De Afsluitdijk werd op 28 mei 1932 gedicht, waarmee de afsluiting van de Zuiderzee een feit was. De Afsluitdijk was noodzakelijk om het achterliggende gebied te beschermen tegen overstromingen. De bouw begon in 1927. Vijfduizend werknemers van de Maatschappij tot Uitvoering van de Zuiderzeewerken werkten vijf jaar lang aan de dijk. Bij de werkzaamheden kwamen acht werknemers om.
Op 23 januari 1933 konden de eerste auto’s van Noord–Holland naar Friesland en vice versa. De reis was op eigen risico en kostte de automobilist ook nog geld. Een paar maanden later, op 25 september werd de weg opengesteld voor alle verkeer en werd de tolheffing opgeheven.
Door de aanleg van de Afsluitdijk ontstond met de vorming van het IJsselmeer een groot zoetwaterreservoir, dat nog steeds een belangrijke rol speelt bij de Nederlandse drinkwatervoorziening en voor de akkerbouw.