In het onderwijs bestaat grote behoefte aan leerstandaarden voor basisvaardigheden als rekenen en taal, stelt de inspectie vast. In een reactie stellen de bewindslieden van Onderwijs dat voorstellen van de Expertgroep Doorlopende Leerlijnen daarin kunnen voorzien.
De inspectie stelt dat er naast vastgestelde normen over wat kinderen van een bepaalde leeftijd moeten kennen en kunnen, ook behoefte is aan toetsen om gedurende de schoolloopbaan het niveau van een leerling te kunnen vaststellen.
Dat laatste alleen is niet voldoende: sommige kleuters komen op de basisschool binnen met een taalachterstand van twee jaar. Deze leerlingen lopen de achterstand vaak niet meer in en de leerling kan daar gedurende de hele schoolcarrière last van ondervinden. Zo blijkt uit onderzoek dat die achterstand nog steeds bestaat aan het einde van de tweede klas op de middelbare school. Meer dan de helft van de leerlingen uit klas 1 en 2 van het vmbo-b/k en het praktijkonderwijs begrijpt de taal van de schoolboeken onvoldoende.
Het is goed mogelijk om de taalresultaten te verbeteren, blijkt uit het onderzoek. Zo maakt het veel uit op welke school een leerling terechtkomt, aldus de inspectie, die taalzwakke en taalsterke scholen onderscheidt. Op taalsterke scholen zijn de leraren didactisch beter en wordt de tijd voor taal- en rekenonderwijs nuttiger besteed. Bovendien analyseert de sterke school de Cito-toets en andere toetsen regelmatig.