Een keuzevak voor een periode van enkele weken tijdens het eerste studiejaar had evolutionisme en creationisme als thema. „Daarin werden alternatieven genoemd, maar tegelijk was duidelijk dat de docenten en veel studenten het geloof in de evolutietheorie eigenlijk als iets vanzelfsprekends beschouwden. Men weet dat er mensen zijn die andere uitgangspunten hebben, maar die worden eigenlijk niet als wetenschappelijk gelijkwaardig gezien. Scheppingsgeloof of Intelligent Design, je kunt het niet bewijzen en dus kunnen ze er niets mee. Het was opvallend dat juist enkele studenten die totaal niet christelijk zijn de evolutietheorie het minst vanzelfsprekend vonden.”
„Alle vakken, artikelen en onderzoeken” zijn doortrokken van het evolutiedenken, zegt de Utrechtse student. Wat hij op het Driestar College in Gouda daarover meekreeg, noemt hij nuttige bagage. „Ik heb niet echt veel over schepping en evolutie gelezen, maar je denkt er wel over na. Het eerste jaar wiebelt je overtuiging best wel eens, al wil je niet in de evolutie geloven, omdat je weet dat het tegen de Bijbel ingaat. Later heb je meer antwoorden op wat je hoort. Je krijgt meer vastigheid, ook door wat je op de belijdeniscatechisatie en op de studentenvereniging meekrijgt.”
Inmiddels is De Vries voorzitter van de integratiecommissie van studentenvereniging Depositum Custodi. „Deelname aan zo’n vereniging kan ik elke christenstudent aanraden. Je krijgt daar veel bagage mee en je praat met elkaar over je omgang met studenten die een andere achtergrond hebben.”
Over de evolutieleer is De Vries meermalen met andersdenkenden in gesprek geweest. „In het begin soms met knikkende knieën, later met meer argumenten. Meestal ontmoet je best wel begrip voor je andere manier van denken over het ontstaan en de ontwikkeling van het leven. Een docente zei echter tegen me: Ik zal naar wetenschappelijke antwoorden blijven zoeken. Pas als ik die niet kan vinden, zal ik gaan geloven.”
Dit is het vierde deel in een zevendelige serie over het doordringen van het evolutiedenken in de maatschappij. Morgen deel 5.