Defensie zoekt al jaren naar een opvolger. Voor Nederland komen in principe zes toestellen in aanmerking: drie Amerikaanse (F-16 Advanced, F/A-18 en JSF) en drie Europese (Eurofighter, Rafale en Gripen NG). In 2002 houdt Defensie verschillende kandidaten op 700 punten tegen het licht. De JSF rolt daarbij als „beste product voor de beste prijs” uit de bus.
Vervanging
Niet iedereen is gelukkig met het proces. Defensie wekt volgens sommigen de indruk naar één kandidaat toe te werken. Al in 1996 spreken topambtenaren hun voorkeur uit voor het Amerikaanse toestel. Een eerste werkgroep van Defensie heet veelbetekenend ”JSF-beraad”, onthult ex-defensietopman De Winter in september in het KRO-programma Reporter. Later krijgt het overleg de neutrale naam Projectbureau Vervanging F-16.
Nederland besluit (2002) 800 miljoen dollar te investeren in de (SDD-)ontwikkelingsfase van de JSF. Door deze financiële band groeien de belangen voor Nederland. De luchtvaartindustrie kan via compensatieorders geld verdienen aan het project.
Politieke turbulentie gooit roet in het eten. Het kabinet valt over de perikelen rond VVD-Kamerlid Hirsi Ali. In de kabinetsformatie van begin 2007 dwingt de PvdA een nieuw onderzoek af. Daarmee zijn alle kandidaten ineens weer in beeld. Toch bedanken twee kansrijke Europese vliegtuigbouwers voor de eer. „De keus van Defensie staat allang vast”, zeggen zij. Alleen Saab neemt de handschoen op op met een doorontwikkelde Gripen.
Staatssecretaris De Vries (Defensie) belooft echter een „transparant” en „zorgvuldig proces.” Donderdag presenteert hij de resultaten van de vergelijking tussen de JSF en de Gripen Next Generation. Ook de verbeterde F-16 doet mee, maar maakt weinig kans.
Onafhankelijk
Op verzoek van de PvdA volgt het gerenommeerde onderzoeksbureau RAND uit de VS de kandidatenevaluatie. Deze waakhond moet toezien op een eerlijk proces. RAND komt donderdag met een eigen rapport.
Toch blijft het traject twijfels oproepen. Critici vermoeden dat Defensie het -vertrouwelijke- eisenpakket heeft toegeschreven naar de JSF. De verschillen tussen het eerste (”Request for Information”, 1999) en het tweede (”Questionnaire”, 2008) onderzoek zijn groot.
Voor JSF-watcher Johan Boeder uit Kesteren zit de moeilijkheid niet in de eerlijkheid van het proces, maar al eerder, in het samenstellen van het eisenpakket. „Door haar eigen randvoorwaarden te formuleren, kon Defensie vooraf de uitkomsten beïnvloeden. Deze zijn daarmee behoorlijk pro JSF geworden.”
Defensie heeft de eisen opgesteld in samenwerking met TNO en NLR. Volgens de JSF-specialist zou het „zuiverder” zijn geweest als een onafhankelijke instantie hierbij betrokken was geweest. „JSF-fabrikant Lockheed Martin is ook klant bij het NLR.” Boeder benadrukt overigens niets tegen de JSF te hebben, maar te hechten aan een eerlijke procedure.
Geweldsspectrum
Boeder zegt de beïnvloeding door Defensie te signaleren bij verschillende onderwerpen. De opvolger van de F-16 dient volgens nieuwe, na 2003 geformuleerde eisen geschikt te zijn voor verschillende oorlogsscenario’s. Het belangrijkste daarvan is het kunnen meedoen aan een ”first strike” en ”initial entry operations”, het uitdelen van de eerste klap en het binnendringen van vijandelijk gebied.
Nederland moet verder, volgens nieuwe standaardeisen van de NAVO, kunnen opereren in het hoogste geweldsspectrum. Een essentiële rol bij strategische aanvallen speelt stealth. Vliegtuigen met deze techniek zijn door hun vormgeving en materiaalgebruik slecht zichtbaar op de vijandelijke radar.
„Nederlandse jagers zouden geschikt moeten zijn voor bijvoorbeeld een aanval op Iran”, aldus Boeder. „En dat op een stealthmanier.” Dit aspect krijgt daarom -volgens Boeder- in de ”multicriteria-analyse” veel gewicht. Defensie zou de term stealth vermijden, maar dit kenmerk omschrijven als ”survivability”. Het bevreemdt Boeder dat deze verandering in militaire strategie zich heeft voltrokken „buiten elke parlementaire waarneming.”
Een tweede aanpassing in de nieuwe vergelijking is geluid. „In 1999 stond dit onderwerp er wel in, in 2008 niet meer”, aldus Boeder. „Negen jaar geleden was nog niet bekend dat de JSF zo veel herrie zou produceren.” De krachtige JSF-motor blijkt aanzienlijk meer lawaai te produceren dan een F-16 of een Gripen.
Ten slotte vallen de noodzakelijke aanpassingen aan het huidige wapenarsenaal van de F-16 buiten het Defensieonderzoek. F-16-bommen zouden niet geschikt zijn voor de JSF, maar passen wel op de Gripen NG. De aanpassing voor de JSF zou vele miljoenen euro’s extra kosten.
Transparant
Defensie wijst de kritiek in alle toonaarden af. „We bestrijden ten stelligste dat de eisen in de kandidatenvergelijking naar één kandidaat zijn toegeschreven. Iedere fabrikant krijgt dezelfde, eerlijke behandeling”, aldus Defensiewoordvoerder Sacha Louwhof. „Alles verloopt transparant. Er zijn over géén project zo veel kamervragen gesteld als dit.” Ze wijst erop dat waakhond RAND „nog niet de rode vlag” heeft gehesen.
De kandidatenvergelijkingen uit 2002 en 2008 vertonen volgens haar inderdaad verschillen. „We hebben een verdiepingsslag gemaakt. Wij gaan niet opnieuw dingen vragen die we al weten.” Defensie gaat in het eisenpakket uit van „gebruikelijke” basisscenario’s. „Wij hebben niet ineens een ander ambitieniveau dan in 2002.” De ”initial entry” maakte in 2002 „wel degelijk” deel uit van de vergelijking, „zij het in iets andere vorm.”
Stealtheigenschappen zijn voor Defensie niet van doorslaggevend belang. De woordvoerster erkent dat Defensie de fabrikanten vraagt naar de detectie van hun toestel. „Dit heeft alles te maken met de inzet bij risicovolle operaties. Wij hechten daarbij grote waarde aan de veiligheid van onze vliegers. Maar stealth is geen afvinkcriterium.” De F-16-bommen zijn volgens haar geschikt voor de Gripen NG én de JSF.
Defensie onderzoekt bij de aankoop van materieel geluid nooit apart, verklaart Louwhof. „Operationele kwaliteiten zijn voor ons veel belangrijker.” In de eerste fases (de zogenaamde B- en C-fase) van een verwervingsproces (zoals in 2002) vraagt Defensie naar milieuaspecten. In de huidige D-fase spelen die geen rol meer. Staatssecretaris De Vries heeft evenwel bij de fabrikanten de geluidsproductie opgevraagd. Friese dorpen rond de vliegbasis Leeuwarden vrezen inmiddels de komst van de JSF en zijn herrie. Onterecht, zegt Defensie. „We zijn gehouden aan de wettelijke geluidcontouren.”
Uitkomst
Voor critici blijft de uitkomst van het defensieonderzoek min of meer bij voorbaat vaststaan. De Kamer mag uiteindelijk de knoop doorhakken. Voor sommigen zal de vraag blijven in hoeverre sprake is van een onafhankelijk proces. De opvolging van de F-16 vertoont trekjes van een enigszins opgedrongen keus.
Politiek maakt keuze na kandidatenvergelijking
De meeste politieke partijen spreken officieel nog geen voorkeur uit voor de JSF of de Saab Gripen NG. Ze wachten eerst de kandidatenvergelijking van Defensie af. De JSF maakt echter de meeste kans, mits PvdA of ChristenUnie en PVV zich achter CDA, VVD en SGP scharen.
VVD: De VVD is sinds 2002 fervent voorstander van de JSF. „Toen al bleek de JSF het beste en het goedkoopste vliegtuig te zijn”, licht Kamerlid Boekestijn toe. „De JSF heeft als enige stealtheigenschappen. Die hebben na de inval van Rusland in Georgië alleen maar aan belang gewonnen.”
SGP: Evenals de VVD is de SGP „overtuigd voorstander van de aanschaf van de JSF”, aldus Kamerlid Van der Staaij. Al in 2002 is de JSF „na een zeer grondige vergelijking” als beste jachtvliegtuig uit de bus gekomen. „De SGP steunt deze conclusie.” De luchtmacht heeft ook een voorkeur voor dat toestel. „En hij moeten ermee vliegen.” De luchtmacht ziet niets in de Saab Gripen Next Generation, en de SGP ook niet. „Dat is slechts een tekentafelconcept.”
CDA: Kamerlid Knops vindt het „niet zorgvuldig” om, vooruitlopend op de kandidatenvergelijking en de nog geplande werkbezoeken en gesprekken met deskundigen, al te kiezen voor de JSF of de Saab Gripen. „Onze fractie hecht aan een zorgvuldig besluitvormingsproces.” In zijn verkiezingsprogramma noemde het CDA de JSF echter al „duidelijk het beste toestel voor de beste prijs.” En: „De facto is in 2002 al gekozen voor de JSF.”
PvdA: Nederland moet kiezen voor het „beste toestel tegen de beste prijs”, zegt Kamerlid Eijsink. Uit de kandidatenvergelijking moet blijken welk vliegtuig dat is. „Pas wanneer alle informatie helder is, is een definitieve keuze voor of tegen de aanschaf van JSF testtoestellen verantwoord.” Aanschaf ervan zou feitelijk een keuze voor de JSF betekenen. De PvdA dwong de kandidatenvergelijking bij de formatiebesprekingen af. Eigenlijk wilde de partij dat Nederland zich zou terugtrekken uit het JSF project.
ChristenUnie: Pas na „grondige bestudering” van de kandidatenvergelijking, gesprekken met deskundigen en een bezoek aan beide fabrikanten zal de CU een keuze maken uit de JSF en de Gripen NG. Kamerlid Voordewind: „Zorgvuldigheid is voor ons van groot belang.” Criteria die een rol spelen, zijn de kosten voor aanschaf, gebruik en onderhoud en geluidsoverlast. Ook moeten de aanschafkosten zo veel mogelijk worden gecompenseerd door orders voor bedrijven.
PvdD: Fractieleider Thieme stoort zich „zeer aan de vanzelfsprekendheid waarmee de keuze voor de JSF wordt opgedrongen aan de Kamer.” Zodra de Kamer toe is aan een oordeel over de kandidatenvergelijking zal de PvdD haar keuze bekendmaken.
GroenLinks: Kamerlid Diks vindt dat eerst duidelijk moet zijn wat Defensie echt nodig heeft en welk vliegtuig daarbij hoort. Voorkeur voor een bepaald vliegtuig heeft GroenLinks nog niet uitgesproken. „Die bepalen we pas na de kandidatenvergelijking.” Deelname aan de ontwikkeling van de JSF vindt de partij „riskant en onnodig.”
D66: In haar laatste verkiezingsprogramma schrijft D66 dat Nederland met de JSF „grote financiële risico’s loopt.” D66 Kamerlid Pechtold dwong onlangs per motie af dat het kabinet in de vergelijking van de JSF en de Saab Gripen NG ook de geluidsoverlast van de vliegtuigen meeweegt. Bekend is dat de JSF aanzienlijk meer geluid maakt dan de Gripen.
SP: De F 16 kan nog jaren mee, vindt SP’er Van Velzen. Als het toestel echt aan vervanging toe is, moet Nederland een toestel kopen dat op de markt beschikbaar is. De SP wil dat Nederland zich terugtrekt uit het JSF project en verzet zich tegen aanschaf van de JSF testtoestellen. De luchtmacht heeft de JSF niet nodig, aldus Van Velzen. „Dat is een peperduur vliegtuig waarvoor op de hele wereld geen vijand te vinden is.”
PVV: Kamerlid Brinkman wil „een goed toestel voor zo weinig mogelijk geld.” Hij heeft nog geen keus gemaakt tussen de JSF en de Saab Gripen NG. „Wij wachten de kandidatenvergelijking af.” De PVV „wil een objectief, goed afgewogen standpunt innemen, waarbij technische aspecten en financiën goed tegen elkaar worden afgewogen.” Op het eerste oog, stelt Brinkman, „lijkt de Gripen NG technisch veel voordelen te hebben, met uitsluiting van het stealthaspect.”
Dit is het derde en laatste deel in een drieluik over de opvolging van de F-16.