Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Nederland als onopgeefbaar afvoerputje

 De stormvloedkering in de Oosterschelde, hét visitekaartje van Nederland in het buitenland, moet er mogelijk aan geloven. De kering voldoet waarschijnlijk nog tot eind deze eeuw, alhoewel de schotten dan wel vaker dicht moeten. Voor de periode daarna is het beter om te kiezen voor een open Oosterschelde, zegt de Deltacommissie. Dat komt de dynamiek in de zeearm, die nu als gevolg van de kering lijdt aan zandhonger, sterk ten goede. - Foto ANP

De stormvloedkering in de Oosterschelde, hét visitekaartje van Nederland in het buitenland, moet er mogelijk aan geloven. De kering voldoet waarschijnlijk nog tot eind deze eeuw, alhoewel de schotten dan wel vaker dicht moeten. Voor de periode daarna is het beter om te kiezen voor een open Oosterschelde, zegt de Deltacommissie. Dat komt de dynamiek in de zeearm, die nu als gevolg van de kering lijdt aan zandhonger, sterk ten goede. - Foto ANP

Vanuit de lucht is het net of er voor de kust bij Voorne twee grijze dozen op het water dobberen. Het zijn Duitse bunkers uit de Atlantikwall; destijds gebouwd op het duin, nu alleen zwemmend te bereiken. Ze onderstrepen het advies van de Deltacommissie: Nederland moet in actie komen tegen het water. Niet door van Nederland een bunker te maken, maar door creatief te zijn.
Water. Overal water. Per vliegtuig blijkt pas echt hoe massief de blauwe oppervlaktes aanwezig zijn rond Nederland en ín Nederland. Van alle kanten komt het steeds dreigend op dijken en duinen af. Allereerst vanuit de zee. De zeespiegel stijgt, volgens de Deltacommissie deze eeuw mogelijk met meer dan een meter. Die voorspelling is nog een stuk somberder dan de internationale klimaatcommissie en het KNMI tot nog toe hadden becijferd.

En ook de rivieren krijgen vanuit Frankrijk en Duitsland ’s winters steeds meer water te verwerken. Al dat water stroomt naar het laagste punt dat Nederland heet, door commissievoorzitter Veerman wel betiteld als „het afvoerputje van Europa.” Op het voorziene hoogtepunt kolkt er straks 18.000 kubieke meter water per seconde door de Rijn bij Lobith.

Dat zijn de horizontale gevaren. Maar er zijn ook verticale: uit de lucht komen steeds meer en steeds hardere buien. En vanuit de bodem, ten slotte, staat Nederland door bodemdaling meer en zoutere kwel te wachten.

Droogvoets naar Engeland
Een door het ministerie van Verkeer en Waterstaat georganiseerde vlucht boven de zuidwestelijke Delta, langs de Noordzeekust, over het IJsselmeer en boven de grote rivieren maakt die gevaren inzichtelijk. Het water is steeds in beweging. Vanaf het strand bij Scheveningen konden onze verre voorouders nog niet de Pier op lopen, maar wel droogvoets naar Engeland wandelen. Rond 600 na Christus was het weer andersom: Holland stond onder water door inklinking als gevolg van uitdroging van veen. Inpoldering maakte het opnieuw bewoonbaar.

Niet meer waar te nemen is dat in de loop der tijd -tussen 1679 en nu- het halve dorp Egmond in zee is verdwenen. Maar het resultaat van meer recente afkalving is wél goed zichtbaar: voor de kust bij Voorne lijkt het of er twee grijze dozen op het water dobberen. Het zijn Duitse bunkers die het verloren hebben van de aanvallende zee. Daar kan zelfs de Atlantikwall niets tegen beginnen.

Wandelend eiland
De natuur mag echter niet zomaar haar gang gaan aan de kust. Rijkswaterstaat begon in 1990 actief met het handhaven van de kustlijn op de huidige plaats. Alleen op de uiteinden van de Waddeneilanden krijgt de natuur vrij spel. Met zichtbare gevolgen: de eilanden ’wandelen’ langzaam naar het oosten. Aan de westkant hapt de zee gretig in het land, aan de oostkant worden de zandbanken steeds langer. Daardoor liggen de meeste dorpen inmiddels op de westelijke helft van de eilanden.

Langs de Noordzeekust mag dat niet gebeuren. Sinds een aantal jaar draait daar het programma ”Zwakke schakels”: op vijftien plekken vindt versterking plaats. Onder meer bij Ter Heijde. De kustlijn is er flinterdun: een duinenrijtje scheidt het dorp en de kassengebieden van de stijgende zee. Door zandopspuitingen groeit het strand langzaam aan. De Deltacommissie beveelt het kabinet aan die strategie in het groot toe te passen voor de hele Noordzeekust.

Geen paniek
Als Veerman maar niet gaat inspelen op de angst die mensen hebben voor het water, zo klonk het deze week nog bezorgd. De oud-minister van Landbouw was woensdag bij de presentatie van zijn rapport echter duidelijk: „We moeten snel aan het werk, maar paniek is niet nodig.”

De kritiek die na woensdag nog klinkt, raakt veelal niet de kern van het advies maar gaat over bepaalde gevolgen van het plan, zoals het deels zout maken van het Krammer-Volkerak Zoommeer. Daarmee verliezen landbouw en industrie in de zuidwestelijke delta een belangrijk zoetwaterreservoir, reden waarom LTO Nederland alarm slaat en pleit voor een aanvullend Deltaplan voor zoet water.

Andere kritiek gaat over de wijze van financiering en over de bestuursstructuur. Is bijvoorbeeld een landelijke regie onder aanvoering van de premier, zoals Veerman voorstelt, wel de juiste weg? „Het gaat over regionale projecten die nationaal geregeld worden”, zegt bestuurskundige Arwin van Buuren van de Erasmus Universiteit Rotterdam. „Niet zelden zit er echter een enorme kloof tussen nationale en regionale overheden. Het verrast mij daarom dat Veerman toch zo nadrukkelijk kiest voor een nationale regie.”

Niet verrassend
Reacties van vriend en vijand zijn op grote lijnen echter opvallend eensluidend: Veerman heeft een samenhangend advies geleverd dat heldere lijnen uitzet. „Ik heb nog niemand gehoord die dit een onzinadvies vindt”, zegt hoogleraar watermanagement Toine Smits van de Radboud Universiteit Nijmegen. „Ik deel de constateringen van Veerman. Je kunt hoogstens zeggen dat ze voor waterdeskundigen niet verrassend zijn.”

De rode draad is volgens Smits voor een kind te begrijpen: het gaat om veiligheid langs de rivieren en langs de kust. „Voor het eerste onderdeel bestaat het rijksprogramma ”Ruimte voor de Rivier” al. Veerman pleit dan ook voor een snelle uitvoering van dat programma. En omdat de rivieren eindigen bij de kust, moet je vooral daar zorgen voor maatregelen”, verklaart Smits. „Het advies voorziet daarin. De vraag die voor mij overblijft, is vooral hoe je genoeg draagvlak en economische meerwaarde kweekt om de plannen daadwerkelijk uit te voeren.”

Gescheiden riool
Veerman zelf is „erg blij” met de overwegend positieve reacties, zegt hij tegen deze krant. „Het probleem dat wij hebben onderzocht, wordt dus breed erkend. Er blijkt ook bereidheid om dat aan te pakken. Dat vind ik de winst.”

Als er érgens problemen ontstaan, dan is dat mogelijk met de zoetwatervoorziening. Om die reden bepleit de LTO een aanvullend Deltaplan voor zoet water. Is dat nodig?

„Zoetwatervoorziening heeft veel aandacht gekregen in ons rapport. Wij hebben twee dingen gezegd. Allereerst heeft het IJsselmeer een geweldige potentie om voor zoet water in de toekomst te zorgen, vandaar ook die voorgenomen ophoging van het waterpeil daar. En ten tweede moet de zoetwatervoorziening van het zuidwesten gewaarborgd worden. Hoe je dat vorm geeft, is vers twee. Er is kritiek op het zouter maken van het Krammer-Volkerak Zoommeer, maar we moeten niet vergeten dat het gebied voor het eerste Deltaplan ook al zout was. Bovendien is het door de slechte waterkwaliteit nu praktisch ook al onbruikbaar.”

Blijft kraanwater net zo goedkoop als het nu is?

„Kraanwater is zó vreselijk goedkoop; duizend keer zo goedkoop als water in een fles, en beter dan dat. Ik profeteer dat zoet water in de komende tientallen jaren een van de meest schaarse goederen zal worden die we kennen, zowel voor de land- en tuinbouw, maar ook voor de industrie, ook om te drinken. We moeten echt toe naar sterk waterbesparende methoden van gebruik, zoals bijvoorbeeld gescheiden rioolsystemen.”

Bent u niet bang dat de aandacht voor waterveiligheid weer verslapt?

„Waterveiligheid, zoetwatervoorziening, drinkwater, water voor transport, water voor de scheepvaart - de hele waterproblematiek is een zo essentieel gegeven voor het Nederlandse volk dat de aandacht daarvoor nauwelijks kan verslappen. Ik denk dat de regering dat heel goed begrepen heeft. Ik ben daar heel erg verheugd over.”


Astronomische schade door overstromingen
De gevolgen van een waterramp zullen desastreus zijn, waarschuwt de Deltacommissie in haar rapport ”Samen werken met water”. De economische schade loopt op tot astronomische bedragen, nog los van de menselijke slachtoffers die dan zullen vallen.

De watersnoodramp in 1953 kostte aan ruim 1800 mensen het leven. De economische schade bedroeg destijds 1,5 miljard gulden, ruim 670 miljoen euro.

Voor een nieuwe ramp liggen die bedragen vele malen hoger. De bevolking in de zuidwestelijke delta en de rest van Nederland is sinds 1953 flink gegroeid. De waarde van de infrastructuur en de bebouwing is navenant gestegen. Het nationaal vermogen dat in overstroombaar gebied ligt en potentieel door water wordt bedreigd, is volgens de Deltacommissie 1800 miljard euro.

De commissie heeft becijferd dat de mogelijke schade door overstromingen tot 2040 -bij een zeespiegelstijging van 24 tot 60 centimeter- toeneemt tot ongeveer 400 à 800 miljard euro als er geen maatregelen worden genomen. Bij een zeespiegelstijging van anderhalve meter in 2100 kan, als het kabinet niets doet, de potentiële schade zelfs oplopen tot 3700 miljard euro.

De schadeberekeningen gaan nog met veel onzekerheden gepaard, stelt de Deltacommissie. Wat niet wil zeggen dat de schade van een overstroming mogelijk wel meevalt. Voor de ramp in 2005 met de orkaan Katrina in de Amerikaanse stad New Orleans werd de mogelijke schade daar op 16,8 miljard dollar geschat. Na de ramp bleek alleen al de directe schade aan woningen, overheidsgebouwen en publieke infrastructuur 27 miljard dollar te bedragen. Terwijl die schade mogelijk had kunnen worden voorkomen door 1 miljard dollar te investeren in preventie.


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek