Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Minister: Koopzondag in handen van burger

DEN HAAG - Het kabinet laat het tegengaan van het misbruik dat gemeenten maken van de toerismebepaling in de Winkeltijdenwet geheel over aan burgers en bedrijven.
Dat blijkt uit een interview met minister Van der Hoeven van Economische Zaken in het Nederlands Dagblad van zaterdag.

Het kabinet ging eerder deze maand akkoord met een voorstel van de CDA-bewindsvrouw om het oneigenlijk gebruik van de zogeheten toerismebepaling in de Winkeltijdenwet aan banden te leggen.

Op dit moment mogen gemeentebesturen maximaal twaalf koopzondagen per jaar aanwijzen. Voor toeristische gebieden geldt echter een uitzonderingsregeling. Daar mogen de winkeldeuren iedere zondag open. Veel gemeenten hebben met een beroep op de zogeheten toerismebepaling het aantal koopzondagen flink verruimd.

Om dit oneigenlijk gebruik aan banden te leggen, moeten gemeenten vanaf 2009 duidelijker omschrijven waarom winkels op zondag open zijn. Daarnaast krijgen belanghebbenden (zoals burgers en bedrijven) de mogelijkheid om bij het College voor Beroep van het Bedrijfsleven in beroep te gaan tegen het besluit van een gemeente tot een ruimere zondagsopening.

Doen belanghebbenden dat niet, dan is er volgens Van der Hoeven geen sprake van oneigenlijk gebruik. „Als er geen klachten worden ingediend, dan is het dus akkoord. Dan is er geen sprake van oneigenlijk gebruik, want er komen geen klachten binnen.”

Volgens een woordvoerder van de SGP is het duidelijk dat het kabinet „de handen van de koopzondagen aftrekt. Van der Hoeven scherpt de wet aan, maar tegelijkertijd laat ze de handhaving over aan burgers.”

De SGP zou liever zien dat de rijksoverheid zelf de vinger aan de pols houdt om de wildgroei aan koopzondagen tegen te gaan. Samen met de SP diende de partij hiertoe eind vorig jaar een initiatiefwetsvoorstel in. Kern hiervan is dat het ministerie gemeenten vooraf toestemming moet verlenen om het aantal koopzondagen te verruimen. Van der Hoeven ziet hier weinig in. „Ik moet er niet aan denken.”


Dossier:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek