"Ik zie in dit arrest aanleiding om een wetsvoorstel voor te bereiden”, reageerde minister Hirsch Ballin. Hij tekende daarbij aan dat voor een goede verschoningsregeling moet worden vastgesteld wie zich journalist mag noemen. "Je kunt niet de situatie creëren waarin iedereen die in een clubblad schrijft, gevrijwaard is van de bestaande wetgeving”.
Het wetsvoorstel kan rekenen op een meerderheid in de Tweede Kamer. Wel maken enkele grote partijen zich, net als de minister, zorgen over de afbakening van de beroepsgroep. Oppositiepartij VVD denkt daarom vooral aan een verschoningsrecht uitsluitend voor journalisten die een perskaart hebben en lid zijn van de Nederlandse Vereniging van Journalisten (NVJ).
De journalist Voskuil vindt het een hele eer dat zijn zaak als voorbeeld dient in de discussie over het verschoningsrecht. Hij reageerde "zeer verheugd” op het arrest van het Europees Hof, dat hij typeerde als een tik op de vingers voor justitie.
Bruning van de NVJ sprak van een "heel helder signaal naar publiek en media dat journalisten een bijzondere positie innemen”. Bescherming van bronnen is volgens Bruning "voor media én publiek van cruciaal belang om misstanden aan de kaak te kunnen stellen”.
Voskuil werd in het najaar van 2000 gedurende achttien dagen door justitie in Amsterdam gegijzeld, omdat hij weigerde de bron te noemen van een artikel in de gratis krant Sp!ts. Voskuil had een agent anoniem geciteerd, die zei dat de politie onder valse voorwendselen een Amsterdamse woning had betreden, waar ze vervolgens een enorm wapenarsenaal aantrof. Mink K. werd voor betrokkenheid bij de zaak tot ruim drie jaar cel veroordeeld.
Op 9 oktober 2000 besloot het gerechtshof in Amsterdam dat aan de verklaring van Voskuil "geen geloof kon worden gehecht” en werd hij op vrije voeten gesteld. Sp!ts en de journalistenvakbond NVJ begonnen daarop een procedure bij het Europees Hof in Straatsburg.
Ook Telegraaf_journalist Joost de Haas noemde de uitkomst van dat proces donderdag "goed nieuws”. Hij werd vorig jaar samen met zijn collega Bart Mos gegijzeld, eveneens omdat zij weigerden hun bronnen prijs te geven. "Ik had het niet meer verwacht”, zei De Haas. "Het is belangrijk voor de journalistiek”.