Laatste koninklijke begrafenis in 1962

Laatste koninklijke begrafenis in 1962 -  De koets met de lijkkist van prins Hendrik arriveert op 11 juli 1934 bij de Nieuwe Kerk in Delft. - Foto ANP
 1 van 5  

De koets met de lijkkist van prins Hendrik arriveert op 11 juli 1934 bij de Nieuwe Kerk in Delft. - Foto ANP

Een koninklijke begrafenis. Een groot deel van de Nederlandse bevolking heeft die nog nooit meegemaakt. De laatste had plaats in december 1962, toen prinses Wilhelmina naar haar laatste rustplaats in de Nieuwe Kerk in Delft werd gebracht.

Een schok gaat door Nederland als op 28 november 1962 bekend wordt gemaakt dat prinses Wilhelmina is overleden. De voormalige koningin wordt sinds haar krachtige optreden in de Tweede Wereldoorlog gezien als de Moeder des Vaderlands. De rouw is intens.

De prinses sterft op Paleis Het Loo in Apeldoorn, waar zij woonde. Zij is 82 jaar geworden. Het lichaam van de prinses wordt opgebaard in de hofkapel van het paleis en blijft daar enige dagen. Over de kist ligt de Nederlandse vlag en erbovenop het koninklijke wapen en een opengeslagen Bijbel. In de kapel is nu nog te zien waar de kist heeft gestaan.

Op 1 en 3 december trekken duizenden Nederlanders langs de kist. Personeelsleden -onder anderen houtvesters van de omliggende koninklijke bossen- vormen de erewacht. De koningin hield van hen.

Het is het personeel van Het Loo dat als eerste afscheid van haar neemt in een dienst. Aan het einde van deze bijeenkomst -op 4 december- wordt het volkslied van het Duitse vorstendom Waldeck Pyrmont gespeeld. Als eerbetoon aan haar Wilhelmina’s moeder, oud-koningin Emma.

De overledene wordt daarna per auto naar Den Haag gebracht. Prins Bernhard begeleidt de lijkwagen tijdens deze rit naar het paleis aan het Lange Voorhout. Daar wordt de lijkkist opgesteld. Prins Bernhard betrekt als eerste op 6 december de dodenwacht. Dit is het begin van drie dagen waarin het Nederlandse volk afscheid kan nemen van haar oud-koningin. Bij het paleis ontstaat al snel een bloemenzee, vele dure kransen van vorstenhuizen en organisaties worden afgeleverd. Op verzoek van prinses Wilhelmina plaatsen de hoffunctionarissen alleen witte bloemen bij de kist, die al de tijd wordt omringd door een erewacht van hoge dienaren van de prinses.

Op 8 december 1962 heeft de begrafenis van prinses Wilhelmina plaats, tien dagen na haar overlijden. Om 10 uur ’s morgens dragen houtvesters de lijkkist het paleis uit, om die in de witte lijkkoets te plaatsen. Op de koets ligt slechts één krans: die van het Nederlandse verzet. De overige kransen krijgen een plaats op een aparte koets. In zwarte koetsen volgen koningin Juliana en prins Bernhard en hun kinderen, bezoekende vorsten en overige naaste familieleden.

Langs de route naar Delft vormen in totaal zo’n 9000 militairen een erehaag. Zij dragen allemaal een normaal uniform. Dat is op verzoek van de overledene zelf, die graag een gewone, Nederlandse begrafenis wilde.

De tocht naar Delft loopt zeer voorspoedig. De koetsen arriveren eerder dan gepland. Volgens een verslag uit die tijd was niemand daar rouwig om, omdat het ijzig koud was.

Bij het betreden van de kerk, achter de kist, wordt de koninklijke familie vergezeld door een stoet hoge Europese adel, onder wie koning Frederik II van Denemarken, koning Olaf van Noorwegen, de groothertogin van Luxemburg, koning Boudewijn van België met koningin Fabiola, prins Louis-Ferdinand van Pruisen, de vorst en vorstin van Wied, de zus van prins Bernhard, prinses Armgard van Lippe-Biesterfeld, en graaf en gravin van Oeynhausen-Sierstorpff. In de kerk zijn de leden van het kabinet en vertegenwoordigers van bevriende landen dan al aanwezig, samen met vele genodigden en vertegenwoordigers van organisaties.

Nadat de kist voor de preekstoel op een eenvoudig houten plankier is neergezet, vangt de rouwdienst aan met het zingen van ”Ontwaakt gij die slaapt en sta op uit de doôd”. Organist Jan J. van den Berg begeleidt het zingen op het orgel van de Nieuwe Kerk.

Hofpredikant ds. J. G. van Berkel leest daarop Johannes 14:1-6 voor en gaat voor in gebed. Na de samenzang van ”Christus onze Heer verrees” leest de Franstalige hofpredikant ds. G. I. P. Forget over de verschijning van de Heere Jezus aan Maria Magdalena (Matthéüs 28:1-7). De aanwezigen zingen in antwoord daarop ”A Toi la gloire” (U zij de glorie).

„Deze dienst moet naar het uitdrukkelijk verlangen van prinses Wilhelmina een getuigenis zijn van Gods leiding in ons leven en van de overwinning door Jezus Christus de Heer.” Met die woorden begint ds. Van Berkel zijn preek voor de bijna 3000 aanwezigen. Hij roept allen ertoe op „het getuigenis van prinses Wilhelmina niet in de wind te slaan” en noemt de overledene de ”Moeder des Vaderlands”. De Apeldoornse predikant preekt naar aanleiding van Matthéüs 28:20: „En ziet, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld.”

Daarop zingen de aanwezigen opnieuw, nu het zesde (”Mijn schild ende betrouwen”) en het veertiende (”Oorlof, mijn arme schapen”) couplet van het Wilhelmus. En ds. Forget doet een gebed dat volgens een verslaggever „een diepbewogen bede om troost en vrede” is.

Dan is het moment van afscheid nemen aangebroken. De houtvesters dragen de eenvoudige eikenhouten kist de grafkelder in. Zij worden alleen gevolgd door koningin Juliana, prins Bernhard en hun vier dochters. Allevijf zijn zij in het wit gekleed. De dragers verlaten de grafkelder direct weer, zodat de familie in alle stilte afscheid kan nemen, zonder dat daar getuigen bij aanwezig zijn.

De dagen erna, tot 15 december, brengen velen een bezoek aan de Nieuwe Kerk om een laatste groet aan prinses Wilhelmina te brengen. Al die tijd wordt het nog open graf bewaakt door leden van de Koninklijke Marechaussee. Op zaterdag de 15e wordt de 2000 kilo zware toegangssteen weer boven de trap geplaatst die naar de kelder leidt.

De begrafenis is in 1962 een grote gebeurtenis voor de media. Via de radio en ook al via de tv wordt rechtstreeks verslag gedaan van de gebeurtenissen in Den Haag en Delft.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek