Karst T. leefde de laatste tijd teruggetrokken, was pas ontslagen als beveiliger, moest zijn huis uit en zat krap bij kas, zo rijst het beeld uit diverse publicaties. Tegelijk staat hij te boek als een aardige, correcte man. Wat dreef hem?
„Deze man moet vrijwel zeker zijn uit geweest op wraak tegen de maatschappij. Daarvoor zocht hij een symbool, het Koningshuis”, stelt hoogleraar forensische psychiatrie Van Marle. Hij was van 1990 tot 1996 directeur van het Pieter Baan Centrum (PBC), de observatiekliniek voor gedragsgestoorde misdadigers. Nu werkt hij bij het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam.
Veel wijst erop dat Karst T. behept was met „narcistische woede”, signaleert Van Marle. „Dit was geen rommelige, verwarde man, wel iemand die danig opgewonden was. Zijn agressie tegen de maatschappij, bijvoorbeeld vanwege zijn ontslag, zocht een uitweg. Het scenario om het Koningshuis te treffen, zal zich waarschijnlijk al langere tijd in zijn hoofd hebben afgespeeld.”
Iemand moet een heel grote drempel over om in te rijden op onschuldige mensen.
„Zeker. Maar kennelijk had die man in zijn woede maar één doel voor ogen. Dan treedt er bewustzijnsvernauwing op. Dan doen de mensen die tussen de dader en het doel staan, de koninklijke bus, er niet toe.”
Karst T. stond bekend als een correcte, aardige man. Hoe taxeert u dat?
„Stille wateren hebben diepe gronden. Deze man was geen gek, had ook geen last van een psychose. In zijn hoofd echter, hoopte zich agressie op. Opgekropte woede zocht zijn uitgang.”
Hebt u als directeur van het PBC soortgelijke drama’s meegemaakt?
„Dat opgekropte woede op een gegeven moment tot uitbarsting komt, komt regelmatig voor. Bijvoorbeeld in partnerrelaties.
Maar ik heb niet meegemaakt dat iemand door middel van een misdrijf een symbolische daad wilde stellen, zoals Volkert van der G. en Karst T. Of zoals de jongeren die op school andere leerlingen doodschieten. Dat gebeurt tegenwoordig nogal eens. Deze woedende kamikazepiloten willen als het ware heilige huisjes omtrappen.
Iemand als Karst T. is geboren in de jaren zeventig. Hij groeide op in wat ik noem de Prénatal-generatie. Jongeren in een welvaartsmaatschappij die helemaal klaar was. Ze kunnen zichzelf maar tegenvallen. Als blijkt dat succes dan uitblijft, zoals in het geval van Karst T., dan kunnen die mannen woede ontwikkelen tegenover de maatschappij. Die is schuldig, niet zijzelf, vinden ze.”
Met zijn kleine Suzuki maakte Karst T. kennelijk geen schijn van kans tegen de zware koninklijke bus. Is het wel zo waarschijnlijk dat T. echt een aanslag wilde plegen op het Koningshuis?
„Hij wilde gewoon een symbolische daad stellen. Waarschijnlijk wilde hij zichzelf dood rijden onder de bus. Vergelijk het met kleine kinderen die uit boosheid met hun hoofd tegen de muur lopen.”
Het verhaal gaat dat Karst T. na zijn ontslag als beveiliger wraak wilde nemen op de beveiligingssector. Hoe waarschijnlijk is dat?
„Dat lijkt me nogal een mager motief. Ik kan me voorstellen dat hij een lange neus wilde maken naar de beveiligingsbranche, maar dat hij alleen daarom zijn actie uitvoerde, is onwaarschijnlijk.”
De dader leeft niet meer. Het blijft speculeren over zijn motief.
„Ja. Zeker voor nabestaanden is dat heel fnuikend. Ze kunnen de man niet meer in de ogen kijken en zijn verhaal aanhoren.”
Deel 1 in een drieluik over achtergronden bij de aanslag in Apeldoorn. Morgen deel 2.