Van der Hoeven toonde zich blij met de overdracht. „Dit zijn heel bijzondere spullen. Ze zijn een onderdeel van de legpuzzel van onze geschiedenis”, zei de minister.
De Rooswijk werd gebouwd in 1737 voor de Kamer van Amsterdam. Het schip voer tijdens de hoogtijdagen van de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Tijdens zijn tweede reis op weg van Texel naar Batavia verging het onder leiding van kapitein Daniel Ronzieres op 9 januari 1740, met 237 opvarenden. Die lieten allen het leven.
De schatten zijn overgedragen aan de Nederlandse regering omdat die als rechtsopvolger van de Bataafse Republiek al het erfgoed opeist dat uit geborgen VOC-schepen opduikt. Een kwart van de inventaris van de Rooswijk komt in handen van de staat. De rest blijft in handen van de berger.
Uit De Rooswijk doken allerlei gebruiksvoorwerpen op, zoals kookgerei, een kaarsendover, een bril en een mosterdpotje met de lepel er nog in. Die laatste vondst is symbolisch aan Zalm overhandigd.
Het Zeeuws maritiem MuZEEum faciliteert de conservering van de schatten. Directeur W. Weber schat dat dit ongeveer een jaar in beslag neemt. Daarna worden de spullen verdeeld over Nederlandse musea. Weber heeft in zijn museum de grootste VOC-collectie van Nederland.