Op de ochtend van maandag 16 juni vorig jaar had O. eerst zijn grand café De Rechter in brand gestoken. Daarna wilde hij het stadhuis binnenrijden, maar dat lukte niet vanwege de hoge trappen voor de ingang.
Nadat hij zijn nog nieuwe auto in brand had gestoken, was hij het stadhuis ingegaan. Hij was op zoek naar wethouder Sjoers, maar toen hij die niet kon vinden was hij in de kamer van een andere wethouder, Kuiper, terechtgekomen. Onder bedreiging met twee pistolen hield hij de wethouder en vier ambtenaren vijfenhalf uur vast. Tegen vijf uur ’s middags gaf hij zich over en kwamen de gijzelaars ongedeerd vrij.
De integriteit van wethouder Sjoers staat ter discussie na een tv-uitzending van Zembla. Dat houdt verband met een omstreden grondtransactie. Ahmet O. beschuldigde de wethouder ook van gebrek aan integriteit. O. zou bij de vestiging van zijn grand café De Rechter stelselmatig zijn tegengewerkt.
O.’s advocaat Korvinus vindt de strafeis „volstrekt onredelijk”. Volgens hem ging O. gebukt onder zware stress als gevolg van de tegenwerking van de gemeente bij het exploiteren van zijn horecagelegenheid. Voorts acht Korvinus de poging tot moord op Sjoers –onderdeel van de aanklacht– speculatie. „Het is niet gebeurd en een straf moet gebaseerd zijn op feiten en niet op dingen die gebeurd hadden kunnen zijn als...” Ook was er volgens Korvinus niet sprake van een gijzeling, maar hooguit van vrijheidsberoving.
Dinsdag moet de zoon van O. voor de rechtbank verschijnen. Hij zou de wapens aan zijn vader hebben geleverd.
Op 28 oktober doet de rechtbank uitspraak in de zaken.