Volgens Huizinga is er sprake van een „gigantisch” probleem: „De waterspiegel stijgt naar verwachting in deze eeuw 85 centimeter. Ook daalt de bodem en er moet veel meer water door onze rivieren worden afgevoerd.”
De bewindsvrouw ziet het als haar taak ervoor te zorgen dat „generaties na ons zich veilig voelen achter duinen en dijken, een kopje koffie kunnen drinken op de pier van Scheveningen en kunnen fietsen in de polders van Noord-Holland.”
Huizinga zet in de nota vijf lijnen uit die ze later concreet gaat invullen. De eerste is dat overheden, burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties moeten samenwerken bij het tegengaan van wateroverlast. Verder wil ze de betere bescherming via dijken en duinen combineren met een sterkere en duurzame economie, bijvoorbeeld door bij de aanpak van de Afsluitdijk te investeren in energiewinning, recreatie of wonen.
De derde lijn is dat maatregelen tegen wateroverlast gecombineerd worden met verbeteringen van de omgeving. Verder gaat Nederland de opgedane kennis over waterbeheer wereldwijd delen. Tot slot zal er in het onderwijs meer aandacht moeten komen voor „leven met water.”
Het meest concrete voorstel op dit moment is de instelling van Deltacommissie. Die moet zich buigen over de bescherming van de Nederlandse kust en het achterland op lange termijn (tot 2200). De commissie moet reeds volgend jaar een advies uitbrengen over een duurzame ontwikkeling van het kustgebied. Aanstaande dinsdag maakt Huizinga bekend wie de voorzitter van deze commissie zal worden.
Nederland kende na de watersnoodramp van 1953 ook een Deltacommissie.
De bewindsvrouw kondigde de instelling van deze commissie enkele maanden geleden reeds aan in een interview met deze krant.
In 2009 wil Huizinga haar plannen hebben uitgewerkt. In dat jaar verschijnt het Nationale Waterplan. Het plan zal eens per zes jaar verschijnen.
De Vereniging van Nederlandse Gemeenten noemt het plan van de staatssecretaris „een goede aanzet” om te komen tot een integraal waterbeleid.