Karima oogt als een gewone vrouw, al verraadt de schuwheid waarmee ze de Utrechtse rechtszaal op de vierde etage binnenglipt dat ze niet lekker in haar vel zit. Hoofdpijnklachten die in 2003 begonnen, kostten haar een baan als tandartsassistente. „Ik was te vaak ziek en kreeg ontslag”, verduidelijkt ze.
Veranderen van baan bleek niet te helpen. Al kort nadat ze voor 12,5 uur per week aan de slag ging als schoonmaakster (officieel: interieurverzorgster) keerden de hoofdpijnklachten terug. Uit het dossier leest Overdijk voor dat ze een Wajonguitkering aanvroeg op 15 november 2005. Karima knikt, ook als de rechter vervolgt: „En op 30 december meldde u zich ziek.”
De 21-jarige allochtone vrouw is een van de duizenden jongeren die zich jaarlijks op de Wajong beroepen. Sommigen krijgen een uitkering, Karima ontvangt die niet. Sinds haar aanvraag op 15 november 2005 is ze drie rapporten, een hoorzitting en een bezwaarprocedure bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV) verder. De verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige hebben haar dossier gezien, net als de bezwaarverzekeringsarts en de bezwaararbeidsdeskundige. Allen wezen haar aanvraag voor een Wajonguitkering af.
Nu, bijna twee jaar later, zit ze tegenover rechter Overdijk die haar vraagt of ze een beetje met de hoofdpijnklachten kan leven. Wat kan ze anders dan knikken en mompelen: „Ja, een beetje wel.”
Na de ontvangst van haar aanvraag in 2005 gaat de verzekeringsarts van het UWV voortvarend aan de slag. Hij onderzoekt Karima, vraagt haar dossier op en correspondeert met de polikliniek neurologie van het Universitair Medisch Centrum Utrecht waar de klachten van de vrouw eveneens bekend zijn. Het resulteert in een zogeheten Functionele Mogelijkheden Lijst, die duidelijk maakt dat de baan van interieurverzorgster zowel psychologisch als financieel bij de vrouw past. Conclusie: Voor een Wajonguitkering bestaat geen grond.
Na het protest van Karima heropent het UWV de procedure. Zonder resultaat: net als op 2 mei 2006 krijgt Karima ook op 29 november dat jaar nul op het rekest. Maar, protesteert de vrouw, de met de second opinion belaste bezwaarverzekeringsarts deed geen medisch onderzoek en keek alleen of de bestaande gegevens juist waren weergegeven. En met een brief van 17 mei 2006 waarin de polikliniek stelt dat ze wel degelijk last heeft van hoofdpijn, deed de uitkeringsinstantie helemaal niets.
„Het UWV lijkt te willen zeggen dat alles normaal is”, zegt mr. H. Drenth, haar advocaat, verontwaardigd. „De medische gegevens over haar hoofdpijn keren nergens terug.” Waarom, vraagt de rechter, is ze verminderd beschikbaar? Drenth: „Ze kan zich niet voor 100 procent inspannen. Daar krijgt ze hoofdpijn van.”
Medewerker Schalkwijk van het UWV benadrukt dat Karima volgens medici niet lijdt aan migraineuze hoofdpijn. „In die brief van 17 mei die wij als UWV zouden hebben genegeerd staat dat het waarschijnlijk om spierspanningshoofdpijn gaat.” Met therapie zijn de klachten onder controle te krijgen, stelt Schalkwijk. „Vandaar dat bepaalde banen wel degelijk passen binnen haar belastbaarheid.”
Een kleine drie maanden na de zitting valt voor Karima het doek. Wat de rechter betreft, heeft het UWV gelijk en kan ze aan de slag. Met de uitspraak is ze opnieuw een document rijker. Maar haar hoofdpijn verdwijnt door het vonnis niet.