Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

Leren kijken over grenzen

 Wim de Vries: „Woord en Daad past precies bij Hilda, als kind liep ze al te collecteren. Foto Erik Kottier
 1 van 2  

Wim de Vries: „Woord en Daad past precies bij Hilda, als kind liep ze al te collecteren. Foto Erik Kottier

Ze hadden kinderen van Spaanse en Molukse gastarbeiders in de klas. En hoewel ze lid waren van de gereformeerde samenkomst (een soort vrije oud gereformeerde gemeente) bezocht hun moeder met hen ook het kerstfeest in de hervormde kerk in Kinderdijk. Het vermogen over grenzen heen te kijken, komt Hilda en Wim de Vries nu nog van pas, omdat ze tijdens hun werk regelmatig in contact komen met mensen die anders zijn en anders denken. „Uiteindelijk gaat het om de basis.”
Ze weten dat hij er moet zijn, maar kunnen hem niet vinden. De foto waarop te zien is dat Hilda Wim voorleest. „Ik vond voorlezen heerlijk”, zegt Hilda terwijl ze buiten in de tuin bij Wim in een van de fotoboeken op haar schoot kijkt. Wim: „Je was er ook heel goed in.”

Die voorleesuurtjes geven direct het leeftijdsverschil tussen broer en zus aan. Wim: „Hilda is van de acht kinderen de tweede, ik de vijfde. Dat betekende dat, als we iets samen deden, daar vaak ook onze andere broers en zussen bij waren.” Zo gingen ze vaak met z’n vijven of zessen roeien, met een boot die ze leenden van twee oudooms. Of ze maakten fietstochten. Niet zomaar van een uurtje, ze fietsten in één dag naar Scheveningen of zelfs naar Katwijk, heen en terug.

Eén keer per jaar ging de tocht helemaal naar Oldebroek, waar de familie op vakantie ging. „Dan vertrokken we om vijf uur ’s morgens, om zeven uur aten we bij Vianen ons ontbijt op. En als we goed doortrapten, en dat deden we, kwamen we precies om drie uur bij onze vakantieboerderij aan.”

Het grootste deel van hun jeugd brachten ze in Kinderdijk door, waar hun vader, net als bijna alle mannelijke inwoners, bij de scheepswerf van Smit werkte. Wim: „Om twaalf uur ’s middags klonk er een gigantische toeter over Kinderdijk. Dan ging de school uit en ook de scheepswerf had pauze. Ik zie nog al die mensen op de fiets of lopend naar huis komen om warm te gaan eten.”

Het gezin was lid van de gereformeerde samenkomst in Alblasserdam, een kerk die behoorde tot een van de naamloze gemeenten die waren ontstaan uit de prediking van ds. B. Sterkenburg en ds. H. Stam. Wim: „Die predikanten waren uit de hervormde kerk gestapt, maar wilden zich niet afscheiden. We kwamen in een soort schuurtje bij elkaar, doelbewust omdat het om een soort noodverband ging.”

Goede herinneringen hebben beiden aan ds. A. P. Verloop. Wim: „Hij kon de Bijbelse boodschap in heel eenvoudige bewoordingen uitleggen. Dat sprak me aan.” Hilda: „Ik vond het wel lastig om aan anderen uit te leggen waar we naar de kerk gingen. Iemand die in Alblasserdam woonde, snapte dat, maar anderen kenden de gemeente niet. Dan zei ik maar dat het zoiets was als oud gereformeerd.”

Hun vader maakte in de loop van de tijd een verandering door. Hilda: „Eerst was hij heel gesloten, maar later werd hij opener.” Die omslag had onder meer te maken met de ziekte van jongste broer Huib. „Hij kreeg op zijn achtste tetanus en werd wekenlang kunstmatig in coma gehouden, vanwege hevige spierkrampen. Het was een kritieke situatie.”

Bijzonder was dat hun vader op weg naar het ziekenhuis op basis van woorden uit Psalm 147 het vaste geloof kreeg dat Huib beter zou worden. „Toen dat ook gebeurde, merkte je duidelijk dat hij opener was geworden in geloofszaken. Zo ging hij vanaf die tijd bij het eten hardop voor in een vrij gebed. En als hij op zondag een preek van bijvoorbeeld Kolhlbrugge of Erskine las, dan had hij vaak tranen in zijn ogen. Dat maakte op ons als kinderen veel indruk.”

Anders

Er was in Kinderdijk één school, waar nagenoeg alle kinderen uit het dorp naartoe gingen. Wim: „Het was een school met de Bijbel, waar mijn vader en veel andere reformatorischen in het bestuur zaten, maar die ook bezocht werd door rooms-katholieke en niet-kerkelijke kinderen.”

Hilda: „Je ging respectvol met elkaar om, maar ik besefte als kind wel dat wij anders waren. Zo hadden wij als een van de weinigen geen televisie. Ik wist nooit zo goed wat ik daarmee aan moest. Of ik m’n ogen dicht moest doen als ik bij anderen op bezoek was en dat apparaat stond aan.”

In hun klas zaten kinderen van gastarbeiders uit Spanje, en van de Molukken. Wim: „Ook zij leerden in klas 6 de catechismus.” De omgang met hen heeft nooit problemen opgeleverd. Wim: „Je merkte wel dat zij anders werden opgevoed. Deden ze iets wat niet mocht, dan ging bij sommigen echt letterlijk de zweep erover. Dat is iets wat me is bijgebleven.”

Hilda: „Bij ons thuis ging het er overigens ook gedisciplineerd aan toe. Je had echt ontzag voor je ouders. Dat paste in de tijd.” Wim: „Jazeker. Als papa zei: „Als je nog één keer het hart in je ziel hebt…” wist je dat het helemaal over was. Dan deden we ook niets meer wat hem niet zinde.”

Hilda: „Hij gaf ons ook wel eens een pak slaag.” Wim: „Jou toch niet? Ik kan me niet herinneren dat jij ooit straf hebt gehad.” Hilda, lachend: „Ik lag wel eens ’s avonds lang te praten met m’n zussen bij wie ik op de kamer lag. Maar dat ik echt een tik kreeg, weet jij denk ik niet meer goed, omdat ik ouder was. En als je 13, 14 of 15 bent, krijg je geen pak slaag meer.”

Het was maar voor enkele leerlingen weggelegd na de lagere school door te stromen naar atheneum of gymnasium. Wim was een van hen. „Dat was voor zo’n dorpsschool heel bijzonder.” Dat Hilda niet ging, had vooral met haar eigen plannen te maken. „Ik wilde van jongs af aan juffrouw worden. Na de mulo zou ik naar de pedagogische academie gaan. Dat stond voor mij vast.”

Guido de Brès

De keus voor (of tegen) een reformatorische middelbare school speelde in Hilda’s tijd nog niet. Toen Wim twaalf was, ging juist de Guido de Brès in Rotterdam van start. „Maar ik wilde naar de school waar ook mijn broers en zussen naartoe gingen en mijn ouders vonden dat goed.”

Wim en Hilda denken nu dat hun ouders toen niet altijd hebben beseft in wat voor wereld hun kinderen terechtkwamen. Hilda: „Op klassenfeesten, bijvoorbeeld, werd popmuziek gedraaid en er werd zelfs gedanst. Maar daar hadden zij echt geen weet van.” Wim: „Dat is nu wel anders. Alles is opener. Hoewel, misschien weten veel ouders vandaag de dag nog steeds niet waar hun kinderen op hun kamer naar luisteren of waar ze op zaterdagavond uithangen.”

Of ze in die tijd tegen de stroom in hebben leren zwemmen? Wim: „Klasgenoten wisten dat ik van een zware kerk was. Dat scheelde. Ze hadden het waarschijnlijk zelfs raar gevonden als ik mee was gaan dansen.” Hilda: „Dat deed ik ook niet, want dan zou m’n geweten zijn gaan spreken. Maar ik luisterde thuis soms stiekem naar de radio.” Wim: „En we kochten wel eens een langspeelplaatje van country-and-westernmuziek. Een keer ben ik gesnapt door mijn vader toen ik heel hard muziek van Johnny Cash op had gezet. Hij was erg verdrietig en trok zich dat zeer sterk aan.”

Hilda vertrok, volgens verwachting, na de mulo naar het internaat van de Driestar in Gouda, maar toen ze er na een jaar achter kwam dat ze het onderwijs eigenlijk niets vond, wist ze niet wat ze dan wél wilde. „Het zijn niet mijn ouders geweest die mij hebben gepusht dan maar te gaan werken. Dat was mijn eigen keus, maar ik denk wel dat ze het voor meisjes minder belangrijk vonden om door te studeren dan voor de jongens.”

Secretaresse

Zes jaar werkte Hilda bij een bank. Toen er een vacature voor secretaresse bij hulporganisatie Woord en Daad in de krant stond, besloot ze te solliciteren. „Leuk is dat mijn moeder er helemaal achter stond. Ze belde me speciaal op om me op die advertentie te attenderen.”

Wim: „Het werk bij Woord en Daad past precies bij haar. Als kind liep ze al te collecteren, voor onder meer de Macht van het Kleine (het huidige epilepsiefonds, MDW). En al jong had ze een sponsorkindje voor wie ze geld gaf.”

Wim vervolgde zijn opleiding aan de Landbouwuniversiteit in Wageningen. In die tijd leerde hij Carla kennen, met wie hij later zou gaan trouwen. Wim: „Toen ik lid was van de CSFR ben jij een keer mee geweest met een dispuutweekend.” Hilda: „Je had me meegevraagd, omdat Carla anders zo alleen was.” Wim: „Dat is waar, maar je vond het ook echt leuk, dat studentenwereldje.” Hilda: „Het aardige is dat ik tijdens dat weekend diverse latere collega’s heb ontmoet. Jan Lock, bijvoorbeeld, was er ook bij. Hij werd bij Woord en Daad mijn baas.”

Hilda heeft haar broer nooit overgehaald zich als landbouwkundige voor Woord en Daad te gaan inzetten. „Er werken inderdaad diverse landbouwkundigen voor Woord en Daad, maar met de richting die Wim is ingeslagen, klimaatbeheersing, kunnen we als hulporganisatie niet zo veel.” Wim: „Het is wel zo dat ik ooit wat vakken heb gevolgd om de ontwikkelingshulp in te kunnen gaan. Maar daar is het nooit van gekomen. En nu ik helemaal in het onderzoek zit, is het inderdaad niet meer aan de orde.”

Hilda: „Ik heb zijn studie altijd interessant gevonden. Ook toen hij ging promoveren, heb ik me er echt in verdiept.” Zonder veel moeite somt Hilda even later op waarover Wims onderzoek destijds ging. „Het had te maken met bodemverzuring. Volgens mij ontwikkelde hij modellen waarmee zuurwaarden konden worden gemeten. De vraag was wat maximale waarden voor neerslag van bijvoorbeeld stikstof zijn die nog acceptabel zijn voor het milieu.” Wim knikt. „Dat klopt heel aardig. Die modellen gebruiken we nog steeds. Nu vaak om de verandering in biodiversiteit te voorspellen.”

Financiële adoptie

Wim weet dat Hilda’s werk te maken heeft met het beoordelen van projectaanvragen voor financiële adoptie. Lachend: „En sinds je 25-jarig jubileum bij Woord en Daad weet ik dat je leeft op acht koppen koffie op een dag.” Voor dat jubileum in 2005 maakte Wim een levensloop. Met foto’s en anekdotes uit haar verleden. „Ik dacht: omdat je geen man of kinderen hebt, komt het er anders niet snel van.”

Dat de een getrouwd is en de ander niet, doet aan de onderlinge band niets af. Hilda: „Ik denk dat ik daardoor alleen maar intensiever contact met Wim heb. Juist omdat ik niet getrouwd ben, logeer ik wel eens een heel weekend bij mijn broers of zussen. Op die manier maak je een gezin van binnenuit mee.”

Haar echte interesse voor anderen waardeert Wim erg in zijn zus. „Dat had ze vroeger al. Zo had ze een blind vriendinnetje dat ze urenlang voorlas.”

Nog een karaktereigenschap van Hilda is volgens Wim dat ze nooit iets negatiefs over anderen zegt. Zelf zwakt ze die opmerking meteen af. „Ik flap er op mijn werk echt wel eens wat uit.” Wim: „Ja, misschien zeg je dat iemand iets doms heeft gedaan, maar zou je echt zeggen dat je iemand niet mag?” Hilda gaat weifelend overstag.

Het niet snel uiten van kritiek heeft volgens Wim ook een keerzijde. „Soms houd je maar gewoon helemaal je mond, terwijl ik me dan afvraag: Wat zal Hilda hier nu van denken?” Waarover hij bijvoorbeeld graag haar mening zou weten? Wim: „Jij zit net als ik regelmatig voor je werk in het buitenland. Vind je het dan moeilijk over je eigen grenzen heen te kijken? Hilda: „Ik bezoek enorm verschillende kerken. Daar zitten mooie diensten bij. Maar qua aankleding is het natuurlijk anders dan ik gewend ben. Daar heb ik geen moeite mee.”

Hilda vindt haar broer erg sociaal en ze waardeert in hem dat hij in eenvoudige woorden weet uit te leggen waar hij op geloofsgebied voor staat. „Ook naar mensen toe die er niet bekend mee zijn, vertel jij wat christen-zijn inhoudt. Ook op je werk. Dat vind ik knap. Ik heb zelf ook zes jaar tussen niet-christenen gewerkt, maar had de neiging me maar vooral stil te houden op dat gebied.”

De kinderen De Vries zijn inmiddels uitgewaaierd naar verschillende kerkelijke richtingen: van christelijk gereformeerd en gereformeerde gemeente tot hersteld hervormd en PKN. Wim: „Daar is binnen de familie weinig discussie over.” Hilda: „We zitten allemaal in verschillende kerken, maar basaal denken we hetzelfde. En daar gaat het tenslotte om.”

Naam: Wim de Vries
Leeftijd: 49
Woonplaats: Veenendaal
Burgerlijke staat: getrouwd, 5 kinderen, 1 kleindochter
Functie: onderzoeker bij Wageningen Universiteit en Researchcentrum

Naam: Hilda de Vries
Leeftijd: 55
Woonplaats: Leerbroek
Burgerlijke staat: alleengaand
Functie: programmamedewerker onderwijs en coördinator financiële adoptieprogramma’s bij hulporganisatie Woord en Daad

Dit is de tweede aflevering in een serie dubbelinterviews met een broer en zus.


Lees ook:
Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Gerelateerde artikelen
    Meer uit deze rubriek