In 2006 overleden 42.522 mensen (meer vrouwen dan mannen) aan hart– en vaatziekten. De afgelopen 26 jaar is het aantal doden door deze aandoeningen voortdurend gedaald. Dankzij betere behandelingsmogelijkheden en preventie overleven steeds meer mensen een hartinfarct. Het is het aantal dotterbehandelingen is de laatste tientallen jaren flink toegenomen.
Uit de cijfers van de Hartstichting blijkt dat het aantal ziekenhuisopnamen voor hart– en vaatziekten blijft stijgen. Vijf jaar na de eerste ziekenhuisopname is een groot deel van de hart– en vaatpatiënten nog in leven. Veel hart– en vaatpatiënten die zijn gered na bijvoorbeeld een hartinfarct of een beroerte, leven echter verder met onherstelbare beschadigingen aan hart, vaten of hersenen. Voor deze mensen is er nu geen goede behandeling. Deze mensen kampen met allerlei klachten die hun leven ernstig belemmeren.