Wethouder Herrema, die de Noord/Zuidlijn en archeologie in zijn portefeuille heeft, opende woensdag een kleine permanente tentoonstelling in het Informatiecentrum Noord/Zuidlijn bij het Centraal Station. „Misschien kunnen we de vondsten straks een plaats geven in de nieuwe stations. Ze weer aan de grond toevertrouwen dus.” Concrete plannen heeft de gemeente hiervoor nog niet gemaakt, onderstreepte Herrema.
De archeologen richten zich bij hun onderzoek op de bouwputten rond het Damrak, het Rokin en het Stationsplein. „Dit is het oude waterhart van Amsterdam. Hier liep de Amstel voordat hij gedempt werd”, legt Gawronski uit. „Een rivier is een verzamelplaats waar mensen per ongeluk of heel bewust voorwerpen ingooiden.”
Bij proefopgravingen op het Damrak zijn het afgelopen jaar al duizenden voorwerpen gevonden. „Onze verwachting dat er op deze locaties veel is te vinden, blijken dubbel en dwars waar te zijn.” Zo zijn er honderden messen gevonden, waarschijnlijk van een werkplaats of een winkel, zo denkt Gawronski, en verder pelgrimsinsignes, boothaken en oude touwpriemen. De laatste twee voorwerpen verwijzen naar het rijke handels- en scheepvaartverleden van de stad. Maar ook meer hedendaagse voorwerpen als creditcards en speldjes van de communistische partij of een sticker van Dolle Mina uit de jaren zestig.
Meer geld om al zijn onderzoeken te doen, heeft hij vooralsnog niet nodig. „We hebben een meerjarenplan gemaakt en we houden ons prima aan ons budget.” Wethouder Herrema zal, zo verzekert hij, de financiering voor het archeologisch onderzoek niet wegbezuinigen. „Dit is een eenmalige kans en die moeten we benutten.”