Om die reden meldt hij zich bewust niet aan bij de oorspronkelijk gereformeerd vrijgemaakte homofielenvereniging Contrario of de Vereniging van Christelijke Homo’s en Lesbiennes (CHJC). De eerstgenoemde organisatie keurt een homorelatie niet af of goed, maar biedt de leden een bezinningskader. Het CHJC maakt geen punt van homorelaties.
In de eerste maanden na de oprichting van RefoAnders gaat Quist in gesprek met de seculiere homobelangenorganisatie COC. Ook meldt hij zich aan bij het Landelijk Koördinatiepunt kerken en homoseksualiteit (LKP). Deze koepelorganisatie streeft naar een volwaardige plaats voor homoseksuelen in de samenleving, in het bijzonder in de kerken. Vanwege deze contacten kan Quist meedoen aan een rondetafelgesprek met minister Plasterk over het homobeleid.
Dat er nu verwarring is ontstaan over wat Quist precies vindt van homorelaties, is niet verwonderlijk. Voor de buitenwereld -het COC bijvoorbeeld- is RefoAnders een bizarre club: een met een vrouw getrouwde man, die erkent zelf homofiele gevoelens te hebben, komt op voor de belangen van homoseksuelen. Ook gaat Quist niet zo ver als het COC wil: geen onderscheid maken tussen hetero’s en homo’s.
In lijn met de homonota van minister Plasterk staat het COC te popelen om de bespreekbaarheid van homoseksualiteit in orthodox-christelijke kring te bevorderen. Maar wat heeft het COC aan zo’n clubje dat absoluut niet in zijn straatje past? Ook de christelijke homo-organisaties hebben het om dezelfde redenen niet zo op RefoAnders. Op christelijke homofora wordt de wens uitgesproken dat RefoAnders nu maar snel het loodje legt. Is dat niet een wonderlijke uitkomst van een artikel in een seculier homoblad, geschreven door de voorlichter van het COC?
Toch is ook Quist zelf debet aan de ontstane onrust. Hij gaat weliswaar niet zover als de andere homo-organisaties, maar erkent dat RefoAnders nog geen mening heeft over homoseksuele relaties. Tegelijkertijd geeft hij wel zijn persoonlijke visie door te zeggen dat homofielen van hem best een vriendschappelijke relatie mogen aangaan -tot en met samenwonen toe-, maar alleen niet de grens van een seksuele relatie mogen passeren.
Nu kan er inderdaad verschil zijn tussen de mening van een persoon en van een stichting waarbij iemand zich aansluit. Maar in het geval van RefoAnders zijn stichting en persoon wel nauw aan elkaar verbonden. Nog altijd heeft Quist, afgezien van zijn dochter -die heeft samengewoond met een andere vrouw-, geen andere personen gevonden die in zijn bestuur willen zitten. En als RefoAnders zich nog altijd onthoudt van een Bijbels standpunt, wat is dan op dit moment het principiële verschil met de uitgangspunten van Contrario, afgezien van een iets andere kerkelijke doelgroep?
Quist zit tussen twee vuren. Hij keurt een seksuele homorelatie niet goed, maar gaat ondertussen wel een paar stappen verder dan veel mensen uit reformatorische kerken kunnen meemaken. Hij bevindt zich op een glijdende schaal, waarvan het einde nog niet precies te overzien is. Aan de andere kant gaat hij in de ogen van de buitenwacht lang niet ver genoeg. Dat is lastig manoeuvreren.