Lont ziet nu af van het indienen van een motie. „Door een stevig gesprek met een delegatie van het landelijk bestuur hebben wij het vertrouwen gekregen dat er binnen de partij een inhoudelijke discussie op dit punt gaat plaatsvinden. Door de nieuw ontstane situatie is besloten om de motie momenteel niet in te dienen”, stellen Lont en haar woordvoerder Bertus Kas in de verklaring.
In een toelichting vertelde Kas dat Lont wel bij haar standpunt blijft. Een standpunt dat volgens hem breed wordt gedragen door de achterban. Een kleine steekproef door de EO wees deze week inderdaad uit dat twee op de drie CU-bestuurders het eens zijn met inhoud van de motie, namelijk dat mensen met een homoseksuele leefwijze niet geloofwaardig namens de partij kunnen optreden.
Partijleider Rouvoet poogde vrijdag, eerder op de dag, de onrust over het homostandpunt van ChristenUnie al te dempen. „Iedere suggestie dat de CU homo’s zou weren, dat homo’s in onze partij niet welkom zouden zijn, werp ik verre van mij. Wij discrimineren niet”, stelde de vice-premier met kracht.
Op de vraag of praktiserende homo’s dus een bestuursfunctie kunnen krijgen of Kamerlid kunnen worden, wilde hij echter niet ingaan. „Dat is een discussie voor de partij. Daarop ga ik niet vooruitlopen”, aldus Rouvoet.
De ChristenUnieleider weigert zich „mee te laten slepen in een hype, ten nadele van die homo’s die ook nu al volwaardig in de partij functioneren”, stelde hij tegenover RTL-Nieuws.
Ook premier Balkenende werd vrijdag door de pers belaagd met de vraag wat hij van het debat in de ChristenUnie vond. Balkenende verwees naar het congres dat over twee weken plaatsvindt en noemde het een „kwestie van soevereiniteit in eigen kring.”