Wat zit hem dwars?
De Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) biedt jaarlijks miljoenen aan aan wetenschappers met een vernieuwend onderzoeksvoorstel.
De zogeheten Open Competitie Maatschappij- en Gedragswetenschappen 2005-2006 leverde niet alleen vijf gelukkigen op, maar ook tientallen pechvogels. De meeste indieners van een onderzoeksvoorstel kregen geen cent.
Rechtsgeleerde prof. Vermeulen, recent aangetreden als lid van de Raad van Sate, deed ook mee aan de subsidiewedstrijd van de NWO. Hij leverde een voorstel in dat betrekking heeft op onderzoek naar -saillant- de rol van de bestuursrechter.
Maar de rechtsgeleerde valt buiten de prijzen. Hij zit niet bij de beste vijf.
Voor Vermeulen is daarmee de kous echter niet af. Hij stelt vast dat het NWO zijn voorstel als „zeer goed” heeft beoordeeld. Maar waarom zat hij dan niet bij de beste vijf? Leverden die andere wetenschappers vernuftiger werk?
In een poging daar duidelijkheid over te krijgen, wil de professor de vijf bekroonde onderzoeksvoorstellen zelf kunnen lezen. „Wetenschapsbeoefening staat en valt bij openbaarheid”, houdt prof. Vermeulen de Arnhemse bestuursrechters voor. „Aan het beoordelingssysteem van de NWO dienen hoge eisen van transparantie gesteld te worden.”
De NWO piekert er niet over de vijf winnende voorstellen aan de hoogleraar te overhandigen, betoogt jurist M. Roelofs. Door die documenten prijs te geven, zou Vermeulen aan de haal kunnen gaan met cruciale informatie van de concurrent. Dat zou schadelijk zijn voor de betreffende onderzoekers. „In die voorstellen staan bijvoorbeeld gegevens over onderzoeksmethoden.”
De advocaat wijst op de „goede” procedure bij de Open Competitie. Twee vakexperts, referenten genaamd, voorzien het onderzoeksvoorstel van commentaar. De namen van die referenten blijven geheim, zodat deze critici onbelemmerd commentaar kunnen geven. De indiener van het voorstel kan daar weer zijn zegje over doen.
Uiteindelijk beslist de Beoordelingscommissie, een club van tien wetenschappers, of het voorstel in aanmerking komt voor subsidie. „Dat gebeurt met de grootst mogelijke zorgvuldigheid. Ik kan er niets anders van maken. Meneer Vermeulen kan in zijn eentje niet de meervoudige beoordeling overdoen.”
De argumentatie van de NWO kan Vermeulen niet overtuigen. „Wetenschap is een hard bedrijf. De oordelen over de vijf winnende voorstellen moeten openbaar.” De stelling dat hij originele ideeën van anderen zou kunnen gappen, maakt op Vermeulen geen indruk. „De onderzoeksvoorstellen bevatten geen hapklare, te kopiëren brokken. Bovendien is de uitvoering van de voorstellen allang begonnen. We kunnen ze niet meer inhalen.”
De Arnhemse bestuursrechter stelt zes weken later Vermeulen in het gelijk. Volgens het rechtscollege heeft de NWO het besluit „onzorgvuldig” voorbereid. Vermeulen moet „op zijn minst enig inzicht” krijgen in de andere voorstellen, om te kunnen beoordelen of de ranglijst op een eerlijke en vakkundige manier tot stand is gekomen. De weg om alsnog de subsidie in de wacht te slepen, ligt dus weer open.