Tot ergernis van een aantal horeca-uitbaters in Lage Zwaluwe is er in het dorp een kaper op de kust. In januari staat het klusbedrijfje JWB Dienstverlening bij de gemeente op de stoep. De eigenaar wil van 20 tot 24 februari, tijdens carnaval, een frietwagen neerzetten aan het Plantsoen. Feestvierders kunnen dan op straat hun patat, frikandel of kroket kopen. De gemeente Drimmelen, waar Lage Zwaluwe onder valt, geeft de man een tijdelijke standplaatsvergunning.
Eigenaar B. Wigard van restaurant-eetcafé De Witte Zwaan aan het Plantsoen in Lage Zwaluwe zit daarmee in zijn maag. De wagen komt tijdens carnaval vlak bij zijn zaak te staan. Hij verzet zich tegen het besluit van de gemeente, samen met collega-uitbater B. van de Veeke, die restaurant Candlelight runt. Met twaalf steunbetuigingen van omwonenden op zak proberen de twee ondernemers daags voor carnaval via de kortgedingrechter in Breda een stokje te steken voor de komst van de patatwagen vlak bij hun horecagelegenheden.
Uitbater Wigard vreest een smeerboel rond de snackwagen. „Ik denk dat er op het plein tegenover De Witte Zwaan een heleboel rommel komt. En dat terwijl wij al tien jaar tijdens carnaval de straat schoon, netjes en vetvrij houden.” Waarom kan de patatkraam niet verkassen naar de verderop gelegen Wethouder Dubbelmanstraat in Lage Zwaluwe, vraagt Wigard zich af. Daar is ook plek voor een standhouder.
Niets staat de tijdelijke komst van de frietwagen aan het Plantsoen in de weg, betoogt jurist mr. C. Jonkers namens de gemeente Drimmelen. De vergunningaanvraag is volgens de regels beoordeeld, vindt Jonkers. Zo is het verzoek voorgelegd aan onder meer brandweer, politie en gemeentewerken. De patatverkoper dient het plein netjes achter te laten.
Verder is de aanvraag getoetst aan de algemene plaatselijke verordening (APV). Daaruit blijkt dat de gemeente de vergunning alleen kan weigeren in het belang van openbare orde, in verband met het beperken van overlast, met het oog op verkeersveiligheid en vanwege strijdigheid met het bestemmingsplan. Ook is de aanvraag getoetst aan beleidsregels omtrent standplaatsvergunningen. Conclusie: de patatverkoper kan aan het Plantsoen komen. De gemeente zorgt voor twee afvalbakken in de buurt, de politie houdt een oogje in het zeil.
De snackwagen heeft zijn nut, denkt de gemeentejurist. „Het carnavalsleven speelt zich voor een deel buiten af. Er is behoefte aan een snelle eetgelegenheid.”
Dat de snackwagen de horeca in de portemonnee treft, is geen zaak van de gemeente, benadrukt Jonkers. „De gemeente mag geen vergunning weigeren uit oogpunt van concurrentieverhoudingen.”
Dat argument zint uitbater Wigard allerminst. „Het economische verhaal vind ik wel belangrijk. Wij als horecaondernemingen hebben alle papieren en moeten aan alle eisen voldoen. Dan komt er, pats boem, een klusjes-bedrijf dat een patatkraam mag plaatsen.”
De rechter stelt de protesterende uitbaters in het gelijk. De snackwagen mag niet aan het Plantsoen staan. De vrees van de horecabazen voor overlast is gerechtvaardigd. „Hoewel enige overlast bij carnaval onvermijdelijk zal zijn, hebben ze terecht opgemerkt dat door het plaatsen van een snackwagen meer overlast voor omwonenden te verwachten is, dan dat carnavalvierders in de horecagelegenheden hun eten kopen.” Ook hebben de uitbaters een punt als ze melden dat er een andere locatie voor standhouders is, de Wethouder Dubbelmanstraat. „Juist die standplaats wordt tijdens carnaval niet bezet”, meldt de rechter. Ook blijkt niet dat het klusjesbedrijf „zwaarwegende belangen” heeft om juist aan het Plantsoen een vette hap aan de man te brengen.