De prins had in Londen -terwijl zijn vrouw in Canada zat- een vaste relatie met Ann Lady Orr-Lewis, schrijft Fasseur. Prinses Juliana zou van de verhouding geweten hebben. „Zij zou die hebben aanvaard. Veel andere keuzes had zij in de gegeven omstandigheden ook niet.” Na de oorlog ging Lady Orr-Lewis een aantal keren met de prins en zijn vrouw op vakantie. Dit tot ergernis van de Juliana-aanhangers, die vonden dat Juliana niet hard genoeg optrad. Ook bij „andere buitenechtelijke affaires van haar man (…) stelde zij zich tolerant op”, zegt de historicus.
Vanuit Canada werkte prinses Juliana aan haar relatie met de prins door veel brieven te sturen aan haar man. Zij schreef daarin vooral over de kinderen, ontdekte Fasseur. „Juliana moet gevoeld hebben dat zij vooral door deze kindergeschiedenissen Bernhard blijvend aan zich bond”, concludeert Fasseur.
Prins Bernhard is wel degelijk lid geweest van de nationaalsocialistische partij van Duitsland, de NSDAP, schrijft Fasseur verder. De prins zelf heeft dat zijn hele leven ontkend. Fasseur wijst op stukken in archieven in Berlijn en Washington die laten zien dat de prins vanaf 1 mei 1933 lid was. Erg betrokken was de prins echter niet bij de partij, gezien de achterstallige contributies, aldus Fasseur.
De historicus relativeert het gewicht van dit gegeven. „Meer dan zestig jaar na de Tweede Wereldoorlog vinden wij de kwestie (…) belangrijker dan ze vermoedelijk in 1936 werd gevonden”, omdat wij nu weten „welke verschrikkingen de wereld nog te wachten stonden.”
De verhalen dat prins Bernhard met de nazi’s zou hebben geheuld, noemt Fasseur „uit de lucht gegrepen, kletspraat dus.” En de beruchte stadhoudersbrief waarin Bernhard samen met zijn vrouw in 1942 zijn diensten aan Hitler of Himmler zou hebben aangeboden, bestaat niet, zegt Fasseur. „Niemand heeft de brief of een kopie ooit kunnen tonen”; een hoge beloning daarvoor heeft ook nooit resultaat gehad. Wie erin gelooft, „is niet meer dan een laat slachtoffer van de nationaalsocialistische propaganda.”