zijn”, zegt hij op de zitting.
In juni 2008 sloopten Tarik en zijn kornuit Tim de boel op en rond station Culemborg. Ruiten van de wachtruimte gingen aan diggelen, een glazen wand op het perron sneuvelde. Ook bij een nabijgelegen school vlogen de stenen tegen een ruit. Toen vriend Tim smeet, wilde Tarik ook. „Ik dacht bij mezelf: Dat ga ik ook doen.”
Waarom?
„Ik dacht er niet bij na”, komt er uit. „Het was leuk. Ik dacht er niet bij na. Ik zag iemand stenen gooien. Maar het is dom. En niet leuk.”
De rechter: „Doet u altijd anderen na? Als uw vrienden kliederen, doet u dat dan ook?”
De magistraat kan zich voorstellen dat er iets leuks is aan het vernielen van ruiten. Maar doe dat dan, zo houdt ze Tarik J. voor, in bijvoorbeeld een „oude fabriek, waar je dat zou mogen doen.”
Het is zo ergeniswekkend, dat „zinloos vernielen van spullen”, zet de politierechter uiteen. „Zoiets is voor medereizigers heel schokkend. Mensen kunnen geen kant op.”
Gedupeerden eisen honderden euro’s schadevergoeding. De Nederlandse Spoorwegen willen in totaal zo’n 1800 euro terugvorderen, de gemeente komt met een bedrag van 873 euro op de proppen. „Forse bedragen”, stelt de rechter. „Ik zie uw hoofd buigen. Is dat veel voor u?” Hij: „Jazeker.”
Warmpjes zit Tarik er niet bij. Hij heeft een schuld van 1500 euro bij de Informatie Beheer Groep in Groningen. Een paar dagen per week werkt de jongeman bij een glasfabriek in Leerdam. „Glasfabriek?” vraagt de rechter, die een glimlach niet kan onderdrukken.
Ook officier van justitie mr. J. M. Graat steekt haar irritatie over het vandalisme niet onder stoelen of banken. „Mensen ergeren zich eraan. Soms komt het voor dat treinstellen hierom aan de kant worden gezet. Dat zou u zelf als reiziger ook niet fijn vinden.”
De officier van justitie eist een werkstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar. De aanklaagster vindt dat de rechter de eis tot schadevergoeding van de spoorwegen, in totaal zo’n 1800 euro, moet toewijzen. De claim van de gemeente, zo’n 873 euro, acht de aanklaagster onvoldoende onderbouwd. Ze vraagt de rechter die vordering niet-ontvankelijk te verklaren.
Advocaat mr. G. van Doveren vindt dat de rechter de straf moet matigen, omdat Tarik J. in juni 2008, toen hij huishield rondom het station in Culemborg, onterecht in de boeien zou zijn geslagen. Dat politie-optreden was niet nodig, vindt de raadsman. „Nergens blijkt dat er sprake was van vluchtgevaar of van wederspannigheid.” Een snelle betaling van de schade ziet Van Doveren somber in. „Dat wordt een zeer langdurig verhaal.”
Liever ziet de advocaat dat de Sudanees een voorwaardelijke werkstraf van veertig uur krijgt en een socialevaardigheidstraining. „Van enkel een werkstraf wordt hij niet beter. Bij een training leert hij welke gevoelens zijn gedrag bij omstanders veroorzaakt.”
De aanklaagster wil niets weten van strafvermindering vanwege vermeend buitensporig politieoptreden. Die handboeien waren nodig, stelt ze. „Ze wilden wegrennen.” De rechter volgt de officier van justitie, ook wat betreft het verhaal over de schadevergoedingen. Tarik krijgt een werkstraf van tachtig uur, waarvan veertig uur voorwaardelijk. Ook de rechter veegt het handboeienbezwaar van tafel. „Toen ze (de politie, JV) „stop!” riepen, bent u niet gestopt.”