Bezoek ook andere websites van de Erdee Media Groep

„Kerk vereiste voor wonen in Spanje”

 Piet Doeve op het balkon van z’n appartement aan de boulevard van het Spaanse Altéa.

Piet Doeve op het balkon van z’n appartement aan de boulevard van het Spaanse Altéa.

Het internationale heeft er bij Piet Doeve (65) altijd in gezeten. Ooit solliciteerde hij naar een baan in Sierra Leone. Vervolgens bezocht hij jarenlang campings aan de Spaanse oostkust. En uiteindelijk kwam hij daar na zijn loopbaan terecht. „Maar we blíjven Nederlander.”
In zijn appartement aan de haven van het Spaanse Altéa verontschuldigt Doeve zijn vrouw, Geeske Doeve-Ebgerink (69). „Ze is naar het Nederlandstalige koor. Daar zingen ze psalmen, gezangen uit het Liedboek en andere geestelijke liederen.”

Uit zucht naar avontuur solliciteerde Doeve halverwege zijn loopbaan naar een administratieve functie in Sierra Leone. „Gelukkig ben ik daar niet aangenomen, gezien de puinhoop die daarna in dat land ontstond.”

Doeve vond in Nederland emplooi met het opzetten van de jaarlijkse Kosmos Campingwijzer. „Die maakte ik sinds 1982.” Zo’n zeventig echtparen beoordeelden als consulent allerlei Europese campings. Doeve en zijn vrouw deden dat van campings aan de Oost- Spaanse kust tot aan de Franse grens, de costa’s. Zo leerden zij ook de Costa Blanca kennen.

Toen Doeve in 2000 zijn bedrijf verkocht, was de keuze voor Spanje een logische. „We hebben weinig binding met Sint Pancras (NH), onze gereformeerde kerk daar en met Nederland. Alleen een zus en een schoonzus wonen er, m’n andere zus in Canada.”

Sociale activiteiten
Het echtpaar kocht een villa in het bergdorpje La Nucia, vlak bij Benidorm, een bekende badplaats aan de Costa Blanca. „De aanwezigheid van een kerk was een vereiste voor ons. We keken daarom ook in de buurt van de Nederlandse protestantse gemeenten in Denia en in Torremolinos. Het is Benidorm geworden. Sinds april wonen we in Altéa.”

Die kerk, de Nederlandse Evangelische Gemeente te Benidorm (NEGB), bepaalt het leven van de Doeves. Het echtpaar neemt deel aan de sociale activiteiten van de kerk, georganiseerd door het comité Zullwes (Zullen we ’s?). „Dat is de reisvereniging van onze kerk. Die organiseert dagjes uit met gemeenteleden, allemaal ouderen. Zo hadden we afgelopen voorjaar een bloesemtocht langs de amandelbomen. Ook maken we meerdaagse tochten in de binnenlanden van Spanje en Portugal.”

Doeve zelf bekleedde verschillende functies in de NEGB. Zo was hij diaken en lid van de commissie van beheer. Nu is hij betaalmeester, penningmeester van de kerkenraad. „Tijdens de eerste ledenvergadering die ik bijwoonde, kon ik mijn mond niet houden. Dan zit je er gauw in. Ik heb de computer voor het kerkenraadswerk ingevoerd; daar moesten de oude ouderen erg aan wennen. Mooi is dat alle kerkenraadsvergaderingen hier overdag plaatshebben. Dat is prettig, want ’s avonds worden in deze streek wel eens mensen beroofd. We hebben last van criminele Roemenen.”

Grondslag
Wat betekent het geloof voor Doeve? „Ik sluit me aan bij de grondslag van onze gemeente: Ik belijd Jezus Christus als mijn Heer, Zoon van God en Verlosser.” Qua Schriftvisie sluit Doeve aan bij moderne gereformeerden. „Veel Bijbelverhalen moet je zien in de context van de tijd waarin ze werden geschreven. Ik vat veel Bijbelteksten niet letterlijk op. Zo kun je de evolutie heel goed aan het scheppingsverhaal verbinden.”

Toch waardeert Doeve de prediking van de hervormd-gereformeerde ds. W. Chr. Hovius, die in september en oktober de NEGB zes weken diende en zo een gat in de bediening opvulde. „Zijn vervolgstof over Daniël, en de vorige keer over Abraham, vond ik mooi. We willen in onze gemeente geen predikant meer die zegt dat Jezus alleen een profeet is, zoals onlangs is gebeurd.”

Hij betreurt het dat ds. Hovius zo snel wegging. „Dat is het nadeel van deze gemeente. Predikanten blijven hier maximaal drie maanden. Je moet elke keer vertellen wie je bent en wat je hebt gedaan.” Daarom waardeert Doeve het dat predikanten als ds. Hovius regelmatig terugkeren om de Nederlandse gemeente in den vreemde te dienen.

Integreren in Spanje is geen sinecure, ervaren Doeve en zijn vrouw. „Ik ben drie jaar naar school geweest om Spaans te leren, mijn vrouw twee jaar. Dat was niet lang genoeg. Maar in deze streek hebben we weinig Spaans nodig: er wordt veel vertaald. We stellen wel eens een vraag in het Spaans, waarna we in het Nederlands antwoord krijgen.”

Doeve en zijn vrouw verblijven het grootste deel van het jaar in Spanje. „Alleen in juni, juli en augustus, de warmste maanden, gaan we naar Nederland. We vinden het dan weer fijn om er het groen en de molens te zien. Bovendien valt hier voor ons in de zomermaanden niets te beleven, het kerkelijk leven ligt nagenoeg stil. De rest van het jaar zijn we hier.” Stellig: „Maar we blíjven Nederlander.”

Verstuur dit artikel naar:
 *
 *
 *
 *
 
Knipsels
    Meer uit deze rubriek