Klooster Ter Apel wordt gerestaureerd

Het 15e-eeuwse klooster in het Groningse Ter Apel wordt gedeeltelijk in oude luister hersteld.

Er komt weer een scriptorium waar men kan zien hoe de kruisheren hun boeken schreven. Ook het atelier van de glazenier die de glas-in-loodramen maakte, wordt gereconstrueerd. De verbouwing kost bijna een half miljoen euro en moet volgend jaar klaar zijn. Eerder al, in 2001, had ook een uitvoerige restauratie plaats en werd een de in 1755 gesloopte westvleugel herbouwd.

Het klooster van Ter Apel werd vanaf 1465 gebouwd als onderdeel van het klooster in Bentlage in Duitsland. Het kreeg de naam Domus Novae Lucis, Huis van het Nieuwe Licht. Tussen 1465 en 1561 werd gewerkt aan de bouw van het klooster volgens een middeleeuws plan. Behalve de realisatie van het conventgebouw, betekende dat ook de bouw van onder meer een poortgebouw, watermolens, een perkamenthuis, een bak- en brouwhuis en een gastenverblijf.

Met de verovering van Oost-Groningen door Willem Lodewijk van Nassau in 1593 werd het rooms-katholicisme afgezworen. Het klooster transformeerde tot Nederlands hervormde dorpskerk van Ter Apel.

Stormen, brand en hoge onderhoudskosten zorgden voor grote problemen in de eeuwen na 1600. Het gebouw onderging daardoor tot 1930 veel aanpassingen. In 1755 werd de westgevel gesloopt en in 1834 gingen de cellen van de kruisheren tegen de vlakte, evenals de bouwvallig geworden gewelven in de kerk. De overgebleven delen werden tussen 1930 en 1933 gerestaureerd.

Sinds 1992 behoort het klooster van Ter Apel tot de beschermde monumenten van VN-organisatie Unesco.

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek